Inzet van de 'nurse practitioner' bij de behandeling van hartpatiënten: een succesvolle vorm van taakherschikking in de gezondheidszorg

Klinische praktijk
D.J. van Veldhuisen
M.I. Koopmans
T. Jaarsma
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:2528-9
Abstract
Download PDF

Zie ook het artikel op bl. 2544.

De sterk toegenomen vraag naar zorg, die voor een belangrijk deel te maken heeft met de vergrijzing van de bevolking, dreigt de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland de laatste jaren in gevaar te brengen. Niet alleen zijn er zowel absoluut als percentueel veel meer oudere mensen in Nederland, maar oudere mensen hebben ook veel meer ziekten dan jongere. Dit laatste wordt ook wel de ‘dubbele vergrijzing’ genoemd. Het probleem van de disproportioneel stijgende vraag naar zorg heeft evenwel niet alleen met de vergrijzing te maken. Zowel op het gebied van de diagnostiek, als op dat van de behandeling zijn de mogelijkheden enorm gestegen. Ook hierdoor neemt de behoefte aan zorg en vooral personeel toe, en dit laatste kan maar ten dele worden opgelost. Daarnaast blijven de kosten van de gezondheidszorg stijgen en neemt de druk op de staatskas toe.

Taakherschikking in de gezondheidszorg, ofwel het verschuiven van taken van artsen naar andere zorgverleners, in het algemeen verpleegkundigen, kan een oplossing bieden. In het buitenland, vooral in de Verenigde Staten, maar ook in Scandinavië, wordt dit al sinds het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw succesvol gedaan.1 Hoewel meerdere gespecialiseerde verpleegkundigen kunnen worden onderscheiden, worden in het ziekenhuis de ‘nurse practitioner’ en de ‘physician assistant’ het vaakst gezien. In Nederland bestaat de opleiding tot nurse practitioner vanaf 1997-1998 en die tot physician assistant vanaf 2001.

Nurse practitioner

Een nurse practitioner verricht in het algemeen taken op het gebied van traditioneel verpleegkundig handelen (‘care’) en voorts een beperkt aantal medisch-inhoudelijke handelingen, die zijn gerelateerd aan één of meerdere patiëntengroepen (‘cure’). Hij of zij houdt zelfstandig een poliklinisch spreekuur en geeft voorlichting, informatie en adviezen, maar neemt ook een anamnese af. Hij of zij vraagt verder diagnostisch onderzoek aan, verwijst naar paramedici en kan incidenteel geprotocolleerd recepten voorschrijven.

Physician assistant

De taken van de physician assistant gaan in medisch-inhoudelijke zin verder dan die van de nurse practitioner en hij of zij hoeft niet per definitie een verpleegkundige achtergrond te hebben. De physician assistant verricht voornamelijk medisch-inhoudelijke handelingen die zijn gerelateerd aan een medische differentiatie of specialisatie. Deze handelingen worden zelfstandig en structureel verricht en onder supervisie van een arts; hierbij moet men denken aan taken als het doen van lichamelijk onderzoek, het interpreteren van onderzoeksuitslagen, maar ook aan het verrichten van medisch-technische handelingen.

Door de inzet van nurse practitioner en physician assistant kan er een herschikking van taken optreden. Hierbij zullen artsen meer tijd overhouden voor het verrichten van taken die vooralsnog alleen aan hen zijn voorbehouden en die niet gedelegeerd kunnen worden. Daarnaast is een belangrijk aspect dat een dergelijke differentiatie van functies voor veel verpleegkundigen een aantrekkelijk perspectief in hun loopbaan kan bieden.

Herschikking van taken

In Nederland is relatief nog weinig gepubliceerd over ervaringen bij het herschikken van taken in de gezondheidszorg. Het artikel van Broers et al.2 uit het Medisch Centrum Alkmaar in dit nummer van het Tijdschrift is dan ook van belang. Dit centrum heeft al vanaf 1998 nurse practitioners ingezet binnen de afdeling Cardiologie, waarbij de opnameduur daalde met 33 en er een hoge mate van tevredenheid werd gezien bij de behandelde patiënten.3 In het huidige onderzoek werden 200 patiënten na een hartinfarct voor hun nabehandeling gerandomiseerd voor een standaardbehandeling door de assistent-geneeskundige dan wel door de nurse practitioner; beiden werkten onder directe supervisie van de verantwoordelijk cardioloog. Na 1 jaar waren er geen significante verschillen in klinische uitkomsten of opnameduur, maar de tevredenheid over de geboden zorg was significant groter bij patiënten die waren behandeld door de nurse practitioner. Deze beoordeling betrof vooral de informatie die was gegeven over zaken als ziekte, behandeling en leefregels, maar ook de tijd die aan de patiënt was besteed.

