Kaneel: niet geschikt als behandeling voor diabetes mellitus

Onderzoek
N. Kleefstra
S.J.J. Logtenberg
S.T. Houweling
S. Verhoeven
H.J.G. Bilo
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:2833-7
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Doel

Inzicht verkrijgen in de beschikbare literatuur omtrent studies met kaneeltoediening als interventie, met de glykemische regulatie als effectmaat.

Opzet

Systematisch literatuuronderzoek.

Methode

Zoekactie in de elektronische database Medline, waarbij gezocht werd op alle mogelijke combinaties van de woorden en ‘medical subject heading’(MeSH)-termen: ‘kaneel’, ‘diabetes mellitus’, ‘HbA1c’ en ‘glucose’. Alle gepubliceerde studies waarin kaneeltoediening bij mens of dier als interventie was toegepast, werden geselecteerd.

Resultaten

Er werden diverse dierstudies en 5 gerandomiseerde, placebogecontroleerde studies bij mensen gevonden. Bij dierstudies werd veelal een gunstig effect beschreven van kaneelinname op de glykemische regulatie. Eén placebogecontroleerde studie uitgevoerd bij mensen met diabetes mellitus type 2 beschrijft gunstige effecten van kaneelinname op de nuchtere glucosewaarden. Geen enkele studie beschrijft een gunstig effect op de HbA1c-concentratie. In een studie bij mensen met diabetes mellitus type 1 werd geen effect van kaneelinname gezien.

Conclusie

Op basis van de huidige beschikbare gegevens zou kaneel niet moeten worden aanbevolen aan patiënten ter verbetering van de glykemische regulatie.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:2833-7

Inleiding

In december 2003 werd in het tijdschrift Diabetes Care een gerandomiseerde studie gepubliceerd over de gunstige effecten van kaneelinname op de glykemische regulatie bij patiënten met diabetes mellitus type 2 (DM2).1 Sindsdien is er veel aandacht voor kaneelsupplementen, ook onder zorgverleners.

Geschiedenis van kaneel

Aan kaneel worden al lange tijd bepaalde medicinale werkingen toegekend. Zo werd kaneel in het verleden onder meer gebruikt bij gastro-intestinale klachten en diabetes mellitus.2

Al in 2000 voor Christus importeerden de Egyptenaren kaneel uit China als medicijn en specerij. Ook in de Romeinse tijd werd het gebruikt: keizer Nero verbrandde een jaarvoorraad tijdens de uitvaart van zijn vrouw om de goden gunstig te stemmen.3 In de middeleeuwen was het bezit van specerijen een statussymbool en werd kaneel onder andere gebruikt als medicijn bij hoest en, zoals gezegd, gastro-intestinale klachten, maar ook om de geur van rottend vlees te maskeren.4 Het vroegere Ceylon, nu Sri Lanka geheten, waar de kaneelbomen groeiden, was tijdens de koloniale tijd aanvankelijk in handen van de Portugezen. In het midden van de 17e eeuw eigende de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) zich dit gebied toe, waarna zij vrijwel wereldwijd een monopoliepositie in de handel van kaneel verkreeg.5 De huidige productiemethoden van kaneel zijn dan ook gebaseerd op ontwikkelmethoden van de Nederlanders in die tijd.6

Rationale voor werkzaamheid van kaneel bij diabetes

Waar kaneel precies aangrijpt in het glucosemetabolisme is niet geheel opgehelderd. Meerdere bestanddelen van kaneel kunnen hierbij een rol spelen.

Het bestanddeel methylhydroxychalconpolymeer stimuleert de autofosforylatie van de insulinereceptor en zorgt zodoende voor een verhoogde glucoseopname in de cel. Tevens zorgt het tegelijkertijd voor een verhoogde activiteit van het enzym glycogeensynthetase.7 Deze mechanismen leiden tot een bloedglucoseverlagend effect. Verder zou methylhydroxychalconpolymeer in combinatie met insuline een synergistisch effect kunnen hebben.

