Misselijkheid en braken na laparoscopische cholecystectomie kunnen worden voorkomen

Onderzoek
B.M.P. Rademaker
P. de Haan
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2001;145:2099
Download PDF

De incidentie van postoperatieve misselijkheid en braken varieert tussen de 12 en 67, is afhankelijk van de soort operatie en van patiëntfactoren zoals adipositas, extreme angst en leeftijd. Misselijkheid en braken betekenen ongemak voor de patiënt. In de meeste onderzoeken wordt het belang van de preventie van postoperatieve misselijkheid en braken benadrukt, omdat deze zouden kunnen leiden tot een onverwachte ziekenhuisopname na chirurgie in dagbehandeling. Echter, de incidentie van niet-geplande ziekenhuisopname door misselijkheid en braken is zeer laag (0,03-0,002) en er is geen bewijs dat deze opname eventueel voorkomen zou kunnen worden. Middelen ter behandeling van misselijkheid en braken zijn metoclopramide, perfenazine, cyclizine, droperidol, dexamethason en de serotonineantagonisten (ondansetron en granisetron).

Wilson et al. vergeleken in een goed gecontroleerd 3-armig onderzoek metoclopramide en ondansetron met een placebo, waarbij zij onderscheid maakten in misselijkheid, braken of de combinatie daarvan.1 Het betrof 232 patiënten die een selectieve cholecystectomie ondergingen. Patiënten kregen dubbelblind vóór de start van de anesthesie intraveneus 10 mg metoclopramide, 4 mg ondansetron of een placebo toegediend. Terwijl de incidentie van misselijkheid niet statistisch significant verschillend was in de drie groepen (32 voor metoclopramide, 45 voor ondansetron en 44 voor placebo), was de incidentie van braken wel lager met medicatie (8 voor metoclopramide, 4 voor ondansetron en 22 voor placebo). De beide onderzoeksmiddelen verschilden niet significant van elkaar.

Hoewel het onderzoek goed is opgezet, voegt het weinig toe aan wat al bekend was uit de literatuur. Uit meta-analysen blijkt inderdaad dat ondansetron 4 mg wel braken voorkomt, maar niet misselijkheid, terwijl ondansetron 8 mg zowel braken als misselijkheid voorkomt. Helaas hebben de auteurs voor metoclopramide 10 mg gekozen. Hoewel deze dosering het meest gebruikt wordt, is die niet optimaal, en was 20 mg een betere keuze geweest. De preventie van misselijkheid en braken bij hoogrisicopatiënten is belangrijk. Naar onze mening is hierbij eerste keus het verlagen van het baselinerisico door inductie en onderhoud met propofol en het vermijden van lachgas. Verdere preventie is optioneel en bestaat uit combinatietherapie van een serotonineantagonist met droperidol of dexamethason.

Literatuur
  1. Wilson EB, Bass CS, Abrameit W, Roberson R, Smith RW.Metoclopramide versus ondansetron in prophylaxis of nausea and vomiting forlaparoscopic cholecystectomy. Am J Surg 2001;181:138-41.

Gerelateerde artikelen

Reacties