Medische spelling

Perspectief
Henk C. Walvoort
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:B790
Download PDF

Er is geregeld onduidelijkheid over het spellen van medische termen. De vorige keer dat wij als eindredactie hierover een standpunt bepaalden was in 2006, nadat een nieuwe uitgave van de Woordenlijst Nederlandse taal (het Groene boekje), was verschenen.1 Bij de bewerking van de artikelen voor het Tijdschrift houden we deze officiële spelling aan. Dat betekent dat wij bijvoorbeeld schrijven ‘downsyndroom’ (met een kleine letter), ‘resusfactor’ (zonder ‘h’) en ‘linkerventrikeldisfunctie’ (zonder spaties).

Onlangs is de 12e druk van Pinkhof Geneeskundig woordenboek in deze kolommen besproken.2 Daarin wordt een nieuwe spellingsvariant geïntroduceerd, de ‘medische vaktaalspelling’. Die is ontwikkeld om Nederlandse medische termen beter te laten aansluiten bij het woordbeeld in de Engelstalige vakliteratuur. De achtergrond is dat men bij de vertaling in het Nederlands van de termen uit de ‘International classification of diseases and related health problems’ (ICD-10) stuitte op beperkingen van de spellingsregels van het Groene boekje, regels die vooral zijn bedoeld voor het algemeen Nederlands en minder voor medische en technische termen.3 In de medische vaktaalspelling wordt bijvoorbeeld weer ‘Down-syndroom’ gebruikt, net als ‘Sturge-Weber-syndroom’.

Voor de lezers die de spelling van vóór 1995 nog kennen, zal dit wellicht een aangename verrassing zijn – nog niet iedereen is gewend aan ‘wolf-parkinson-whitesyndroom’ of ‘arnold-chiarimalfomatie’. Maar voor de redactionele bewerking van de teksten in het NTvG blijft ons streven om zo veel mogelijk aan te sluiten bij het hedendaagse Nederlands en de geautoriseerde spelling daarvan. Wij willen in de teksten van het NTvG eigenlijk niet twee taalkundige systemen door elkaar gebruiken, dus niet de officiële Nederlandse spelling naast de nu voorgestelde medische vaktaalspelling. Wél zou het denkbaar zijn dat we de medische vaktaalspelling toepassen in bijvoorbeeld een tabel met een kolom ‘officiële diagnoses’. In een dergelijke kolom is het namelijk wonderlijk om ‘downsyndroom’ te zien naast ‘Sturge-Weber-syndroom’.

Literatuur
  1. Nimwegen WJ van, Los MLC, Eerenbeemt AMM van den, Kabos M. Consequenties van de nieuwe spellingwijzigingen voor het Tijdschrift. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:1736-40.

  2. Weelden HC van, Langeveld CH. Pinkhof Geneeskundig woordenboek. Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;155:A4537.

  3. Introductie van medische vaktaalspelling: minder taalverwarring (persbericht). Houten: Bohn Stafleu van Loghum/Springer media bv; 2011 link.

Gerelateerde artikelen

Reacties

Martijn
Breuning

Geachte redactie,

Hierbij wil ik graag reageren op het artikel over medische spelling van Henk C. Walvoort (NTvG 156: 356, 2012). Graag wil ik de redactie en uitgevers van medische teksten in het algemeen oproepen toch vooral de spellingsregels van het Groene boekje niet toe te passen, maar zich te conformeren aan de traditionele schrijfwijze.

De functie van taal is op efficiente wijze informatie over te brengen. Door hoofdletters van eigennamen te veranderen in kleine letters gaat essentiele informatie verloren. Wat moet een leek met beperkte kennis van de geneeskunde en de Engelse taal zich voorstellen bij de term 'downsyndroom' ? Hij of zij weet misschien dat 'down' neer of neerslachtig betekent, naast nog een handvol andere betekenissen in het Engels. Wat te denken van 'turnersyndroom', met  name als je ook weet dat er een 'shaker' muis bestaat ?

Het is begrijpelijk dat de redactie van het Tijdschrift zo veel mogelijk wil aansluiten bij het 'hedendaagse Nederlands'. Maar laten we wel bedenken dat we in die zin de eigennaam van ons land nog steeds met een hoofdletter schrijven.  De taalpuristen die het Groene boekje hebben samengesteld hebben ons met de zoveelste onzinregel opgezadeld, die bovendien niet konsequent (hoe spel je dat ook alweer?) toegepast.