Een andere verklaring voor het mogelijke bloedglucoseverlagende effect van kaneel is activatie van het enzym insulinereceptorkinase.8 Meerdere in-vitrostudies toonden een insulinemimetisch effect van kaneel of kaneelextract aan.9-12 In een andere studie leken kaneel en insuline elkaar echter juist tegen te werken.13

Om inzicht te krijgen in de beschikbare literatuur betreffende kaneelinname en de effecten daarvan op het glucosemetabolisme verrichtten wij een systematisch literatuuronderzoek. Hierbij werd gezocht naar gerandomiseerde studies en systematische reviews waarin gekeken werd naar de effecten van kaneelinname bij mens en dier, met en zonder diabetes, op de glykemische regulatie (glucosewaarden, maar met name ook het geglyceerde hemoglobine (HbA1c)).

methode

Twee van de auteurs (N.K. en S.J.J.L.) voerden een zoekactie uit naar relevante artikelen in de elektronische database Medline. Er werd gebruikgemaakt van alle mogelijke combinaties van de woorden en ‘medical subject heading’(MeSH)-termen: ‘kaneel’, ‘diabetes mellitus’, ‘HbA1c’ en ‘glucose’ (tabel 1). Artikelen opgenomen in Medline tot 16 april 2007 werden geselecteerd. Alle artikelen over mensen of dieren die kaneel toegediend hadden gekregen als interventie werden geselecteerd. Uit de studies uitgevoerd bij mensen werd informatie verzameld over de studieopzet (randomisatie, controlegroep (placebogroep) en blindering), de populatie (de aandoening: diabetes mellitus type 1 of 2, of anderszins, en patiëntenaantallen), de interventie (duur van de kaneeltoediening en dosering) en de resultaten (nuchtere glucosewaarden en HbA1c-concentratie).

Wat betreft de studies bij mensen kwamen beide auteurs uit op dezelfde zoekresultaten. Wat betreft de dierstudies was er een verschil van 1 studie; deze studie wordt, na onderling overleg, wel besproken in dit artikel.14

resultaten

De zoekactie leverde in totaal 84 artikelen op. Na het doorlezen van de titels en, zo nodig, de samenvatting bleven er 19 artikelen over waarin de effecten van kaneel bij mens of dier werden beschreven. Een systematische review werd niet gevonden. Vijf van de artikelen betroffen placebogecontroleerde interventiestudies uitgevoerd bij mensen.1 15-18 De overige 14 artikelen beschreven in-vitro- of in-vivostudies bij ratten of muizen.

Studies bij dieren

De dierstudies lieten over het algemeen een verbetering van de insulinegevoeligheid9-12 19 en een verlaging van de glucosewaarden zien na toediening van kaneel of kaneelextract,9 11 13 20-23 met uitzondering van 2 studies.14 24 De effecten waren dosisafhankelijk.21 Eén studie liet tevens een daling van de HbA1c-concentratie zien.23 Een andere studie toonde echter dat de glucosewaarden dosisafhankelijk stegen indien kaneel werd toegediend in combinatie met insuline.13 Effecten op de insulineconcentraties waren niet eenduidig.20 22 24

Een gebruikelijke methode om bij muizen diabetes te induceren voor onderzoek is de toediening van streptozotocine; deze leidt namelijk tot ?-celdestructie. Toediening van kaneel gedurende 1 week, voorafgaand aan de toediening van streptozotocine, voorkwam het ontstaan van diabetes, terwijl diabetes wel ontstond in de controlegroep die geen kaneel toegediend had gekregen.25 Dit zou kunnen betekenen dat kaneel een ?-celbeschermend effect heeft en daardoor mogelijk een rol speelt in de preventie van diabetes en het voorkomen van verdere progressie van de aandoening.

Studies bij mensen (tabel 2).

De in de inleiding genoemde studie naar het effect van kaneel op de glykemische regulatie bij patiënten met DM2 werd uitgevoerd in Pakistan.1 De patiënten in deze studie gebruikten allemaal glibenclamide en geen insuline, waren ouder dan 40 jaar en werden geïncludeerd bij nuchtere glucosewaarden van 7,8-22,2 mmol/l. Er werden geen placebogecontroleerde analysen van veranderingen van de glucosewaarden in de verschillende interventiegroepen uitgevoerd of gerapporteerd. Naast een daling van de glucosewaarden werd er in alle interventiegroepen een verbetering gezien van de waarden voor triglyceriden, totaalcholesterol en LDL-cholesterol. De waarden voor HDL-cholesterol veranderden niet significant. De HbA1c-concentratie werd niet vermeld.

Duitse onderzoekers bestudeerden de effecten van de toediening van kaneel bij patiënten met DM2 die alleen werden behandeld met een dieet of orale bloedglucoseverlagende middelen.16 De nuchtere glucosewaarde daalde bij hen significant sterker dan in de placebogroep. De HbA1c-concentratie bleef zowel in de kaneelgroep als in de placebogroep onveranderd; dit gold ook voor de lipidewaarden.

