Artikel
Inleiding
Uitwendige versie is de meest efficiënte methode om het aantal keizersneden bij stuitligging te verminderen. Het succespercentage van versie varieert in de internationale literatuur van 30-80%.1 Cijfers uit Nederlands onderzoek variëren echter van 25-41%. 2-7 Deze verschillen kunnen deels verklaard worden door verschillen in etniciteit in de onderzoeksgroepen…



Draaien bij stuiten
Met veel plezier lazen wij het stuk “Minder stuitbevallingen na invoering van beleidsprotocol voor versie”, waarin werd gerapporteerd dat het doorvoeren van procesmatige beleidsregels het succespercentage van uitwendige versie bij stuitligging verhoogd. De resultaten tonen dat er ruimte is voor verbetering op dit gebied. Kuppens et al. laten zien dat het percentage vrouwen met een hoofdligging na uitwendige versie toeneemt van 47% tot 61%. Hierbij dient wel bedacht te worden dat het om een niet-gerandomiseerde monocentrische studie gaat, en dat daarom de resultaten in een grotere studie bevestigd moeten worden. Naast het verbeteren van de effectiviteit van de uitwendige versie, is er ook winst te behalen op het gebied van landelijke implementatie van de uitwendige versie. Momenteel ondergaat slechts 70% van de zwangeren met een kind in stuitligging een versiepoging. In dit kader ontwikkelen wij in nauwe samenwerking tussen eerste en tweede lijn een implementatiestrategie, die zich richt op betere voorlichting van de zwangere en haar hulpverlener, en op de organisatie van de uitwendige versie in de zorg, zoals Kuppens et al. reeds onderzochten. De landelijke implementatiestudie wordt gefinancierd door ZonMW en uitgevoerd een projectgroep waarin TNO, de KNOV en het AMC met elkaar samenwerken. e ontwikkelde strategie zal vanaf de tweede helft van 2010 geëvalueerd worden in een landelijke RCT. Wij nodigen klinieken in Nederland uit om mee te doen aan deze studie. Meer informatie is te vinden op www.studies-obsgyn.nl/ecvimplementatie.
Namens de project groep implementatie uitwendige versie:
Floortje Vlemmix, Ageeth Rosman, Marjolein Kok en Ben Willem Mol Academisch Medisch Centrum, Amsterdam