Wanneer een nieuwe regel zo evident schadelijk voor een efficiente informatie overdracht is, dient deze genegeerd te worden.

Overigens is de formulering 'Syndroom van X' voor de niet ingevoerde lezer nog duidelijker dan de eigennaam als een bijvoegelijk naamwoord ervoor plaatsen en dat zou wat mij betreft de voorkeur verdienen.

Martijn Breuning

Jan
van der Meer

De dienstdoende assistent vraagt voor de patiënt met pneumonie niet alleen een cardiogram maar ook een citogram van het sputum aan, een term die bij voldoende gebruik het volgende Groene Boekje zal halen. Bij ongewijzigd beleid zal het NTvG dan gedwee volgen, want ' voor de redactionele bewerking van de teksten in het NTvG blijft ons streven om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het hedendaagse Nederlands en de geautoriseerde spelling daarvan.'  En dat terwijl het Tijdschrift vroeger zelf de autoriteit was aangaande de spelling van medische termen. Het Geneeskundig Woordenboek uit 1923 van de veelgeprezen redacteur van het NTvG dr. H.Pinkhof is hiervan het blijvende resultaat. In de recente 12e druk - van dezefde uitgever als het NTvG!  -heeft Pinkhof zich ontworsteld aan de wurgende greep van het Groene Boekje, en mogen Down en Gram weer met hoofdletters geschreven worden. Dit volgens de 'medische vaktaalspelling' die in 2011 zelfs is toegelaten door de Nederlandse Taalunie.

'Het Pinkhof Geneeskundig Woordenboek is alom bekend als hét Nederlandstalige woordenboek voor medische termen'  schrijft het NTvG op 3-2-2012, een aanbeveling voor elke schrijver van medisch proza. Het is dan ook te zot voor woorden wanneer de Gram van Pinkhof in het NTvG wordt verkleind tot gram. Mijn advies: gedenk en volg Pinkhof!

Jan van der Meer

Jan
van der Meer

De suggestieve verwijzing van de redacteuren Kabos naar de nostalgische spelling van enkele vakverenigingen doet volstrekt niet ter zake in deze discussie. Ik pleit er immers niet voor om de N in NTvG weer als Nederlandsch te schrijven.

De zaak waar het hier wel om gaat is: volgen we in medisch Nederland Pinkhof of het Groene Boekje? Een modern en -ook door het duo Kabos - gerespecteerd medisch woordenboek of een woordenlijst voor de gemiddelde leek? Pinkhof wordt samengesteld door en voor vakgenoten, het Groene Boekje niet. Het NTvG wordt samengesteld en gelezen door vakgenoten. Leerboeken zullen de vaktaal toepassen. Logisch dat het Tijdschrift voor Pinkhof zou moeten kiezen, alleen al om verdere Babylonische spraakverwarring te voorkomen.

 

Jan van der Meer

Martin
Kabos

Juist om spraakverwarring te voorkomen, heeft het onze voorkeur dat ook medici één uniforme spelling zouden volgen. Deze situatie was bereikt doordat de spelling zoals die beschreven wordt in het Groene boekje en Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal, werd nagevolgd door o.a. het NTvG. Ook Pinkhof paste deze uniforme spelling toe.

De consequentie van de medische vaktaalspelling die Pinkhof nu voorstelt, is dat medici uit twee spellingsvarianten kunnen kiezen: één voor communicatie met vakgenoten en één voor communicatie met niet-vakgenoten. Dit is verwarrend en wij sluiten daarom aan bij de afwegingen van de redactie van het NTvG.

Bovendien geeft Pinkhof bij de termen gespeld volgens het Groene boekje (‘downsyndroom’) het label ‘(niet-vaktaalspelling)’. Dit is sturend, want welke arts wil er nu niet-vaktaal gebruiken?

Het Groene boekje (2005) is eenduidig: schrijf alle eponiemen met een kleine letter. Veel eponiemen worden nu met kleine letters geschreven, zoals we in onze eerste reactie aangaven. Onze Taal noemt meer dan 400 voorbeelden. Wie hiervan afwijkt, gaat toch ‘terug in de tijd’. Gaan we nu weer ‘Röntgen-straling’, ‘Schwannoom’, ‘Petri-schaal’, ‘Freudiaans’, ‘Erlenmeyer’, ‘Darwinisme’ en ‘Cooper-test’ schrijven?