In Nederland werd onderzoek verricht naar het effect van kaneelinname bij 25 postmenopauzale vrouwen met DM2, die daarvóór alleen met een dieet of orale bloedglucoseverlagende middelen waren behandeld.17 Er werden tussen de interventie- en de controlegroep geen verschillen gevonden voor nuchtere glucosewaarde, HbA1c-concentratie, vetspectrum en parameters voor insulineresistentie en insulinegevoeligheid.

Van een Amerikaans onderzoek naar het effect van de toediening van kaneelextract bij vrouwen met een polycysteus ovariumsyndroom was ten tijde van ons literatuuronderzoek alleen een abstract beschikbaar.15 Het polycysteus ovariumsyndroom wordt onder andere gekenmerkt door aanwezigheid van een hogere insulineresistentie en een verhoogd risico van het optreden van DM2.26 De gemiddelde leeftijd van de deelnemers in deze studie was 31 jaar. De nuchtere bloedglucosewaarde daalde in zowel de kaneel- als de placebogroep. Er werd geen placebogecontroleerde analyse uitgevoerd.

Een ander Amerikaans onderzoek waarin de effecten van kaneeltoediening bij patiënten met diabetes mellitus type 1 (DM1) werden onderzocht, is recentelijk gepubliceerd.18 De patiënten in het onderzoek waren 13-18 jaar oud. Hun werd door de onderzoekers dagelijkse inname van een capsule met kaneel of placebo voorgeschreven; verder werd er niets veranderd in de diabetesbehandeling. Na drie maanden werd er geen effect gezien op de HbA1c-concentratie, de benodigde insulinehoeveelheid of de frequentie van hypoglykemieën.

Bijwerkingen

Kaneel zou op theoretische gronden een aantal bijwerkingen kunnen hebben. Het is samengesteld uit verschillende stoffen, waaronder cumarine en essentiële oliën, waarbij geldt dat kaneelextract over het algemeen minder van deze beide stoffen bevat dan kaneel in pure vorm. Van natuurlijk cumarine is beschreven dat het een effect op de stolling kan hebben.27 28 Essentiële oliën kunnen allergische reacties uitlokken.29 30

In één van de studies kreeg een patiënt urticaria na inname van kaneel.18 In de familie van deze patiënt bleken meer familieleden allergisch te zijn voor kaneel. Teratogene en carcinogene effecten van componenten van kaneel zijn beschreven in dierstudies en in casuïstiek.31-33 Het Duitse federale instituut voor risicoassessment (BfR) stelt in een in augustus 2006 verschenen rapport dat gezondheidsrisico’s bij het gebruik van kaneel niet uit te sluiten zijn (http://www.bfr.bund.de/cm/245/high_daily_intakes_of_cinnamon_health_ris…).

beschouwing

Onderzoek naar de effecten van kaneeltoediening bij ratten of muizen liet tot nu toe vaak gunstige resultaten voor diabetesgerelateerde parameters zien. Echter, in dergelijk onderzoek bij mensen konden deze resultaten over het algemeen niet gereproduceerd worden. In twee studies onder patiënten met DM2 en één studie onder patiënten met polycysteus ovariumsyndroom werd weliswaar een verbetering van de nuchtere glucosewaarden gezien,1 15 16 maar dit effect bleef maar in één studie bestaan als er voor het placebo-effect werd gecontroleerd. Deze studie liet een gemiddelde daling zien van de nuchtere glucosewaarden van –1,11 mmol/l in de onderzochte groep, versus –0,35 mmol/l in de placebogroep (p = 0,038).16 Ook in een studie bij patiënten met DM1 werden geen gunstige resultaten gevonden.18 In geen van de studies kon een gunstig effect van kaneelinname op de HbA1c-concentratie worden aangetoond.

De HbA1c-concentratie is dé parameter voor de controle van de glykemische regulatie; ze is de enige parameter die gerelateerd is aan chronische complicaties, en zegt iets over de glykemische regulatie in de voorafgaande 6-8 weken.34 In de Pakistaanse studie is niet naar de HbA1c-concentratie gekeken, wat bij een studieduur van 60 dagen en een suppletieduur van 40 dagen zeker had gekund.1 Andere belangrijke beperkingen van deze studie zijn de (relatief) korte studieduur en het ontbreken van placebogecontroleerde analysen. De studie levert geen bewijs voor een door kaneel veroorzaakte glucosedaling. De conclusie van de auteurs dat kaneel de glucoseregulatie verbetert, is daarom niet gerechtvaardigd. Bovendien werd de studie uitgevoerd bij mensen van Pakistaanse afkomst. Het is aangetoond dat de inname van andere supplementen dan kaneel, bijvoorbeeld chroom, bij mensen met een niet-westerse achtergrond andere effecten heeft dan bij mensen met een westerse achtergrond.35 36

conclusie

Op basis van de beschikbare literatuur, waarin slechts eenmalig in een placebogecontroleerde studie gunstige effecten op nuchtere glucosewaarden, maar niet op de HbA1c-concentratie zijn beschreven, is er geen argument om kaneelinname aan te bevelen aan patiënten ter verbetering van de glykemische regulatie. Hierbij zijn mogelijke schadelijke bijwerkingen buiten beschouwing gelaten; deze zijn overigens in de door ons bestudeerde onderzoeken niet gevonden.

