In memoriam prof.dr.J.Moll.

P.J. Thung
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1995;139:953
Download PDF

- Op 12 februari jl. overleed Han Moll, emeritus hoogleraar van de Erasmus Universiteit Rotterdam in de anatomie (1966-1982) respectievelijk de humane biologie (1982-1986). Hij werd geboren in Utrecht (1921) en bezocht het Stedelijk Gymnasium aldaar. Hij studeerde geneeskunde in Groningen, waar hij actief was bij de naoorlogse wederopbouw van het studentenleven. Het toenmalige ideaal van een civitas academica sprak hem aan: een voorteken van zijn latere sympathie met de universitaire democratiseringsbeweging. Na zijn promotie (1951) op een anatomisch-embryologisch proefschrift legde hij in 1954 het artsexamen af. In 1954 1955 werkte hij in de V.S. Daar ontstond zijn belangstelling voor de neuro-endocrinologie, zijn onderzoeksgebied sindsdien in Groningen, waar hij in 1962 lector werd, en vanaf 1963 in Amsterdam bij het Antoni van Leeuwenhoekhuis. In 1966 werd hij, als hoogleraar anatomie, lid van de kerngroep die, onder leiding van Querido, de Medische Faculteit Rotterdam (MFR) startte. Naast het anatomie-onderwijs zette hij daar een researchprogramma op over de gonadotrope functies van het hypothalamus-hypofyse systeem. Van 1971 tot 1973 was hij de eerste decaan der MFR onder de Wet Universitaire Bestuurshervorming. Die functie wekte zijn interesse voor onderwijsvernieuwing; deze belangstelling kwam sterk tot uiting toen in 1982 onder zijn leiding in Rotterdam de studierichting Algemene Gezondheidszorg werd opgezet met een mede door Maastricht geïnspireerd onderwijssysteem.

Vanaf zijn studententijd heeft Moll zich ingezet voor de sociale verantwoordelijkheid van de wetenschap, eerst in het Verbond van Wetenschappelijke Onderzoekers en later in de Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie (NVMP). Ook deed hij graag redactioneel werk, zoals voor Filosofie en praktijk en voor het Bulletin van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs, van welke vereniging hij ook geruime tijd voorzitter was. Hij was redacteur van de Scripta Medicophilosophica die van 1986 tot 1991 werden uitgegeven door de Vereniging voor Filosofie en Geneeskunde, en later van het Bulletin dezer vereniging. Na zijn emeritaat werd hij hoofdredacteur van de Nieuwsbrief der NVMP. Zijn echtgenote sinds 1948, Pettie Huber, hielp hij intensief met de medische aspecten van haar werk als vertaler Engels.

Elke taak die Moll voor zich zag, nam hij volkomen ernstig, zonder ooit zichzelf al te serieus te nemen. Uitzonderlijk was zijn volharding in wat hij nodig vond, ook bij geringe kans op succes. In zijn afscheidscollege was hij sceptisch over het effect van herzieningen van het medisch onderwijs, maar stelde vervolgens dat vooral moest worden doorgegaan met deze curriculum-veranderingen: ‘Het is immers ondenkbaar dat ze geen enkele correctie betekenen ten opzichte van het recente verleden.’ Diezelfde instelling toonde hij ten aanzien van het werk van de NVMP: ‘We hebben de morele plicht te trachten het hiermee (dat wil zeggen met de huidige oorlogen, martelpraktijken et cetera) verbonden menselijke leed te voorkomen of althans te verzachten. Zijn we daartoe als NVMP in staat? We weten het niet, maar het is onze morele plicht dit te pogen, ook al is succes onzeker.’ (NVMP Nieuwsbrief, februari ‘995).

In het overlijdensbericht noemde zijn familie hem een integer mens. Als zodanig zal hij ook bij zijn vrienden voortleven: integer, onkreukbaar, ook in zijn vasthoudend geloof in de zin van het leven. Een geloof dat aan overtuigingskracht won door Hans oprechte zelfrelativering.

Gerelateerde artikelen

Reacties