In memoriam dr. B.J.W.Beunders.

J. Huisman
J. van der Noordaa
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1992;136:1377-8
Download PDF

– Bart Jan Willem Beunders werd op 16 maart 1906 te Rotterdam geboren.

Hij studeerde medicijnen te Leiden met de bedoeling te worden aangesteld als officier van gezondheid bij het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger. Als semi-arts promoveerde hij bij prof.dr.P.C.Flu op een proefschrift getiteld ‘Onderzoekingen over de persistentie van Spirocheaeta duttoni in de hersenen van muizen bij experimentele febris recurrens’. Een jaar later, in 1933, behaalde hij zijn artsexamen. In verband met de bezuinigingen op het toenmalige ministerie van Koloniën kon zijn uitzending naar Nederlands Oost-Indië niet doorgaan. Hij vestigde zich als huisarts in Scheveningen, maar werd al snel gegrepen door het idee van een goed bereikbare gezondheidszorg voor iedereen en werd aangesteld als hoofd van het Medisch-Klinisch Laboratorium van het Algemeen Ziekenfonds ‘De Volharding’ te 's-Gravenhage. In die tijd was dit een omstreden instelling waar artsen in dienstverband werkten: leden van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst was het – op straffe van royement – verboden zich als arts-medewerker aan dit ziekenfonds te verbinden. Ook tijdens de oorlogsjaren en daarna – tot 1968 – was hij bij ‘De Volharding’ werkzaam. Tijdens de mobilisatie van 1939-1940 was hij als reserve-officier van gezondheid verbonden aan de gezondheidscommissie bij het hoofdkwartier van het veldleger te Zeist. Tijdens de oorlog heeft hij een rol van betekenis gespeeld in het Haagse verzet. Na de oorlog werd hij wederom in militaire dienst opgeroepen en werd benoemd tot hoofd van de sectie Preventieve Geneeskunde, tevens hoofd van de dienst Militaire Gezondheidszorg van de Inspectie der Militair Geneeskundige Dienst te 's-Gravenhage. Te zamen met Nanning en enkele reserve-officieren van gezondheid organiseerde hij de preventieve gezondheidszorg in leger en luchtmacht. Al in het begin van deze functie heeft Bart Beunders grote verdiensten gehad: zo bevorderde hij de oprichting van de zogenaamde Mantoux-teams, die onder de directe leiding van M.A.Bleiker rekruten op hun tuberculinegevoeligheid onderzochten. De unieke gegevens (dit onderzoek vindt nog steeds plaats) over de prevalentie van tuberculeuze infectie onder 18-20-jarige mannelijke Nederlanders maken het al een lange reeks van jaren mogelijk het jaarlijkse risico van besmetting met tuberculose voor ons land te bepalen.

Nog meer ging zijn belangstelling uit naar de vaccinatie tegen pokken en de preventie van encephalitis postvaccinalis (EPV). In de periode 1945-1950 werden niet minder dan 120.000 primovaccinaties tegen pokken in de strijdmacht verricht. De gevolgen, 38 gevallen van EPV met 3 sterfgevallen, maakten diepe indruk op hem en resulteerden in een grote hoeveelheid wetenschappelijk werk, gericht op de profylaxe van EPV. Dit werk werd nog belangrijker toen in 1953 de wet Immunisatie Militairen de vaccinatie tegen pokken verplicht stelde. Een van de belangrijkste onderzoekslijnen was gericht op de profylaxe van EPV door het gelijktijdig toedienen van vaccinia-immunoglobuline aan de te vaccineren militairen.

De ‘kolonel’ bezat de gave om medisch-hygiënische kennis op jonge (veelal dienstplichtige) artsen over te brengen. Mede dankzij zijn inspanning werd de Militaire School voor Hygiëne en Preventieve Geneeskunde te Neerijnen in 1948 opgericht. Enige duizenden (naoorlogse) artsen ontvingen daar hun algemene hygiënische vorming, een onderwerp dat aan de universiteiten niet steeds optimaal aan de orde kwam (en komt). Op de ‘school’ rekruteerde Beunders jonge enthousiaste artsen die onder zijn leiding onderzoek wilden doen op de ‘Inspectie’.

Bart Beunders‘ grote verdienste is geweest de militaire preventieve gezondheidszorg te hebben georganiseerd, maar vooral is hij het geweest die door persoonlijke stimulering ervoor zorg heeft gedragen dat wetenschappelijk onderzoek binnen de Inspectie mogelijk werd. Hij werd door H.M. de Koningin onderscheiden met het Officierschap in de Orde van Oranje-Nassau (met de zwaarden).

Beunders was lid van een aantal nationale en internationale organisaties op het gebied van de preventieve gezondheidszorg, met voor hem als kroon op zijn werk het voorzitterschap van de commissie voor standaardisatie van de vaccinaties binnen de North Atlantic Treaty Organization (NATO).

Na zijn pensionering heeft hij nog een aantal jaren gewerkt als medisch microbioloog in het Westeinde Ziekenhuis te 's-Gravenhage en in het Slotervaartziekenhuis te Amsterdam.

De kolonel-arts dr.B.J.W.Beunders is op 22 mei 1992 op 86-jarige leeftijd overleden. Met hem is een van de grote hygiënisten van de oude stempel heengegaan. Zijn grote loyaliteit en integriteit maakten hem tot een uitzonderlijk persoon, die op natuurlijke wijze veel respect afdwong bij zijn medewerkers. Mogen zijn kinderen kracht putten uit de vele goede herinneringen aan de bijzondere mens die Bart Beunders was.

Gerelateerde artikelen

Reacties