Literatuur Q-koorsvaccin beperkt

Literatuur Q-koorsvaccin beperkt
Lucas Mevius
Leestijd
2 minuten
Citeren

artikel

De effectiviteit van het Q-koortsvaccin is erg hoog in hoogrisicogroepen, zo blijkt uit een review van Giedre Gefenaite (UMCG) en collega’s in Vaccine (2011;29:395-9). Op basis van de literatuur is echter niets te zeggen over de effectiviteit van het vaccin in de algemene bevolking of in specifieke groepen patiënten.

Gefenaite et al. zochten in PubMed studies naar de effectiviteit van het Q-koortsvaccin, met ruwe data. Van 7 gevonden studies analyseerden zij de onderzoeksopzet en en de beperkingen daarin. Behalve de vrijwilligers in 2 experimentele studies bestonden de studiepopulaties voornamelijk uit personen met een hoog Q-koortsrisico: slachthuismedewerkers en laboratoriumpersoneel. 4 studies testten het Australische vaccin Q-Vax.

De vaccineffectiviteit lag tussen 91% en 100%, de gemiddelde effectiviteit uit de gepoolde ruwe data was 97%. Na exclusie van patiënten die binnen 15 dagen na vaccinatie Q-koortssymptomen kregen – die waarschijnlijk tijdens de incubatieperiode gevaccineerd waren – steeg dit tot 99%. Q-Vax was in 98% van de gevallen effectief en zelfs in 100% na exclusie van deelnemers die Q-koorts kregen binnen 15 dagen na vaccinatie.

Bias en over- of onderschatting van de effectiviteit zijn op basis van de geselecteerde studies niet uit te sluiten, vanwege verschillende inclusie- en exclusiecriteria, onduidelijke of afwezige definities van Q-koortsgevallen en verschillen in uitgangskenmerken van studiedeelnemers. De auteurs verwachten dat het vaccin ook bij andere groepen mensen effectief is, maar de huidige resultaten zijn vanwege de specifieke studiepopulaties niet generaliseerbaar naar bijvoorbeeld zwangeren, immuungecompromitteerde personen, patiënten met hart- en vaatziekten of de algemene bevolking.

Onlangs besloot de overheid op advies van de Gezondheidsraad Q-Vax aan te bieden aan mensen met specifieke hart- en vaatziekten, die nog niet eerder met de Q-koortsbacterie in aanraking zijn gekomen. Huisartsen kunnen nu overwegen hun patiënten over vaccinatie te informeren. In het gebied waar mensen een hoger risico lopen op besmetting met Coxiella burnetii – het werkgebied van GGD Hart voor Brabant – verschijnen advertenties in lokale en regionale kranten.

Reacties

Naar aanleiding van de opmerkingen over het gebrek aan literatuur over vaccinatie van mensen tegen Q koorts heb ik de volgende aanvulling. Inderdaad is het vaccin alleen onderzocht bij groepen werknemers en vrijwilligers. Juist daarom is het jammer dat de Gezondheidsraad de werknemers in Nederland alleen in de kantekeningen heeft genoemd. Dit is mede veroorzaakt door de beperkte vraagstelling van de Minister in deze. Toch lopen werknemers logischer wijze de hoogste kans ziek te worden door dit agens waarvan de infectieuze dosis zeer laag is: enkele coxiella's zijn genoeg. Bij onderzoek van dierenartsen en geitenhouders blijkt meer dan 80% besmet te zijn. Ook studenten diergeneeskunde raken in de loop van hun studie steeds meer besmet. In Australie wordt Q koorts (waarschijnlijk mede door een andere bevolkingsdichtheid rondom de schapenteelt) vooral gezien als beroepsziekte. En voor werknemers blijkt het vaccin daar goed te werken. De Europese regelgeving op arbo gebied en deze is in ons land 1 op 1 overgenomen, stelt dat iedere werknemer die blootstaat aan een agens waartegen een vaccin bestaat, recht heeft op een gratis aanbod van vaccinatie. Daarnaast is iedere werkgever verplicht een goede risicoinventarisatie te doen en alle effectieve maatregelen te nemen ter bescherming van de werknemers EN de omgeving. Ik vraag mij af waarom er nog geen onderzoek bij werknemers in de vleesverwerking gedaan is. Tenslotte stelt de Gezondheidsraad dat bij bloed/bloed contact nog nader advies zal volgen. Hoewel dit zeldzaam is is het zeer wel mogelijk dat operatiepersoneel, personeel dat assisteert bij bevallingen en zij die obducties doen besmet raken tijdens hun werk. Alleen van deze laatste is een casus in de literatuur bekend. Gezien de unieke omvang van de Nederlandse uitbraak ligt hier een kans op onderzoek van deze risico's. Helaas zijn arbeidsomstandigheden geen terrein van specifieke aandacht op dit moment voor de Overheid, zoals bij deze al jaren durende uitbraak is gebleken.

 

Harry Stinis, bedrijfsarts-onderzoeker, NCvB-Coronelinstituut