Dit resultaat is ondanks enkele beperkingen – waaronder de relatief kleine grootte van de onderzochte patiëntenpopulatie – dan ook zeker interessant. Het onderzoek laat zien dat bij deze patiënten herschikking van taken van artsen naar verpleegkundigen niet alleen mogelijk is, maar zelfs verbetering van resultaat kan geven. De nurse practitioner had meer tijd voor de patiënt en die vond dat hij of zij beter werd geïnformeerd. Eerder onderzoek heeft laten zien, dat een vergelijkbare benadering bij patiënten met coronairlijden ook leidt tot een beter gebruik van voorgeschreven medicatie, zoals lipideverlagers.4 Dit kan mogelijk op langere termijn ook leiden tot een gunstiger beloop van het ziekteproces.

De waarde van verpleegkundige begeleiding en de inzet van de nurse practitioner is inmiddels op meerdere gebieden aangetoond, zowel in Nederland als daarbuiten, en dit betreft vooral onderzoeken bij patiënten met chronische aandoeningen, zoals diabetes mellitus5 en hartfalen. De uitkomst van een grootschalig Nederlands hartfalenonderzoek waarin de waarde van verpleegkundige begeleiding voor ziekenhuisopnamen en sterfte wordt onderzocht,6 wordt later dit jaar verwacht.

Meer inzicht bij patiënten en meer therapietrouw

Het succes van begeleiding door een nurse practitioner of een andere verpleegkundige wordt vooral bepaald doordat patiënten meer inzicht krijgen in hun ziekte en zich mede daardoor beter aan de voorschriften houden. Het zich niet houden aan voorschriften, zowel op het gebied van medicatie als op het gebied van zaken als dieet en leefregels is een ernstig probleem en hierbij blijken kennis op het gebied van de ziekte, maar ook bepaalde percepties, een grote rol te spelen.7 Het beter geven van informatie, zoals in het Alkmaarse project,2 kan derhalve van groot belang zijn.

De gezondheidszorg zal de komende jaren enorm veranderen. De behoefte aan zorg zal sterk toenemen en de inzet van gespecialiseerde verpleegkundigen, zoals de nurse practitioner en de physician assistant, zal ongetwijfeld van grote waarde blijken te zijn. Informatie zal niet alleen meer worden geëist door de patiënt, maar zal sowieso heel belangrijk zijn, omdat deze veelal leidt tot een gunstiger beloop van de ziekte. Het initiatief uit Alkmaar verdient dan ook niet alleen aandacht, maar tevens navolging.

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur

  1. Sekscenski ES, Sansom S, Bazell C, Salmon ME, Mullan F. State practice environments and the supply of physician assistants, nurse practitioners, and certified nurse-midwives. N Engl J Med. 1994;331:1266-71.

  2. Broers CJM, Smulders J, Ploeg TJ van der, Arnold AER, Umans VAWM. ‘Nurse practitioner’ even bekwaam als assistent-geneeskundige voor de behandeling van stabiele patiënten na een recent myocardinfarct, maar met meer tevredenheid bij patiënten. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:2544-8.

  3. Broers CJM, Dekker NJG, Albersnagel-Thijssen EPL, Arnold AER, Burgersdijk C, Umans VAWM. De nurse practitioner als specialist: taakverschuiving op een cardiologische afdeling. Med Contact. 2000;55:1141-4.

  4. Senaratne MPJ, Griffiths J, Mooney D, Kasza L, MacDonald K, Hare S. Effectiveness of a planned strategy using cardiac rehabilitation nurses for the management of dyslipidemia in patients with coronary artery disease. Am Heart J. 2001;142:975-81.

  5. Vrijhoef HJM, Diederiks JPM, Spreeuwenberg C, Wolffenbuttel BHR, Wilderen LJGP van. The nurse specialist as main care-provider for patients with type 2 diabetes in a primary care setting: effects on patient outcomes. Int J Nurs Stud. 2002;39:441-51.

  6. Jaarsma T, Wal MHL van der, Hogenhuis J, Lesman I, Luttik MLA, Veeger NJGM, et al. Design and methodology of the COACH study: a multicenter randomised coordinating study evaluating outcomes of advising and counselling in heart failure. Eur J Heart Fail. 2004;6:227-33.

  7. Wal MHL van der, Jaarsma T, Moser DK, Veeger NJ, Gilst WH van, Veldhuisen DJ van. Compliance in heart failure patients: the importance of knowledge and beliefs. Eur Heart J. 2006;27:434-40.

Auteursinformatie

Universitair Medisch Centrum Groningen, afd. Cardiologie, Postbus 30.001, 9700 RB Groningen.

Hr.prof.dr.D.J.van Veldhuisen, cardioloog; mw.dr.T.Jaarsma, verpleegkundig onderzoeker.

Stichting Zorgvernieuwing, Groningen.

Mw.mr.M.I.Koopmans, gezondheidsjurist.

Contact hr.prof.dr.D.J.van Veldhuisen

Reacties