Effectiviteit en veiligheid van interventies

Mensen helpen bij stoppen met roken

Klinische praktijk
Robert C. van de Graaf
Onno C.P. van Schayck
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D1131
Abstract

In deze serie publiceren wij artikelen over roken. De onderwerpen lopen uiteen van de gezondheidseffecten van roken tot de kosten voor de samenleving en de preventie van roken onder jongeren.

Samenvatting

  • In dit overzichtsartikel bespreken wij de effectiviteit en veiligheid van verschillende interventies om te stoppen met roken.
  • De basis van de hulp aan mensen die willen stoppen met roken is gedragsmatige begeleiding.
  • Deze begeleiding kan eventueel aangevuld worden met schriftelijke zelfhulpmaterialen, telefonische counseling en e-health, die zijn aangepast aan de individuele patiënt.
  • De effectiviteit van de behandeling kan verder worden vergroot met farmacotherapie. De eerste keus is een combinatie van een nicotinepleister en een nicotinezuigtablet of -kauwgom, mede vanwege het gunstige bijwerkingenprofiel.
  • Ook varenicline, bupropion en nortriptyline zijn effectief bij het stoppen met roken; varenicline lijkt het effectiefst te zijn. Deze middelen hebben echter meer contra-indicaties en potentiële bijwerkingen, waardoor een goede indicatiestelling en intensievere monitoring van belang zijn.
  • De e-sigaret moet niet worden geadviseerd omdat deze niet effectiever is dan nicotinevervangende medicatie en de potentiële bijeffecten, zoals het normaliseren van roken, onvoldoende zijn onderzocht.
Auteursinformatie

Verslavingszorg Noord Nederland, Groningen.

Drs. R.C. van de Graaf, verslavingsarts.

Maastricht University, CAPHRI School for Public Health and Primary Care, afd. Huisartsgeneeskunde, Maastricht.

Prof.dr. O.C.P. van Schayck, epidemioloog.

Contact prof.dr. O.C.P. van Schayck (onno.vanschayck@hag.unimaas.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning voor dit artikel: O.C.P. van Schayck ontving een onderzoeksubsidie van Pfizer.

Auteur Belangenverstrengeling
Robert C. van de Graaf ICMJE-formulier
Onno C.P. van Schayck ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Roken
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Dink
Legemate

Als vaatchirurg zie ik in de 2e/3e lijn veel patienten die roken. Het is een probleem om rokers vanuit mijn positie goed te begeleiden en loop daar vaak in vast. Ziekenhuizen hebben vaak geen begeleidingsprogramma's in huis. In het artikel wordt niet duidelijk aangegeven waar het primaat ligt voor de begeleiding. Praktisch, en waarschijnlijk ook het meest effectief, is als dit vanuit de huisartsenpraktijk gebeurt. Discussie hierover is nodig en ben dan ook benieuwd naar andere reacties.

Robert C.
van de Graaf

Medeauteur: Prof.dr. Onno C.P van Schayck

Wij danken collega Legemate voor zijn vraag “wie moet helpen bij stoppen met roken?” Het roken van tabak is de meest verslavende gebruiksvorm van tabak en bij veel rokers is er dan ook sprake van een tabaksverslaving. Dit is net als cocaïneverslaving een chronische aandoening die vaak moeilijk te behandelen is. Velen – ook artsen – zien roken echter nog niet als een verslavingsziekte, maar als een ongezonde gewoonte, waar zonder medische behandeling mee gestopt zou moeten kunnen worden. De werkelijkheid van veel rokers is anders. De meeste rokers willen wel stoppen met roken, maar slechts een fractie weet deze wens om te zetten in langdurige abstinentie. Rokers hebben vaak een aanleiding nodig om te stoppen; een gedegen stopadvies op maat van een arts is hiervoor zeer geschikt. Het is direct ook een goede mogelijkheid om een roker te informeren over de behandelmogelijkheden. Dit is van belang, omdat bij nog geen kwart van de stoppogingen gebruik gemaakt wordt van bewezen effectieve behandeling. Beperkte of onjuiste kennis lijken belangrijke redenen hiervoor te zijn. Van de gestopte rokers is binnen een jaar 90-96% weer teruggevallen. Het is belangrijk dat iedere arts, dus ook een medisch specialist, zich realiseert dat een simpel stopadvies enorme positieve gevolgen kan hebben. Als een arts zelf geen mogelijkheid heeft om het vervolg van de behandeling uit te voeren dan zijn er allerlei verwijsmogelijkheden. In het hele land zijn in huisartsenpraktijken of ziekenhuizen gespecialiseerde rookstopbegeleiders werkzaam. Deze professionals staan geregistreerd in het Kwaliteitsregister Stoppen met Roken. De infrastructuur van de huidige stoppen-met-rokenzorg is echter niet overal in ons land hetzelfde en dit zorgt voor problemen, bijvoorbeeld in de continuïteit van de behandeling van mensen met een tabaksverslaving. De vraag van collega Legemate illustreert dit. Wat ons betreft zou de zorg voor mensen met een tabaksverslaving op dezelfde manier georganiseerd en gefinancierd moeten worden als voor mensen met een alcohol- of drugsverslaving: de huisarts fungeert als poortwachter, die zo nodig doorverwijst naar de generalistisch basis GGZ of gespecialiseerde GGZ  van de verslavingszorg. Rokers bij wie er nog geen of een lichte tot matige tabaksverslaving bestaat, zouden behandeld moeten kunnen worden in de huisartsenpraktijk (of ziekenhuis). Wanneer deze zorg onvoldoende blijkt of als er sprake is van een matig tot ernstige tabaksverslaving, eventueel met een bijkomende psychiatrische stoornis of een andere verslaving dan zou verwezen moeten kunnen worden naar de verslavingszorg. De huidige, beperkte vergoedingsregelingen voor de stoppen-met-rokenzorg zouden voor deze laatste groepen rokers verruimd moeten worden. Deze rokers hebben veelal een langduriger en intensiever behandeltraject nodig en vallen in het huidige systeem vaak tussen wal en schip met alle gevolgen van dien.