Langetermijncomplicaties na behandeling voor zaadbalkanker en hodgkinlymfoom
Open

Stand van zaken
19-11-2010
A.W. (Sandra) van den Belt-Dusebout, Berthe M.P. Aleman, Jourik A. Gietema, Ronald de Wit, Mars B. van ’t Veer, P.J. (Elly) Lugtenburg, A.D.G. (Stijn) Krol en Floor E. van Leeuwen
  • Bij patiënten die in het verleden wegens zaadbalkanker of hodgkinlymfoom zijn behandeld met radiotherapie of chemotherapie zijn er langetermijnrisico’s op nieuwe maligniteiten en hart- en vaatziekten beschreven.

  • 2 patiëntencohorten – gediagnosticeerd in de periode 1965-1995 in diverse ziekenhuizen in Nederland – zijn inmiddels gemiddeld bijna 20 jaar gevolgd.

  • Beide patiëntengroepen hebben een hoger risico op een nieuwe maligniteit of hart- en vaatziekten na bestraling of chemotherapie dan de algemene bevolking en dan patiënten die geen of minder intensieve bestraling of chemotherapie hebben ondergaan.

  • Vanwege het feit dat voor curatie van hodgkinlymfoom intensievere behandeling nodig is dan voor zaadbalkanker, zijn de risico’s op een nieuwe maligniteit of hart- en vaatziekten voor hodgkinlymfoomoverlevenden aanzienlijk hoger dan voor zaadbalkankeroverlevenden.

  • De langetermijnrisico’s op nieuwe maligniteiten en hart- en vaatziekten zijn voor beide patiëntengroepen tot minstens 25 jaar na de behandeling nog verhoogd.

  • Vanwege het relatief hoge risico op late behandelingscomplicaties zijn duidelijke richtlijnen voor de follow-up van overlevenden van hodgkinlymfoom en zaadbalkanker nodig.