Langdurige farmacotherapie bij paniekstoornis

Onderzoek
C.M.M. Vleugels
N. Adamo
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138:425
Download PDF

De paniekstoornis is een angststoornis die gekenmerkt is door recidiverende onvoorspelbare aanvallen van intense angst. Vaak voorgeschreven psychofarmaca bij paniekstoornis zijn het benzodiazepine alprazolam en het antidepressivum imipramine. In een artikel van Van Balkom et al. wordt een overzicht gegeven van 15 onderzoekingen naar de werkzaamheid van benzodiazepinen bij paniekstoornis na 2 tot 15 weken behandeling.1 Resultaten van prospectieve onderzoekingen naar effecten van langdurige farmacotherapie (langer dan 6 maanden) met alprazolam en imipramine bij paniekstoornis zijn niet bekend. Schweizer et al. en Rickels et al. vergeleken in twee gecombineerde onderzoekingen de effecten van onderhoudstherapie met alprazolam en imipramine.23 Het eerste betrof een prospectief dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek bij 106 patiënten met een volgens DSM-III gediagnostiseerde paniekstoornis (60) of agorafobie met paniekaanvallen (40). De patiënten werden gedurende 8 weken behandeld met flexibele doses alprazolam (n = 37), imipramine (n = 34) of placebo (n = 35). Patiënten die na deze initiële behandeling waren verbeterd, kregen een vervolgbehandeling van 24 tot 32 weken. Het resultaat werd geobjectiveerd met de gebruikelijke beoordelingsschalen en vragenlijsten die door patiënt, arts of beiden werden ingevuld. Geconcludeerd werd dat tijdens de initiële behandeling zowel alprazolam als imipramine statistisch significant meer angstvermindering gaf dan placebo. Er was geen verschil in werkzaamheid tussen alprazolam en imipramine, maar in de imipraminegroep waren statistisch significant meer uitvallers (41 versus 11); in de placebogroep viel 57 uit. In tegenstelling tot in de placebogroep werd uitval in de imipraminegroep hoofdzakelijk veroorzaakt door bijwerkingen (71 versus 10). Aan het einde van de initiële behandeling was de gemiddelde dosering alprazolam 5,6 (SD 2,0) mg en imipramine 174 (44) mg. Alle patiënten die de vervolgbehandeling voltooiden, hadden geen paniekstoornissen meer (alprazolam n = 27, imipramine n = 11 en placebo n = 10). Er ontstond geen tolerantie voor aprazolam en imipramine.

In het tweede onderzoek is het effect bestudeerd van het uitsluipen van de medicatie bij patiënten die de onderhoudstherapie voltooiden (doseringen alprazolam 5,2 (2,2) mg en imipramine 175 (55) mg). De uitsluipperiode bedroeg 4 weken. De auteurs constateerden een tijdelijk onttrekkingssyndroom bij 63 van de alprazolamgroep. Daarom hervatte 33 van de al prazolamgroep de medicatie tegen niemand uit de imipramine-en de placebogroep. Deze patiënten gebruikten gelijke doseringen alprazolam als vóór de uitsluipperiode (6,9 (2,5) mg). Het onttrekkingssyndroom trad met name op bij patiënten met ernstige angstklachten voor aanvang van de therapie.

De beschreven onderzoekingen laten zien dat alprazolam op korte termijn betere therapietrouw met zich brengt dan imipramine. Het voordeel op korte termijn moet echter afgewogen worden tegen de nadelen van uitsluipen van alprazolam op lange termijn.

Literatuur
  1. Balkom AJLM van, Dyck R van, Oosterbaan D. Benzodiazepinenals farmacotherapeutische mogelijkheid bij de behandeling van paniekstoornis.Ned Tijdschr Geneeskd 1992; 9:410-3.

  2. Schweizer E, Rickels K, Weiss S, Zavodnick S. Maintainancedrug treatment of panic disorder. I. Results of a prospective,placebo-controlled comparison of alprazolam and imipramine. Arch GenPsychiatry 1993; 50: 51-60.

  3. Rickels K, Schweizer E, Weiss S, Zavodnick S. Maintenancedrug treatment for panic disorder. II. Short- and long term outcome afterdrug taper. Arch Gen Psychiatry 1993; 50: 61-8.

Gerelateerde artikelen

Reacties