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur
  1. Khan A, Safdar M, Ali Khan MM, Khattak KN, Anderson RA. Cinnamon improves glucose and lipids of people with type 2 diabetes. Diabetes Care. 2003;26:3215-8.

  2. Bailey CJ, Day C. Traditional plant medicines as treatments for diabetes. Diabetes Care. 1989;12:553-64.

  3. Sidney W. Mintz, sweetness and power. The place of sugar in modern history. New York: Viking; 1985.

  4. Klein RM. The green world. An introduction to plants and people. New York: Harper and Row; 1979.

  5. Adams J. Principals and agents, colonialists and company men: the decay of colonial control in the Dutch East Indies. Am Soc Rev. 1996;61:12-28.

  6. Wijesekera RO. Historical overview of the cinnamon industry. CRC Crit Rev Food Sci Nutr. 1978;10:1-30.

  7. Jarvill-Taylor KJ, Anderson RA, Graves DJ. A hydroxychalcone derived from cinnamon functions as a mimetic for insulin in 3T3-L1 adipocytes. J Am Coll Nutr. 2001;20:327-36.

  8. Imparl-Radosevich J, Deas S, Polansky MM, Baedke DA, Ingebritsen TS, Anderson RA, et al. Regulation of PTP-1 and insulin receptor kinase by fractions from cinnamon: implications for cinnamon regulation of insulin signalling. Horm Res. 1998;50:177-82.

  9. Qin B, Nagasaki M, Ren M, Bajotto G, Oshida Y, Sato Y. Cinnamon extract (traditional herb) potentiates in vivo insulin-regulated glucose utilization via enhancing insulin signaling in rats. Diabetes Res Clin Pract. 2003;62:139-48.

  10. Anderson RA, Broadhurst CL, Polansky MM, Schmidt WF, Khan A, Flanagan VP, et al. Isolation and characterization of polyphenol type-A polymers from cinnamon with insulin-like biological activity. J Agric Food Chem. 2004;52:65-70.

  11. Kim SH, Hyun SH, Choung SY. Antioxidative effects of Cinnamomi cassiae and Rhodiola rosea extracts in liver of diabetic mice. Biofactors. 2006;26:209-19.

  12. Cao H, Polansky MM, Anderson RA. Cinnamon extract and polyphenols affect the expression of tristetraprolin, insulin receptor, and glucose transporter 4 in mouse 3T3-L1 adipocytes. Arch Biochem Biophys. 2007;459:214-22.

  13. Roffey B, Atwal A, Kubow S. Cinnamon water extracts increase glucose uptake but inhibit adiponectin secretion in 3T3-L1 adipose cells. Mol Nutr Food Res. 2006;50:739-45.

  14. Onderoglu S, Sozer S, Erbil KM, Ortac R, Lermioglu F. The evaluation of long-term effects of cinnamon bark and olive leaf on toxicity induced by streptozotocin administration to rats. J Pharm Pharmacol. 1999;51:1305-12.

  15. Wang JG, Anderson RA, Graham 3rd GM, Chu MC, Sauer MV, Guarnaccia MM, et al. The effect of cinnamon extract on insulin resistance parameters in polycystic ovary syndrome: a pilot study. Fertil Steril. 2007;88:240-3.

  16. Mang B, Wolters M, Schmitt B, Kelb K, Lichtinghagen R, Stichtenoth DO, et al. Effects of a cinnamon extract on plasma glucose, HbA, and serum lipids in diabetes mellitus type 2. Eur J Clin Invest. 2006;36:340-4.

  17. Vanschoonbeek K, Thomassen BJ, Senden JM, Wodzig WK, Loon LJ van. Cinnamon supplementation does not improve glycemic control in postmenopausal type 2 diabetes patients. J Nutr. 2006;136:977-80.

  18. Altschuler JA, Casella SJ, Mackenzie TA, Curtis KM. The effect of cinnamon on A1C among adolescents with type 1 diabetes. Diabetes Care. 2007;30:813-6.

