Incest en "de sterke arm"
Open

Commentaar
07-01-1986
Anneke S.C. Visser
Zie ook de artikelen op bl.6, 12en14.

INLEIDING

Kindermishandeling en seksuele kindermishandeling binnen het gezin (in dit artikel incest) worden in één adem genoemd. Dat gebeurt geheel ten onrechte, want het onderscheid tussen beide verschijnselen is zo wezenlijk, dat dat consequenties heeft voor de aanpak ervan.

In het Algemeen Dagblad van 10 juli 1985 lees ik dat de bureaus vertrouwensarts inzake kindermishandeling niet meer gefinancierd zullen worden door het ministerie van justitie, maar dat ze geheel zullen worden ondergebracht bij het ministerie van welzijn, volksgezondheid en cultuur. Men is namelijk tot de conclusie gekomen, dat in de praktijk het accent bij de aanpak van kindermishandeling meer is komen te liggen op hulpverlening dan op ingrijpen van de kant van justitie. De bureaus vertrouwensarts hebben echter niet alleen te maken met kindermishandeling, maar ook, in toenemende mate, met incest. In 1985 betreft 20 van het aantal meldingen bij de vertrouwensarts in Den Haag gevallen van incest. Het is te verwachten dat het aantal meldingen wegens incest nog zal stijgen. Voor de Haagse politie geldt, dat aangiften van incest thans met grote regelmaat binnenkomen, terwijl bij haar slechts sporadisch gevallen van kindermishandeling worden gemeld. Vermoedelijk komt incest vaker voor dan kindermishandeling. Onderzoek naar de omvang van kindermishandeling is in Nederland nooit grondig gedaan. De omvang van het verschijnsel incest wordt thans wel onderzocht. Een voorlopige schatting geeft aan, dat in Nederland 5 van de meisjes en 1 van de jongens slachtoffer van incest worden.1

In tegenstelling tot de situatie bij kindermishandeling zal bij de aanpak van incest een zwaar accent dienen te liggen op ingrijpen van de kant van politie en justitie, wil van een doeltreffende hulpverlening sprake kunnen zijn. In dit artikel wil ik proberen argumenten voor deze stelling te geven.

INCEST ALS MAATSCHAPPELIJK VRAAGSTUK

Incest komt zeer veel voor – in alle lagen van de bevolking. Het gebeurt binnen de beslotenheid van het gezin, waarvan behalve vader, moeder en kinderen ook opa, stiefvader, nieuwe vriend van moeder en een inwonende oom deel kunnen uitmaken. Meestal zijn meisjes het slachtoffer en mannen de dader.

Incest kan gebeuren doordat verschil in macht tussen dader en slachtoffer en soms leeftijdsverschil het verzet ertegen moeilijk maken. Dit machtsverschil is historisch en cultuur bepaald en werkt ook door in andere samenlevingsverbanden, zoals werk, politiek en kerk. Het gebeurt ook omdat mannen hun machts-of onmachtsgevoelens dikwijls seksueel ”vertalen“.2 Door incest maakt de man als het ware duidelijk, dat hij de baas is en hoe onmachtiger hij zich voelt, des te groter is zijn behoefte om de baas te zijn. Mannen beschikken over een aantal middelen om hun machtspositie te bevestigen, te weten fysieke kracht, seksuele potentie en maatschappelijke macht zoals geld en status. Incest wordt bevorderd door opvattingen dat vrouwen voorbestemd zijn tot seksuele dienstverlening, dat vrouwen en kinderen bezit zijn en dat mannen het recht hebben op seksuele diensten van vrouwen.

Incest kan ook plaatsvinden omdat veel moeders onvoldoende hebben geleerd om voor zichzelf en voor hun dochters op te komen, en zij bij incest de dochters veeleer als rivalen dan als beschermelingen ervaren. Moeders voelen zich dikwijls schuldig omdat ze menen zelf hun seksuele plichten te hebben verwaarloosd of onvoldoende te hebben gezorgd voor de goede verhoudingen binnen het gezin, zodat ze er maar liever het zwijgen toe doen.