Tot besluit: onze opmerking over een ‘nostalgische’ spelling was niet suggestief bedoeld; het is een reëel probleem voor redacties dat nog niet alle auteurs vertrouwd zijn met de spellingswijzigingen uit 1995 en 2005, zoals Walvoort reeds constateerde. Wij zouden overigens niet graag zien dat deze spellingsdiscussie de gemoedsrust van de auteurs net zo zal beïnvloeden als eerder in dit tijdschrift gebeurde.

 

Martin en Karin Kabos

Arnoud
van den Eerenbeemt

Taal verandert. Ooit droeg men aan één voet een schoe (vgl. Engels shoe, Duits Schuh) en trok men ’s ochtends beide schoen aan. Ons taalgebied kent weinig spellingwijzigingen in vergelijking met bijvoorbeeld Noorwegen, waar de spelling vrijwel jaarlijks wordt aangepast. Onze spellingregels zijn substantieel aangepast in 1954 en 1995. Een taal waarvan spellingonderhoud wordt uitgesteld, zoals het Engels, kampt algauw met schrijfwijzen die het verband met de gehoorde uitspraak verliezen, wat dan tot spellingonzekerheid leidt.

Elke taal heeft haar spellingopvattingen: Britten schrijven coeliac syndrome, Amerikanen celiac syndrome en Duitsers Zöliakie. De anatomenbond FICAT paste in 1998 de schrijfwijze van Latijnse termen aan ten behoeve van de Terminologia Anatomica. Over een eeuw spellen wij ‘ginekologi’ en lachen wij om ‘gynaecologie’. Noorse mdl-artsen schrijven al søliaki waar menige Nederlander moeizaam ‘coeliakie’ spelt en gist naar de uitspraak (‘koeliejakkie’?).

Als redacteur van Pinkhof Geneeskundig woordenboek moest ik in 1995 wennen aan niet alleen ‘product’ en ‘gebruikmaken’, maar ook ‘katheter’, ‘cyste’, ‘re-infusie’, ‘anaeroob’, ‘feces’ en ‘ruggenmerg’. Herman Pinkhof beschreef in 1923 ‘arrhythmie’ en zou van ‘aritmie’ opkijken. Ook hij moest taalkundige keuzes maken – nu eens een bastaardvorm, dan weer een klassieke vorm – en lichtte dit toe in zijn voorwoord.

De Pinkhof-redactie vernederlandst spaarzaam Latijnse begrippen die verregaand ingeburgerd zijn, veelal in overleg met het NTvG. De nieuwe hoofdvorm wordt dan gevolgd door de klassieke variant: ‘pemfigus [N], pemphigus [L] in analogie met ‘flegmone [N], phlegmona [L] en ‘epifyse [N], epiphysis [L]’. Het woordenboek houdt zich evenals het NTvG aan de Woordenlijstspelling – ‘gedwee’, zo men wil, want de overheid stelt de Woordenlijstspelling verplicht voor het onderwijs. De spellingregels zijn vastgelegd in de Technische handleiding, die wij raadplegen. De Spellingcommissie, werkend onder toezicht van de Nederlandse Taalunie, onderkent de beperkingen van deze regels voor vakterminologie en heeft daarom meegewerkt aan de medische vaktaalspelling. Die voorkomt spellingvormen als ‘de quervainthyreoïditis’, ‘giacominivene’, ‘hajekulcus’, ‘hashimototoxicose’, ‘hebraprurigo’, ‘hyrtlplexus’, ‘mcnemartest’, ‘mikuliczafte’, ‘nabothei’, ‘stearnsamentie’, ‘tay-sachschoroïditis’ en ‘unnanaevus’. Wie niet wil kiezen tussen ‘wolff-parkinson-whitesyndroom’ en ‘Wolff-Parkinson-White-syndroom’, gebruike het betekenisdragende synoniem ‘pre-excitatiesyndroom’.

Het ‘Groene boekje’ strekt zich niet uit tot vaktermen als ‘citogram’, ‘densitogram’, ‘cytogram’, ‘cystogram’ en het denkbeeldige ‘sitogram’ (sitologie = voedingsleer). Pinkhof Geneeskundig woordenboek markeert‘citogram’ als jargonterm en verwijst naar het bedoelde ‘citogrampreparaat; vaktaalspelling: cito-Gram-preparaat’.

Als de twitteraar ‘@dokterstaal’ heb ik onlangs vakbroederlijk een tweet aan mijn illustere voorganger Herman Pinkhof gewijd.

 

Arnoud van den Eerenbeemt, redacteur Pinkhof Geneeskundig woordenboek