Bespreking van het Gezondheidsraad-advies

Mentale gevolgen van de coronapandemie

Illustratie van vier personen in een roeiboot. De persoon voorin draagt een mondkapje en kijkt door een verrekijker.
Robert R.J.M. Vermeiren
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:D6868
Abstract
Download PDF

In februari 2022 bracht de Gezondheidsraad een rapport uit over de gevolgen van de coronapandemie voor de mentale gezondheid. In dit Commentaar een kritische analyse van het rapport en adviezen voor de toekomst. Wat kunnen we van deze crisis leren?

De vele berichten over psychische aandoeningen door de covidmaatregelen maakten dat er werd uitgekeken naar het advies van de Gezondheidsraad over dit onderwerp. Dit advies kreeg de titel ‘Mentale gevolgen van de coronapandemie’ (zie de kadertekst voor een samenvatting).1 Zoals verwacht werd een toename van psychische aandoeningen bevestigd, in het bijzonder bij adolescenten en sociaal kwetsbare groepen (figuur). Het advies ademt een voorzichtigheid die gepaard gaat met waarschuwingen. Het geschetste beeld beschrijft immers alleen de situatie van het eerste jaar na de start van de coronacrisis, grofweg tot en met de tweede golf.

Figuur
Toename van mentale klachten bij jongvolwassenen tijdens de covidpandemie
Figuur | Toename van mentale klachten bij jongvolwassenen tijdens de covidpandemie
Weergegeven is het percentage ‘psychisch ongezond’ per leeftijdscategorie, per kwartaal in de periode 2019-2021. (Figuur ontleend aan het Gezondheidsraad-rapport ‘Mentale gevolgen van de coronapandemie’.)1

Het effect van de covidmaatregelen hoorde ik tijdens een focusgroep pakkend verwoord door Melanie, een scholiere van 13 jaar. Doordat covid in groep 8 toesloeg, had ze geen afscheid kunnen nemen van haar basisschool. Een cruciaal ritueel was haar ontnomen. Vervolgens had ze in het eerste jaar van de middelbare school nauwelijks ‘live’ contact met leeftijdsgenoten. Nieuwe klasgenoten kende ze dus niet, wat voor haar ontwikkeling dramatisch was. In deze levensfase hebben kinderen anderen nodig om een sociale identiteit op te bouwen. De wanhoop van deze kinderen wordt bovendien nog versterkt doordat ze kortetermijndenkers zijn. Het verdriet was Melanie aan te zien.

Het advies ontbeert actualiteit

Voor dit advies van de Gezondheidsraad is een strikt wetenschappelijke insteek gekozen. De bevindingen zijn voornamelijk gebaseerd op zoekstrategieën in de gangbare datasets, zoals PubMed. Het rapport is omstreeks vorige zomer afgerond, wat betekent dat de gepresenteerde bevindingen van ruim daarvoor dateren. Enigszins verwonderlijk dat hiervoor werd gekozen, aangezien de pandemie het land blijvend teistert en er elke maand nieuwe informatie beschikbaar komt. Het resulteert immers in een rapport dat de actualiteit ontbeert.

‘Ja, bekend’, zullen velen daarom gedacht hebben bij dit advies. Sterker nog, wie webinars volgt is van veel recentere en sprekender resultaten op de hoogte. Denk bijvoorbeeld aan een recente bijeenkomst van het SURE-Net (Suicide Research the Netherlands) over suïcide, of aan het Friese Lifelines-onderzoek, dat het verloop van psychische klachten bij jongeren meet.

Niet verwonderlijk dat de adviezen ontgoochelen. Zo valt moeilijk te plaatsen dat herhaaldelijk genoemd wordt dat er geen nieuwe interventie ontwikkeld moet worden, maar we bestaande moeten inzetten. Omdat covid een omgevingsstressor is, ligt de oplossing immers niet bij persoonsgerichte medicaliserende interventies. Een beter begrip van het ontstaan van de klachten en de rol van de omgevingsfactoren – waaronder ook de covidmaatregelen – moet in de eerste plaats leiden tot preventieve adviezen, zoals het aangepast openhouden van scholen bij nieuwe maatregelen.

Adviezen voor de toekomst

Verdere opmerkingen bied ik graag aan in de vorm van adviezen. Over enige tijd komt de Gezondheidsraad wellicht met een vervolgadvies. Dat is zeker nodig. Het is immers onwaarschijnlijk, zelfs in het gunstige geval, dat covid ons niet meer teistert en de mentale gevolgen als sneeuw voor de zon verdwijnen. En uiteraard omdat we van deze crisis moeten leren voor de toekomst.

Specifieke benadering

Ten eerste, richt toekomstig onderzoek op het ‘waarom’ van de verandering en niet enkel op wat gebeurt en de toename of afname van symptomen. Een ruimere onderzoeksopdracht is daarvoor nodig, niet een waarin louter gekeken wordt naar het verloop van een psychische aandoening en de bijkomende stijging en daling van symptomen. Zo kunnen ontwikkelingspsychologische theorieën over specifieke groepen antwoord geven op het onderliggende ‘waarom’. Denk aan theorieën die samenhangen met de ontwikkeling van adolescenten, het effect van de puberteit, identiteitsontwikkeling en verbondenheid met anderen. Stuk voor stuk cruciale aspecten die essentieel zijn voor een begrip van het effect van een omgevingsfactor als covid en de ingestelde maatregelen.

