Beloning voor stoppen met roken werkt
Open

Nieuws
31-10-2018
Iris Lommerse

Als rokers behalve de stoppen-met-roken training ook een financiële beloning krijgen wanneer zij de sigaretten laten liggen, vergroot dat de kans op stoppen aanzienlijk.

Ondanks alle anti-rookcampagnes rookte in 2017 nog bijna een kwart van de Nederlandse 18-plussers. Floor van den Brand (Universiteit Maastricht) en haar collega’s onderzochten of het toevoegen van een beloningssysteem rokers helpt om te stoppen met roken (Lancet Public Health. 2018; online 18 oktober). KWF kankerbestrijding sponsorde de clustergerandomiseerde trial, waar 61 Nederlandse bedrijven met in totaal 604 rokende werknemers aan deelnamen. Alle deelnemers volgden op het werk een stoppen-met-roken trainingsprogramma gedurende 3 maanden (7 sessies van 90 minuten). De 319 rokers uit de 31 bedrijven in de interventiegroep konden in totaal 350 euro verdienen als ze het stoppen volhielden: 50 euro direct na de training, hetzelfde bedrag 3 en 6 maanden later en nog eens 200 euro als ze een jaar na de training nog steeds niet rookten. De 285 deelnemers in de controlegroep volgden de training zonder deze financiële extraatjes.

De gemiddelde leeftijd van de rokers was 45 jaar en 81% had eerder al eens geprobeerd te stoppen. Deelnemers gaven met vragenlijstonderzoek aan of zij waren gestopt met roken en dit verifieerden de onderzoekers door de concentratie CO in uitgeademde lucht te bepalen. Direct na het trainingsprogramma was 83% van de deelnemers uit de interventiegroep en 76% van de deelnemers uit de controlegroep gestopt met roken. Na correctie voor opleidingsniveau, inkomen en mate van nicotineverslaving ging het om een adjusted odds ratio (aOR) van 1,77 (95%-BI: 1,00-3,12). Het verschil tussen de groepen liep verder op naarmate de tijd vorderde: een jaar na de training was in de interventiegroep 41% rookvrij, versus 26% in de controlegroep (aOR: 1,93; 95%-BI: 1,31-2,85).

Hoewel het beloningssysteem werkt, voelt het intuïtief misschien niet goed om rokers geld te geven voor gedrag wat niet-rokers als vanzelfsprekend beschouwen – zonder dat zij daarvoor worden beloond. Aan de andere kant is dit geld waarschijnlijk effectiever besteed dan het geld dat verdwijnt in de standaard, beperkt succesvolle stoppen-met-roken interventies, waar we indirect allemaal aan meebetalen. Vanuit dat perspectief profiteert niet alleen de individuele roker, maar zeker ook de maatschappij van een dergelijke interventie.