Intramedullaire fixatie van gecompliceerde femurfracturen

Onderzoek
R. van Doorn
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1995;139:459
Download PDF

Open fracturen van het femur worden vaak veroorzaakt door een hoog-energetisch trauma en gaan dan ook veelal gepaard met andere letsels. Een snelle stabilisatie, bijvoorbeeld door intramedullaire fixatie van de femurfractuur, zou de kans op het ontstaan van het ‘adult respiratory distress syndrome’ kunnen verminderen en zou de patiënten beter verpleegbaar maken. Door intramedullaire fixatie wordt echter de endostale bloedvoorziening onderbroken, hetgeen, in combinatie met een gecontamineerde wond, zou kunnen leiden tot vertraging van de fractuurgenezing en tot een grotere kans op diepe infecties.

Rütter et al. onderzochten retrospectief de behandelingsresultaten van 28 intramedullaire fixaties van open femurfracturen die tussen 1986 en 1992 bij 27 patiënten in het Academisch Ziekenhuis te Utrecht waren verricht.1 De gemiddelde leeftijd van de patiënten bedroeg 28 (uitersten 16-46) jaar. Volgens de classificatie van de Arbeitsgemeinschaft für Osteosynthesefragen (AO) hadden 10 patiënten een enkelvoudige fractuur (type A), 9 patiënten een fractuur met een vlinderfragment (type B), en 9 patiënten een comminutieve fractuur (type C). Het weke-delenletsel (ingedeeld volgens de methode van Gustilo en Anderson) bestond bij 10 patiënten uit een wond die kleiner was dan 1 cm (graad I); bij 9 patiënten was de wond groter dan 2 cm, doch zonder ernstig weefselverlies of huidlappen (graad II); bij de overige patiënten was het weefselverlies ernstiger (graad III). In 2 gevallen moest de operatie worden uitgesteld wegens de slechte algemene toestand van de patiënt. Bij de overige patiënten werd een zorgvuldig wondtoilet verricht, waarna de wond werd gespoeld met een zoutoplossing en vervolgens primair werd gesloten. Tijdens dezelfde narcose vond intramedullaire fixatie van het femur plaats.

Kort na de ingreep overleden 2 patiënten als gevolg van bijkomende letsels. Er deden zich slechts 2 wondinfecties voor: bij 1 patiënt (AO-type C, graad III volgens Gustilo) ontstond een infectie toen de patiënt nog niet was geopereerd en in tractie lag. Bij een andere patiënt (AO-type A en weke-delenletsel graad II) ontstond na de operatie een diepe infectie die werd behandeld door middel van het uitboren van de mergholte en verwisseling van de pen met achterlating van gentamicinekralen. Bij 4 patiënten was in een latere fase heroperatie noodzakelijk wegens misvorming van het femur of de pen. Bij nacontrole bleek bij alle patiënten de knie over ten minste 100° bewogen te kunnen worden en was de functie van de heup normaal. Uiteindelijk konden 19 patiënten hun vroegere werkzaamheden hervatten.

De onderzoekers komen tot de slotsom dat de behandeling van open fracturen van het femur door middel van intramedullaire fixatie een veilige ingreep is. Na een zorgvuldig wondtoilet is de kans op infecties na de operatie gering.

Literatuur
  1. Rütter JE, Vries LS de, Werken C van der.Intramedullary nailing of open femoral shaft fractures. Injury1994;25:419-22.

Gerelateerde artikelen

Reacties