Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie

Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1989;133:2004-8

Vergadering gehouden op 16 december 1988 te Amersfoort

J.Roelofsen, F.Smits en J.Arends (Maastricht), Hernieuwde belangstelling voor de spiraalarterie

Sinds het ter beschikking komen van nieuwere immunohistochemische kleuringstechnieken is er wellicht aanleiding de spiraalarterie hernieuwd in de belangstelling te plaatsen. Dat willen wij naar aanleiding van de volgende patiënt demonstreren.

Het betreft een 32-jarige IV-gravida, I-para, II-ab. Familie-en algemene anamnese vermelden geen bijzonderheden. Haar obstetrische voorgeschiedenis bericht in de eerste zwangerschap een intra-uteriene vruchtdood bij 29 weken amenorroe. Er was sprake van een intra-uteriene zwangerschap zonder hypertensie, vanaf de 22e zwangerschapsweek. Bij obductie van de 180 gram wegende zoon werden geen…

Auteursinformatie

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, Centraal secretariaat, Postbus 20061, 3502 LB Utrecht. Dr.P.R.Hein, 2e secretaris.

J.J.P.M.Pieters, G.A.J.Dunselman en R.F.H.J.Hulsmans (Maastricht), Bowenoïde papulose (BP) werd in 1978 door Wade et al. geïntroduceerd ter beschrijving van multifocale, papuleuze, verrukeuze en gepigmenteerde afwijkingen in de genitale regio, die histologisch gelijken op de ziekte van Bowen. BP wordt vaak gezien in samenhang met humane papillomavirusinfecties (HPV). Bij deze patiëntdemonstratie gaat het om een virgo intacta, zonder heteroseksuele contacten. Reeds jaren had zij een jeukend plekje op het labium minus links.

De chronologie der gebeurtenissen: proefbiopt 1: verruca vulgaris; proefbiopt 2: Bowenoïde papulose; immunohistochemisch onderzoek: reactieve kernen; HPV-typering: geen virus aantoonbaar; colposcopie: ‘flat condyloma’, hierin werd evenmin virus aangetoond; resectie van het gehele labium minus: BP overgaand in invasief plaveiselcelcarcinoom; in verband met de multifocaliteit en invasiviteit van de aandoening werd besloten tot radicale vulvectomie.

BP wordt meestal nog beschouwd als een pseudo-maligniteit, met neiging tot spontane genezing. In recente publikaties wordt echter het voorkomen van invasief plaveiselcelcarcinoom beschreven uitgaande van BP, zoals ook bij onze patiënte werd gezien. Het lijkt op basis van deze publikaties gewettigd Bowenoïde papulose, zeker in die gevallen waarbij HPV-type 16, 18, 31, 33, 34, 42 aangetroffen worden, te beschouwen als een premaligne afwijking. Een door sommigen voorgestelde verandering van de terminologie van de ziekte van Bowen, Bowenoïde papulose en Bowenoïde dysplasie naar: vaginale intra-epitheliale nieuwvorming (VIN) in analogie aan de cervicale intra-epitheliale nieuwvorming(CLIN)-classificatie van de cervixdysplasieën sluit hierbij aan. HPV-typering en flowcytometrie zouden van waarde kunnen zijn die patiënten te identificeren, bij wie de VIN progredieert.

Het lijkt noodzakelijk bij een Bowenoïde papulose ruime proefbiopten te nemen van de vulva en de cervix, ook wanneer het niet mogelijk is om een specifiek type HPV aan te tonen, zoals bij patiënte het geval was.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties