Artikel
Voordat vaccinatie halverwege de vorige eeuw in Nederland werd ingevoerd, stierven jaarlijks honderden kinderen aan kinkhoest (pertussis).1 Hoewel vaccinatie de morbiditeit en mortaliteit aanzienlijk heeft teruggebracht overlijden wereldwijd, vooral in ontwikkelingslanden, elk jaar nog steeds circa 300.000 kinderen aan kinkhoest (www.who.int). Van de ziekten waartegen in westerse…




Kinkhoest in Nederland
Wij hebben het artikel van met veel interesse gelezen. Het geeft een helder overzicht van de ontwikkelingen in de bestrijding van kinkhoest in een gevaccineerde samenleving en van de dilemma’s en onzekerheden op dit gebied bestaan. Hoe bescherm je jonge zuigelingen tegen een voor hun ernstige ziekte, die endemisch blijft omdat zowel doormaken van de ziekte als vaccinatie slechts tijdelijke en ook onvolledige immuniteit geven? Enkele kanttekeningen achten wij echter op zijn plaats. Zoals de auteurs terecht aangeven is een actieve houding in de curatieve sector van belang om gevallen van kinkhoest in het gezin van jonge zuigelingen op te sporen. In dat geval wordt geadviseerd om het hele gezin profylactisch met antibiotica te behandelen om circulatie van Bordetella pertussis rond de zuigeling te beperken. Dit advies geldt niet enkel voor de LCI-richtlijn maar ook voor de NHG-standaard. De klinische case-definitie van de WHO, waarvan de auteurs aangeven dat deze daarvoor geschikt is, voldoet daarvoor in een gevaccineerde populatie niet. De WHO adviseert deze klassieke case-definitie te gebruiken voor surveillance, waarbij deze met name in aanmerking komt voor gebruik in landen met een lage vaccinatiegraad. In een gevaccineerde populatie komt de klassieke vorm van kinkhoest weinig voor en is zowel voor surveillance als diagnose ongeschikt. Een goede betrouwbare klinische case-definitie ontbreekt in deze setting. Enkel tijdens epidemische verheffingen is ‘hoesten langer dan twee weken’ toepasbaar (sensitiviteit 84-92% en specificiteit 63-90%.1,2 De NHG-standaard adviseert dan ook alleen maatregelen te nemen na laboratoriumdiagnose, tenzij er sprake is van een duidelijke verheffing op bijvoorbeeld creches of scholen of bij contact met met bevestigde kinkhoestpatiënten. De auteurs schetsen terecht de mogelijkheid van vaccinatie van de moeder tijdens het derde trimester van de zwangerschap, waarbij op het kind overgedragen maternale antistoffen de zuigeling waarschijnlijk zullen beschermen. Dat vaccinatie tijdens zwangerschap niet tot weerstand hoeft te leiden blijkt uit de hoge acceptatie van de tetanusvaccinatie aan het einde van de zwangerschap in ontwikkelingslanden. Hiermee wordt wordt de zuigeling door maternale antistoffen beschermd tegen naveltetanus. Daarom is het als keuzemogelijkheid aanbieden van een booster kinkhoest-vaccinatie tijdens het 3e trimester van de zwangerschap een doelmatig alternatief. Als dan eveneens de partner gevaccineerd zou worden vermindert ook daardoor de circulatie van Bordetella pertussis in jonge gezinnen.
Wim Niessen, sociaal-geneeskundige GGD Groningen
Jan Broer, arts-epidemioloog GGD Groningen
Klaas van der Meer, hoogleraar huisartsgeneeskunde UMC Groningen
Literatuur
Petrarca PA, Biellik RJ, Sanden G, Burstyn DG, Mitchell PD, Silverman PR, et al. Sensitivity and specificity of clinical case-definitions of pertussis. Am J Public Health. 1988;78:833-6.
Cherry JD, Grimpel E, Guiso N, Heininger U, Mertsola J. Defining pertussis epidemiology: clinical, microbiological and serological perspectives. Pediatr Infect Dis J. 2005;24(5Suppl):S25-34.
Beperkte immuniteit door gemis aan vervolgvaccinatie.
Vaccinatie tegen kinkhoest geeft slecht voor een beperkte duur immuniteit. De duur van de immuniteit wordt verlengd door periodieke hervaccinatie. Bij iedere hervaccinatie wordt een langer durende immuniteit verkregen. Het huidige vaccinatieschema moet uitgebreid worden met een vaccinatie op 10-12-jarige leeftijd. Dit heeft als voordeel dat vrouwen in de vruchtbare leeftijd voldoende bestand zijn tegen kinkhoest om dit aan de vrucht door te geven. Deze mening is gebaseerd op mijn ervaringen met mijn beide dochters, waarbij de jongste in de 6e klas deel uitmaakte van de Limburgse epidemie in Heel, waarbij wijzelf de huisartsen in Heel moesten informeren dat het ging om kinkhoest. N.B. Er wordt te weinig bekendheid gegeven aan het feit dat de specifieke kenmerken van kinkhoest pas merkbaar worden wanneer het herstel reeds is ingetreden.