Incest is mogelijk doordat het socialisatieproces van jongens en meisjes heel verschillend verloopt. Lilian Rubin stelt, dat het gevoelsleven van vrouwen meer ontwikkeld is dan dat van mannen, maar haar zelfbesef minder omdat meisjes zich vroeger niet abrupt hebben hoeven losmaken van de binding aan de moeder.3 Jongens moesten deze band al zeer vroeg opgeven, toen ze ontdekten anders te zijn dan de moeder. Dat zou niet zo zijn verlopen als vaders van het begin af aan een deel van de moederrol zouden hebben vervuld. De entree van jongens in de mannenwereld is nu enigszins geforceerd en gaat gepaard met het opbouwen van afweermechanismen tegen behoeften, verlangens en gevoelens die met de binding aan de moeder samenhangen. Die ontwikkeling zou jongens een sterk bewustzijn van het eigen ik geven, maar tevens een sterke gefixeerdheid op hun geslacht en een zekere minachting voor vrouwen, die eerder voortkomt uit angst en onzekerheid, dan uit arrogantie.

Incest gebeurt omdat wij rolpatronen in stand houden die mannen slechts voor de materiële verzorging van het gezin verantwoordelijk maken en vrouwen voor de interne relaties, en omdat we er godsdienstige normen en waarden op nahouden die deze patronen versterken.4 Incest heeft iets te maken met het volledig uit elkaar halen van mannelijke en vrouwelijke elementen als behorend bij twee totaal verschillende wezens, met scheiding van seks en relatie, met beleving van seks als consumptiemiddel in plaats van als uitwisseling van energie tussen partners. Incest kan gebeuren omdat er een taboe op rust en bijna iedereen in gezin, maatschappij en beroepskringen het probleem liever toedekt, omdat de confrontatie ermee zo moeilijk is.

Kort samengevat: incest is een diep in onze cultuur geworteld probleem en een maatschappelijk vraagstuk van de eerste orde. Wie als slachtoffer het waagt om het probleem in de openbaarheid te brengen, loopt het risico dat het hele gezin zich tegen haar keert en de buitenwereld nauwelijks te hulp schiet. Daardoor hebben daders vrij spel. En wie als dader wordt betrapt, moet van goeden huize zijn, wil hij in staat zijn om de confrontatie met zichzelf aan te gaan en de eigen problematiek te begrijpen en aan te kunnen, en de volle verantwoordelijkheid voor de gepleegde daden te aanvaarden.

INCEST ALS GEZINSPROBLEEM

Komt incest in het gezin voor, dan blijken de onderlinge relaties veelal zodanig op elkaar in te werken dat de situatie bijna niet te ontwarren is, laat staan te genezen. Bij kindermishandeling kan bijna iedereen wel iets voorstellen. Het gebeurt in drift of ten gevolge van een gevoel van onmacht. Het kan ons allemaal weleens overkomen dat we in een opwelling te hard slaan. Kindermishandeling kan een opvoedingsdoel dienen. Zowel mannen als vrouwen doen het. Als het is gebeurd, zijn de blauwe plekken duidelijk te zien en hebben de daders veelal spijt, en als het bij een enkel geval blijft, is de schade meestal beperkt. Meestal eindigt het bij het groter worden van kinderen.

Bij seksuele kindermishandeling in het gezin ligt het geheel anders. Dat kan niemand zich voorstellen, het is dus ook niet bespreekbaar, toch gebeurt het. De mannen in het gezin, inclusief de eigen vader, zijn meestal de dader, en meisjes het slachtoffer. Er is geen enkel opvoedingsdoel mee gediend, het is slechts gericht op bevrediging van eigen behoeften. De gevolgen zijn niet zichtbaar, maar wel levenslang voelbaar voor het slachtoffer, zelfs bij een eenmalige gebeurtenis.

