Ingewilligde, onbesliste, ingetrokken en geweigerde verzoeken om euthanasie en hulp bij zelfdoding in Nederland; 2000-2002

Onderzoek
B.D. Onwuteaka-Philipsen
M.C. Jansen-van der Weide
G. van der Wal
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:249-54
Abstract

Samenvatting

Doel

Vaststellen wat de kenmerken zijn van patiënten die verzoeken om euthanasie of hulp bij zelfdoding en of deze kenmerken verschillen tussen patiënten wier verzoek is uitgevoerd, patiënten die overleden vóór de uitvoering, patiënten die overleden vóór voltooiing van de besluitvorming, patiënten die hun verzoek introkken en tenslotte patiënten wier verzoek door de arts geweigerd werd.

Opzet

Enquête.

Methode

Alle huisartsen in 18 districten van de 23 districtshuisartsverenigingen ontvingen een vragenlijst waarin zij onder meer hun recentste verzoek om euthanasie of hulp bij zelfdoding beschreven. De respons bedroeg 60 (n = 3614).

Resultaten

Van alle uitdrukkelijke verzoeken resulteerde 44 in euthanasie of hulp bij zelfdoding. In de overige gevallen overleed de patiënt vóór de uitvoering (13) of vóór voltooiing van de besluitvorming (13), trok de patiënt het verzoek in (13) of weigerde de arts het in te willigen (12). De prominentste symptomen waren ‘zich slecht voelen’, ‘vermoeidheid’ en ‘gebrek aan eetlust’. De meest genoemde redenen voor het verzoek waren ‘zinloos lijden’, ‘verlies van waardigheid’ en ‘algehele zwakte’. Aan de zorgvuldigheidseisen werd het meest voldaan in de groep met uitgevoerde euthanasie en het minst in de groep met geweigerde verzoeken. Niet (volledig) wilsbekwaam zijn en een mindere mate van ondraaglijk en uitzichtloos lijden hielden het sterkst verband met het weigeren van een verzoek.

Conclusie

Besluitvorming na een verzoek om euthanasie is complex, hetgeen blijkt uit het feit dat naast euthanasie en weigering nog 3 andere situaties konden worden onderscheiden. Beslissingen die artsen nemen en de wijze waarop zij tot deze beslissingen komen, leken gebaseerd te zijn op evaluatie van de situatie van de patiënt en op de zorgvuldigheidseisen.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:249-54

Auteursinformatie

VU Medisch Centrum, Instituut voor Extramuraal Gezondheidsonderzoek (EMGO), afd. Sociale Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7, 1081 BT Amsterdam.

Mw.dr.B.D.Onwuteaka-Philipsen, gezondheidswetenschapper; mw.drs.M.C.Jansen-van der Weide, medisch bioloog; hr.prof.dr.G.van der Wal, sociaal geneeskundige.

Contact mw.dr.B.D.Onwuteaka-Philipsen (b.philipsen@vumc.nl)

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties