In memoriam dr.L.I.Swaab.

W.J. Honnebier
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:2423-4
Download PDF

– Op 10 februari 1997 overleed Leo Swaab, één van de prominentste vrouwenartsen van de naoorlogse periode in ons land. Hij was een gedreven, volhardend, moedig en integer collega, die met zijn inzichten op het gebied van de seksualiteit en de voortplanting van de mens zijn tijd ver vooruit was. Dat gaf aanleiding tot frustraties bij velen van zijn collega's, met als gevolg aanvallen op zijn werk en persoon die hij met ingetogen zekerheid incasseerde.

Swaab werd in 1908 in Amsterdam geboren. Zijn vader was een sociaal voelend huisarts, die in 1901 een proefschrift schreef over De natuurlijke ventilatie van kleine woonvertrekken in Amsterdam. Zijn moeder was een begaafd concertpianiste. Na zijn studie geneeskunde kreeg Swaab zijn opleiding als vrouwenarts bij Van Rooy en Van Bouwdijk Bastiaanse in het Wilhelmina Gasthuis. Hij leek voorbestemd voor een onbekommerde carrière. Daarbij paste de studiereis die hij in 1939 maakte naar de vooraanstaande klinieken in de VS. In december 1939 keerde hij via Italië naar Holland terug. Plichtsgevoel – er was een speciale functie voor hem gecreëerd in Nederland – alsmede zorg voor zijn familie deden hem terugkeren. Zijn Amerikaanse ervaringen werden in 1941 in het Tijdschrift gepubliceerd. Hoewel de Duitsers hem niet veel tijd lieten, lukte het hem nog op 15 mei 1942 te promoveren. Dit gebeurde in de senaatskamer; de aula was voor joden verboden. Naast de familie waren zes toehoorders toegestaan. Swaab en zijn paranimfen waren in onberispelijk rokkostuum met davidster gekleed.

Dankzij de immense zorgen van Ans, zijn niet-joodse vrouw, en verklaringen van A.de Froe en C.U.Ariëns Kappers overleefde Swaab de oorlogsjaren. Zijn enige broer en diens vrouw werden in Auschwitz vermoord. Als onderduiker bleef hij andere ondergedoken patiënten helpen, hetgeen hem een keer bijna noodlottig werd. In deze periode ontstond zijn grote passie voor de behandeling van infertiliteit, speciaal van de man; tot die tijd een vrijwel onontgonnen gebied. Reeds in mei 1945 had hij zijn eerste artikel over ‘De steriliteit bij de man’ voor het Tijdschrift geschreven.

De eerste berichten over donorinseminatie uit Groot-Brittannië en de VS waren gunstig. Swaab begon met de toepassing ervan in 1951. De meeste artsen wezen die behandeling volledig af. De commissie die in 1959 door de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst werd benoemd, veroordeelde donorinseminatie scherp en gaf zelfs in overweging de methode geheel te verbieden. In de gynaecologenvereniging werd Swaab in die periode als dissident beschouwd en het heeft weinig gescheeld of hij was uit de vereniging gezet. Tien jaar later zou de methode door een meerderheid der gynaecologen en door vrijwel alle daarnaar gevraagde studenten worden geaccepteerd. Begin jaren zestig werd onder zijn leiding het eerste onderzoek in ons land met orale contraceptie uitgevoerd. Ook de pil werd door coryfeeën uit de gynaecologenvereniging scherp veroordeeld. Op de aankondiging over het op handen zijnde onderzoek in Verstandig Ouderschap, het maandblad van de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming, meldden zich echter binnen 3 dagen 5000 vrijwilligsters.

Swaab kreeg internationaal erkenning met functies in de Planned Parenthood Association en de International Fertility Association. Mensen zoals Pincus kwamen bij hem aan huis. In 1967 kreeg hij als eerste in ons land, in Leiden, een lectoraat in de gynaecologische endocrinologie en voortplanting van de mens. Een benoeming die (passend in zijn loopbaan) niet onomstreden was. De inhoud van zijn openbare les met de titel ‘Op weg naar de beheersing van de menselijke voortplanting’ bleek wederom profetisch.

Bij Swaab is nooit een woord van verbittering of zelfbeklag over de lippen gekomen, evenmin van triomf over verkregen gelijk. Wel heeft hij zorgen gekend over zijn gezin, maar hij wist zich te allen tijde door zijn vrouw gesteund en door zijn kinderen op handen gedragen. Net als zijn vader bleef hij tot het laatst geïnteresseerd in de medische wetenschap. Op het einde van zijn leven kreeg hij weer tijd om te genieten van de muziek waarin zijn moeder zo prominent was.

Gerelateerde artikelen

Reacties