Meestal ontwikkelt de incestueuze relatie zich sluipend. Het begint dan bij zeer jonge kinderen en kan jaren doorgaan tot ver in hun volwassenheid. Aanvankelijk zal een kind zich niet verzetten omdat het niet begrijpt wat er gebeurt, later kan het niet meer terug omdat het zich medeschuldig voelt. Incest is voor een kind ontzettend verwarrend: gevoel en verstand komen daarbij met elkaar in conflict. Er is aandacht, die positief en negatief tegelijk is. Hij doet het, omdat hij van je houdt, zegt hij, maar wat hij doet is afschuwelijk. Het gebeurt bovendien stiekem. Het mag niet worden verteld, omdat vader anders in de gevangenis komt en moeder er verdriet van heeft. En als moeder het al weet, wil ze het liever niet weten, springt ze er niet tussen. Is opa of een broer de dader, dan willen beide ouders vaak de feiten niet onder ogen zien. Als slachtoffer voel je je dikwijls ook nog verantwoordelijk voor het hele gezin en het huwelijk van de ouders. Je kunt geen kant op en zwijgt dus maar liever, met alle gevolgen van dien. En die gevolgen worden door de dader absoluut niet gezien, bezig als hij is met eigen machts-, onmachts- en lustgevoelens.

De dader kan zich incestueus gedrag permitteren, omdat hij er op rekent dat het slachtoffer zwijgt. Hij voelt zich bovendien sterk, omdat er geen getuigen zijn en iedereen graag zal geloven dat het meisje fantaseert of het uitlokt. Zijn hoge aanzien maakt hem tamelijk onkwetsbaar en ook moeder zal het wel niet willen geloven, wegens schande als het bekend wordt en de angst om te moeten kiezen tussen gezinsleden. Zo houdt het hele gezin de vuile was binnen en zorgt ervoor dat de incest gewoon kan doorgaan. En zo raakt het gezin steeds meer verward in een verziekte situatie, waarin ieder gezinslid vanuit geheel verschillende belangen zijn of haar eigen aandeel levert. Omdat ook slachtoffers van incest recht hebben op perspectief in hun bestaan, zal er een weg gevonden moeten worden om hen zo goed mogelijk te helpen, hoe gecompliceerd de problematiek maatschappelijk en individueel gezien ook mag zijn.

HULPVERLENING ONDER DWANG

Hulpverlening aan slachtoffers van incest moet een aantal doelen dienen. Er moet duidelijkheid komen over de feiten en over wie verantwoordelijk is voor wat. Met incest moet het afgelopen zijn. Het slachtoffer moet erkenning krijgen. De dader dient te bekennen en de volle verantwoordelijkheid voor de feiten op zich te nemen. De moeder moet de situatie onder ogen durven zien en niet zichzelf of haar dochter met de schuld opzadelen. Het slachtoffer moet haar schuldgevoelens kwijtraken. Alle betrokkenen moeten de gelegenheid krijgen om los van elkaar (wegens de ongelijke machtspositie) duidelijkheid over de eigen situatie te verkrijgen en gebeurtenissen en problemen te verwerken. Daarna kan bezien worden of een gezinsbehandeling tot de mogelijkheden behoort.

Wegens de complexiteit van de problemen door de vele maatschappelijke en persoonlijke implicaties zal het weinigen gegeven zijn om zonder dwangmiddelen op korte termijn de vereiste duidelijkheid te verkrijgen en vervolgens alle partijen ertoe te brengen, dat zij zich vrijwillig onderwerpen aan zelfonderzoek en therapie. Inmiddels heeft de ervaring dan ook geleerd, dat hulpverleners, artsen, therapeuten etc. daarin ook meestal niet slagen en dan maar liever de problemen toedekken zonder de hulp in te roepen van de ”sterke arm“. Daardoor worden ze medeverantwoordelijk voor het voortbestaan van de incest.