Voor een goede aanpak is het wezenlijk om te ontrafelen of de stijging van psychische aandoeningen bij tieners dan wel jongvolwassenen een gelijkaardige grondslag kent. Een ander ontstaan en verloop zou niet verwonderlijk zijn, omdat beide groepen zich in een andere levensfase bevinden. Diepteonderzoek dringt zich op, om te zien of de klachten die zich ontwikkelen – ook al uiten ze zich symptomatisch gelijk, bijvoorbeeld door angst en depressie – daadwerkelijk gelijkaardig zijn.

Combinatie van onderzoeksmethodes

Ten tweede, diepteonderzoek en een grondig begrip van het ontstaan en het verloop vereist een bredere blik op onderzoek, waarin kwantitatief en kwalitatief onderzoek hand in hand gaan. De wijze waarop in het rapport over kwalitatief onderzoek geschreven wordt, doet geen recht aan de waarde ervan en de potentie om dit vraagstuk op te lossen. Met kwantitatief onderzoek beantwoorden we de vraag wat er gebeurt – met name het verloop van symptomen –, terwijl er behoefte is aan begrip van het ‘hoe’. Een combinatie van onderzoeksmethodes is dus vereist.

Dat kwalitatief onderzoek als minderwaardig beschouwd wordt, omdat resultaten niet generaliseerbaar zijn, getuigt van onbegrip. Kwalitatief onderzoek is essentieel voor het ontrafelen van onderliggende processen. Het moet erkend worden dat ook veel kwantitatief onderzoek niet per definitie generaliseerbaar is. Bevolkingscohorten zijn immers ook een selectie. Deelname is vrijwillig en beperkt zich doorgaans tot een gemotiveerd beter opgeleid segment van de bevolking. Het kwalijke van het onderwaarderen van kwalitatief onderzoek is dat subsidiegevers, zoals ZonMw met hun subsidiebeleid, daardoor dezelfde richting dreigen op te gaan. Alternatieve onderzoeksvormen – zoals kwalitatief onderzoek en quasi-experimentele designs – worden nog te vaak onvoldoende bevonden, waardoor essentiële kennis niet opgehaald wordt.

Meerdere gegevensbronnen

Ten derde, betrek ook niet-gepubliceerde gegevens bij het onderzoek. Ga actief op zoek naar wat bekend is. Nederland is rijk aan meerdere gegevensbronnen, in de bevolking en in klinische populaties. Sommige bronnen, zoals de gegevens bij het CBS, zijn mogelijk minder geschikt omdat ze met vertraging beschikbaar zijn. Tegelijk moet worden nagegaan of de originele bronnen waaruit geput wordt, in een eerder stadium beschikbaar zijn. Ook voor een beter begrip van de veranderingen door de tijd heen is het wenselijk om dergelijke bronnen op te nemen, omdat secundaire analyses interessante bevindingen kunnen opleveren.

Concreet advies

Ten laatste, wees concreet in de adviezen, ook met beperkte kennis. Op dit moment wordt in de adviezen te vaak genoemd dat verder monitoren nodig is. Zeer onbevredigend, aangezien intussen de problemen alleen maar toenemen. Een enkele aanbeveling in het huidige Gezondheidsraad-advies is daarop een uitzondering, namelijk dat bekende kwetsbare gezinnen opgezocht moeten worden omdat de onveiligheid in het gezin is toegenomen. Tegelijk is de realiteit dat ook dit advies niet effectief opgevolgd kan worden zolang de jeugdhulp geplaagd blijft door een verregaande organisatorische versnippering. Iets wat in het rapport omzichtig wordt genoemd, zonder dat de Gezondheidsraad daar heldere en bruikbare adviezen bij geeft. Een gemiste kans.

Tot slot

Om de gevolgen van covid voor kinderen zoals Melanie te begrijpen, is gedegen onderzoek nodig. De Gezondheidsraad is vast al aan de slag met een vervolgrapport, dat is immers dringend nodig. Zoals gezegd hoop ik dat dit vervolgrapport een ruimere kijk hanteert, waarin al het relevante onderzoek als gelijkwaardig en complementair beschouwd wordt.

Literatuur
  1. Mentale gevolgen van de coronapandemie: een eerste inventarisatie. Publicatienr. 2022/05. Den Haag: Gezondheidsraad; 2022.

Auteursinformatie

LUMC Curium, Leiden, Youz, Parnassia Groep: prof. dr. R.R.J.M. Vermeiren, kinder- en jeugdpsychiater.

LUMC Curium, Leiden, Youz, Parnassia Groep: prof. dr. R.R.J.M. Vermeiren, kinder- en jeugdpsychiater.

Contact R.R.J.M. Vermeiren (r.r.j.m.vermeiren@lumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Robert R.J.M. Vermeiren ICMJE-formulier
Informatiekader
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Covid-19

Gerelateerde artikelen

Reacties