Intoxicatie met blauwe monnikskap (Aconitum napellus)

Klinische praktijk
Rinske M. Tuinema
Ruben Uijlings
Marieke A. Dijkman
Marcel P.H. van den Broek
Dylan W. de Lange
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:A387
Abstract

Dames en Heren,

De blauwe monnikskap (Aconitum napellus) is een kruidachtige, vaste plantensoort uit de ranonkelfamilie, die zijn naam dankt aan de helmvormige, blauwpaarse bloemen (figuur 1). Het is een meerjarige plant die voorkomt op het noordelijk halfrond van Amerika, Europa en Azië. Hij wordt ook in tuinen aangeplant. In Nederland treedt een intoxicatie met monnikskap vooral op na accidentele ingestie. De plant is zeer giftig en inname van slechts een kleine hoeveelheid kan dodelijk zijn door het ontstaan van bradycardieën, hypotensie, cardiale geleidingsstoornissen en ventriculaire tachyaritmieën.

Figuur 1

In deze les presenteren wij 3 ziektegeschiedenissen, waaruit de risico’s blijken van een monnikskapintoxicatie. Daarna gaan wij in op epidemiologische, toxicologische, farmacologische, klinische en therapeutische aspecten.

Patiënt A, een 24-jarige vrouw, werd in augustus binnengebracht op de Spoedeisende Hulp (SEH); zij was kortdurend gereanimeerd nadat zij planten had gegeten. Achteraf vertelde zij als experiment af en toe te eten ‘uit de…

Auteursinformatie

Universitair Medisch Centrum Utrecht, Utrecht.

Afd. Spoedeisende Hulp: R.M.Tuinema, arts in opleiding tot spoedeisende-hulparts.

Afd. Cardiologie: R. Uijlings, arts in opleiding tot cardioloog.

Divisie Laboratoria en Apotheek: M.P.H. van den Broek, apotheker in opleiding.

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum, Bilthoven.

Contact D.W. de Lange (d.w.delange@umcutrecht.nl)

Verantwoording

Dr. Dries de Kaste, Centrum voor Kwaliteit van Chemisch-Farmaceutische Producten, Rijksinsitituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), drs. Saskia Sterk en Dieke van Doorn, Laboratorium voor Anaytisch Voedings- en Residuonderzoek, RIVM, bepaalden de analysemethode en voerden de analyses uit.
Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Ook interessant

Reacties

Hierbij wil ik een kanttekening plaatsen bij de beschrijving van het elektrocardiogram (figuur 2) op bladzijde 1171 in het interessante artikel van Tuinema c.s.
1) Het staat niet met zekerheid vast dat hier sprake is van een sinustachy-cardie met "frequent premature ventriculaire extrasystolen" omdat het supraventriculaire ritme wordt verstoord door een kamerritme resp. door kamerextrasystolen die gekoppeld noch steeds voortijdig zijn en daarom niet prematuur genoemd kunnen worden. Er is hier waarschijnlijk sprake van een nog steeds aanwezige kamertachycardie, uitgaande van een focus, vermoedelijk gelocaliseerd in het septum omdat de "extrasysto-len" zowel een configuratie met aberrante geleiding rechts (zie afleiding V1) als links (zie afleidingen 1 en V4 t/m V6) vertonen. Dit sluit ook beter aan bij de in de tekst vermelde, eerder waargenomen, ventriculaire tachycardieën. Verder verklaart dit de wisselende configuratie van de voortgeleide kamercomplexen, veroorzaakt door interferentie tussen kamer- en sinusritme met als gevolg “fusion” (samensmelting) van kamercomplexen afkomstig van beide ritmes.
2) De elektrische hartas van de normaal voortgeleide kamercomplexen is niet intermediair, maar enigszins naar rechts gedraaid zoals uit afleidng 1 blijkt.

 

Bloemendaal

 

prof.dr. Frits L. Meijler, cardioloog