  19. Qin B, Nagasaki M, Ren M, Bajotto G, Oshida Y, Sato Y. Cinnamon extract prevents the insulin resistance induced by a high-fructose diet. Horm Metab Res. 2004;36:119-25.

  20. Verspohl EJ, Bauer K, Neddermann E. Antidiabetic effect of cinnamomum cassia and cinnamomum zeylanicum in vivo and in vitro. Phytother Res. 2005;19:203-6.

  21. Kim SH, Hyun SH, Choung SY. Anti-diabetic effect of cinnamon extract on blood glucose in db/db mice. J Ethnopharmacol. 2006;104:119-23.

  22. Kannappan S, Jayaraman T, Rajasekar P, Ravichandran MK, Anuradha CV. Cinnamon bark extract improves glucose metabolism and lipid profile in the fructose-fed rat. Singapore Med J. 2006;47:858-63.

  23. Subash Babu P, Prabuseenivasan S, Ignacimuthu S. Cinnamaldehyde – a potential antidiabetic agent. Phytomedicine. 2007;14:15-22.

  24. Preuss HG, Echard B, Polansky MM, Anderson R. Whole cinnamon and aqueous extracts ameliorate sucrose-induced blood pressure elevations in spontaneously hypertensive rats. J Am Coll Nutr. 2006;25:144-50.

  25. Kwon KB, Kim EK, Jeong ES, Lee YH, Lee YR, Park JW, et al. Cortex cinnamomi extract prevents streptozotocin- and cytokine-induced beta-cell damage by inhibiting NF-kappaB. World J Gastroenterol. 2006;12:4331-7.

  26. Lord JM, Flight IH, Norman RJ. Insulin-sensitising drugs (metformin, troglitazone, rosiglitazone, pioglitazone, D-chiro-inositol) for polycystic ovary syndrome Cochrane review. Cochrane Database Syst Rev. 2003;(3):CD003053.

  27. Hoult JR, Payá M. Pharmacological and biochemical actions of simple coumarins: natural products with therapeutic potential. Gen Pharmacol. 1996;27:713-22.

  28. Kidane AG, Salacinski H, Tiwari A, Bruckdorfer KR, Seifalian AM. Anticoagulant and antiplatelet agents: their clinical and device application(s) together with usages to engineer surfaces. Biomacromolecules. 2004;5:798-813.

  29. Corex cinnamoni. WHO monographs on selected medicinal plants. Genève: World Health Organisation; 1999. p. 95-104.

  30. Hartmann K, Hunzelmann N. Allergic contact dermatitis from cinnamon as an odour-neutralizing agent in shoe insoles. Contact Dermatitis. 2004;50:253-4.

  31. Maralhas A, Monteiro A, Martins C, Kranendonk M, Laires A, Rueff J, et al. Genotoxicity and endoreduplication inducing activity of the food flavouring eugenol. Mutagenesis. 2006;21:199-204.

  32. Westra WH, McMurray JS, Califano J, Flint PW, Corio RL. Squamous cell carcinoma of the tongue associated with cinnamon gum use: a case report. Head Neck. 1998;20:430-3.

  33. Mantovani A, Stazi AV, Macri C, Ricciardi C, Piccioni A, Badellino E. Pre-natal (segment II) toxicity study of cinnamic aldehyde in the Sprague-Dawley rat. Food Chem Toxicol. 1989;12:781-6.

  34. Rutten GE, Grauw WJ de, Nijpels G, Goudswaard AN, Uitewaal PJ, Does FE van der, et al. NHG-standaard Diabetes mellitus type 2. Huisarts Wet. 2006;49:137-52.

  35. Kleefstra N, Bilo HJ, Bakker SJ, Houweling ST. Chroom en insulineresistentie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2004;148:217-20.

  36. Kleefstra N, Houweling ST, Bakker SJ, Verhoeven S, Gans RO, Meyboom-de Jong B, et al. Chromium treatment has no effect in patients with type 2 diabetes in a Western population. A randomized, double-blind, placebo-controlled trial. Diabetes Care. 2007;30:1092-6.

Auteursinformatie

Isala klinieken, Diabetes Kenniscentrum, Postbus 10.400, 8000 GK Zwolle.

Langerhans Medical Research Group, Zwolle.

Hr.dr.S.T.Houweling, huisarts in opleiding (tevens: arts-onderzoeker); hr.dr.S.Verhoeven, huisarts.

Contact Hr.N.Kleefstra (kleefstra@langerhans.com)

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Diabetes mellitus

Gerelateerde artikelen

Reacties