In memoriam dr.P.Winternitz.

J.R. van Reekum
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 1998;142:552
Download PDF

Op 96-jarige leeftijd overleed op 1 januari 1998 in verpleeghuis Vita Nova te Oss dr. Paul Winternitz; een man die leefde van het begin tot het eind van deze eeuw. Geboren op 1 augustus 1901 in Buchau (Bohemen) verhuisde hij met zijn ouders van joodse afkomst, maar niet praktiserend joods naar Wenen. In 1926 studeerde hij af als arts. In het Allgemeine Wiener Krankenhaus werkte hij 5 jaar op diverse afdelingen. In die tijd huwde hij met de rooms-katholieke verpleegster Maria Votruba; uit het huwelijk werd in 1945 een dochter geboren. In 1931 vestigde hij zich als huisarts te Wenen. Tegelijkertijd was hij als armenarts werkzaam. Door zijn joodse afkomst werd het leven vanaf 1938 steeds moeilijker voor het echtpaar. In november-december 1938 was hij geïnterneerd in Dachau. Dankzij zijn niet-joodse echtgenote kon hij emigreren; de bedoeling was om via Nederland naar Brazilië te vertrekken. In Nederland kwam het echtpaar terecht in verschillende opvangkampen, doch het slaagde er door de Duitse inval niet in tijdig te vertrekken naar Brazilië. Van augustus 1940 tot juli 1942 volgde er internering in kamp Westerbork. Winternitz werkte daar als arts voor de geïnterneerde buitenlandse joden. In juli 1942 werd Westerbork een doorgangskamp voor Nederlandse joden. Dankzij het gemengde huwelijk kreeg het echtpaar toestemming te vertrekken naar Amsterdam.

Na de bevrijding vervulde hij verschillende waarnemingen bij huisartsen en hij vond nog de tijd het Nederlandse artsexamen te halen. In 1947 werd hij voor de tweede maal arts. Hij bekroonde zijn studie met een dissertatie en verkreeg de inschrijving als sociaal-geneeskundige.

In juni 1947 werd hij benoemd als eerste schoolarts bij de Schoolartsendienst Oss en Omstreken. In 1950 deed hij in samenwerking met prof.Den Hartog van de Landbouwhogeschool in Wageningen een uitgebreid onderzoek naar de voeding en de voedingstoestand van schoolkinderen in zijn district. Door zijn onvermoeid ijveren kreeg de dienst er steeds meer taken bij, hetgeen in 1957 resulteerde in de oprichting van de Districtsgezondheidsdienst (DGD) Oss en Omstreken, waaraan hij tot zijn afscheid in 1968 leidinggaf.

Na zijn pensionering maakte hij met zijn echtgenote vele reizen naar zijn geliefde Oostenrijk. Na haar dood in 1980 bleef hij in zijn (grote) huis in Oss wonen. Hij ontving thuis veel gasten, met wie hij vaak ging dineren. Zijn grote liefde gold de opera en klassieke muziek; tot voor kort bezocht hij nog uitvoeringen in Oss, Amsterdam en Den Bosch. Ook voor maatschappelijke ontwikkelingen had hij een grote belangstelling. De lotgevallen van zijn oude dienst bleef hij tot vlak voor zijn overlijden volgen. Hij was een trouw lezer van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en Medisch Contact.

Zijn laatste levensjaar verbleef hij, tot zijn verdriet, in het verpleeghuis. Hij vond zijn leven volbracht en verlangde naar de dood; maar, zoals hij met zijn typisch Weense humor placht te zeggen: ‘Ik spaar jaren’ en ‘Ik doe alles langzaam, ook doodgaan’.

Winternitz was een bewogen arts, een harde werker, die zichzelf noch zijn medewerkers spaarde, vriendelijk voor zijn schoolkinderen, aimabel voor zijn vrienden en een warme vader en grootvader.

Reacties