De enige instantie die over machtsmiddelen beschikt is de politie. Een politieonderzoek kan therapeutische werking hebben voor het gehele gezin, wanneer het duidelijkheid verschaft, het slachtoffer erkenning geeft, en de verantwoordelijkheid daar legt waar die thuishoort, te weten op de schouders van de dader alleen. Dat lukt echter niet altijd. Sommige daders zijn dermate verstokt of zo angstig, dat zij ook niet vatbaar zijn voor dwangmaatregelen en dan kan alleen nog worden getracht het slachtoffer veilig te stellen en te steunen. Het beleid van de officier van justitie is er tot op heden op gericht om het strafrecht bij incest te hanteren als uiterste middel en dan nog in nauw overleg met hulpverleners en andere disciplines.5 De voorkeur wordt echter gegeven aan adequate hulpverlening. Aanvankelijk leek het erop of door het verschaffen van duidelijkheid partijen voldoende gemotiveerd waren om aan hun eigen problemen te gaan werken, waar nodig met deskundige hulp. Een gesprek met mw. Jonker van de ”Vereniging Tegen Seksuele Kindermishandeling Binnen Het Gezin“ leerde mij echter, dat na enige gesprekken met de therapeut menig dader zich onttrekt aan verdere therapie, waarna de situatie in het gezin soms erger wordt dan daarvoor, omdat slachtoffers onder druk worden gezet en het gezin zich hermetisch sluit. Kennelijk is de gezinscultuur zo taai, dat zwaarder geschut nodig is om die te doorbreken.

Zo ontwikkelt zich langzamerhand het idee, dat de pleger van incest altijd voor de officier van justitie zal moeten worden geleid en daar duidelijk zelf zal moeten kiezen tussen strafrechtelijke vervolging of behandeling zolang de therapeut die nodig oordeelt. Als hij kiest voor therapie en zich daaraan vervolgens onttrekt, zal alsnog tot vervolging moeten worden overgegaan en een veroordeling dienen te volgen. Dit is de enige gezonde reactie op een ziek gezinssysteem.

CONCLUSIE

Als de incest gewoon doorgaat, heeft het slachtoffer geen enkel perspectief. Een ieder, ook de arts, die met een slachtoffer van incest te maken krijgt, zou haar moeten overreden om bij de politie aangifte te doen en het slachtoffer duidelijk moeten maken dat de schuld niet bij haar ligt, maar bij de dader en dat de situatie voor het hele gezin niet slechter kan worden, hoogstens beter. Ook hier geldt, dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Het is dus verkieslijker het accent te verleggen naar een justitiële aanpak gericht op duidelijkheid, aanspreken op verantwoordelijkheid en waar mogelijk op goede hulpverlening, dan om te blijven voortmodderen zoals nu gebeurt. Het openbaar ministerie zou dan haar beleid echter in bedoelde zin moeten aanpassen, binnen de kring van artsen en hulpverleners zou grotere deskundigheid moeten worden ontwikkeld en het ministerie van justitie zou misschien zijn verantwoordelijkheid voor de bureaus vertrouwensarts nog eens kunnen heroverwegen.

Literatuur

  1. Draijer N. De omgekeerde wereld. Seksueel misbruik vankinderen in het gezin. 's-Gravenhage: Ministerie van sociale zaken enwerkgelegenheid, 1985.

  2. Gianotten WL. De vader is de dader. (Lezing gehouden opeen symposium t.b.v. politie, justitie en rechterlijke macht.) Utrecht:Gemeentepolitie, 1984.

  3. Rubin LB. Intieme vreemden. Baarn: Ambo, 1983.

  4. Imbens A, Jonker I. Godsdienst en incest. Amersfoort: DeHorstink, 1985.

  5. Herstel A. Het beleid van het openbaar ministerie inzakeincest. (Lezing gehouden op een symposium t.b.v. politie, justitie enrechterlijke macht.) Utrecht: Gemeentepolitie, 1984.