Hulp voor de visueel gehandicapte patiënt

Klinische praktijk
G.F. Kinds
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1987;131:2265-8
Download PDF

In dit artikel worden de visuele hulpmiddelen voor slechtzienden en de overige mogelijkheden voor hulp voor blinden en slechtzienden besproken.

Visuele hulpmiddelen voor slechtzienden

Slechtziendheid wordt door de World Health Organization als volgt gedefinieerd:

– Slechtziend: gezichtsscherpte tussen 0,3 en 0,1.

– Zeer slechtziend: gezichtsscherpte tussen 0,1 en 0,05, niet te verbeteren met brillen of contactlenzen.1

Slechtziendheid hangt niet alleen af van gezichtsscherpte, maar ook van gezichtsveld, lichtgevoeligheid, contrastzien, het al dan niet binoculair kunnen zien en kleurenzien. Het is mogelijk dat een slechtziende bij optimale verlichting en toepassing van kleuren geen problemen heeft met zijn ruimtelijke oriëntatie, het vermijden van obstakels en het waarnemen van bewegingen. De visuele capaciteit van slechtzienden kan echter tot een minimum dalen wanneer de verlichting en de toepassing van kleur niet optimaal zijn.

Optische hulpmiddelen kunnen vooral bij het waarnemen van details verbetering brengen. De visuele capaciteit wordt mede beïnvloed door intellect, doorzettingsvermogen, motivatie, lichamelijke toestand en leeftijd. Bij een zelfde subnormale visus is er een groot individueel verschil in de mate waarin de visuele handicap tot uiting komt.

Voor het lezen zijn drie factoren van belang: scherpe afbeelding in het maculagebied van de retina, goede verlichting en juiste vergroting.2

Brillen en contactlenzen

Om een beeld scherp op de retina te projecteren is vaak een brilcorrectie nodig. Juist voor slechtzienden is een optimale correctie in bril of contactlens nodig.

Verlichting

In veel gevallen kan een slechtziende na verbetering van de verlichting weer makkelijker lezen. Optimale verlichting verhoogt de gezichtsscherpte en verbetert vooral het contrastzien. Het oog mag echter niet verblind worden door te veel of verkeerd gericht licht. Belangrijk is dat de leeslamp een kap heeft die ervoor zorgt dat het licht niet direct in het oog schijnt.

Vergrotingen

In alle oogheelkundige klinieken en in veel oogartsenpraktijken is er de mogelijkheid voor een onderzoek van slechtzienden met optische hulpmiddelen. Het onderzoek in deze ‘low vision’-afdeling wordt vaak met hulp van een technisch oogheelkundig assistent verricht.

Er zijn in principe twee mogelijkheden, die afzonderlijk of in combinatie toegepast kunnen worden, om een beeldvergroting te verkrijgen: verkorting van de leesafstand en vergroting van het beeld.

Verkorting van de afstand tussen het oog en het voorwerp, leidt tot grotere afbeelding van het voorwerp op de retina. Jongeren moeten hiertoe extra accommoderen; ouderen moeten een sterkere additie krijgen in de correctie van hun leesbril, om een scherpe afbeelding op de retina te krijgen. Jongeren kunnen op een leesafstand van 10 cm door hun eigen accommodatie een vergroting van ongeveer 3x verkrijgen. Bij het ouder worden is naast de accommodatie ook de convergentie verminderd. Positieve glazen compenseren accommodatieverlies; prismatische correctie, die de blikrichting van de beide ogen laat convergeren, maakt dan weer de samenwerking tussen beide ogen mogelijk.

Beeldvergroting

Er zijn grote-letterboeken verkrijgbaar, die sommige slechtzienden zonder hulpmiddelen kunnen lezen. Via de openbare bibliotheken kunnen deze boeken geleend worden. Het is nu ook mogelijk om vergroot te kopiëren, hetgeen hetzelfde resultaat heeft. Het is zelfs mogelijk om in de hoogte en breedte met een verschillende factor te vergroten. Hierdoor krijgt men bredere of smallere letters, die sommige slechtzienden beter kunnen lezen. Tegenwoordig kan ook bij het fotokopiëren het contrast worden omgedraaid: witte letters op een donkere achtergrond is voor sommige slechtzienden makkelijker te lezen. Het lezen van grote-letterboeken is een goede training voordat men loepen gaat gebruiken bij lang bestaande slechtziendheid.

Met loepen kan een klein voorwerp vergroot op het netvlies worden geprojecteerd. Er zijn veel soorten loepen, al of niet met ingebouwde verlichting, verkrijgbaar. Een grote vooruitgang is de ontwikkeling van de prismaloep, een miniatuurprismakijker, monoculair of binoculair in een bril gemonteerd. Men kan hiermee op een comfortabele afstand lezen; er zijn dus ook geen convergentieproblemen.3 De nadelen kennen we van de verrekijker: het gezichtsveld is beperkt en bij kleine bewegingen van het hoofd schiet het beeld heen en weer, zodat de vergroting beperkt moet blijven tot 8-10x. De ruimte-oriëntatie wordt ermee gestoord; men kan met een prisma-loepbril niet lopen of fietsen. Ze maken de gebruiker niet mobiel, maar de prisma-loepbril kan wel meegenomen worden om buitenshuis te lezen.4

Projectievergroting

Bij een benodigde vergroting van 8x of meer gaan we in het algemeen over naar projectie vergrotende hulpmiddelen. Iedere dia- en overheadprojector werkt volgens dit principe en is ook door slechtzienden te gebruiken.

Bij deze groep van hulpmiddelen hoort de televisieleesloep. Deze kan tot 30x vergroten. De televisieleesloep is ook bruikbaar bij werkzaamheden waarbij het gebruik van een loepbril te vermoeiend is. Een gesloten videocircuit met zoomlens zorgt voor een instelbaar vergrote projectie op een televisiemonitor. Er zijn toestellen verkrijgbaar in diverse beeldbuisgrootte en beeldkleur. Met een visus van 260 kan soms nog met behulp van de TV-loep gelezen worden. Een combinatie van hulpmiddelen is vaak gewenst.5

Overige hulpmiddelen

Behalve de optische hulpmiddelen zijn er ook hulpmiddelen ontwikkeld die visuele informatie aanvullen of vervangen door andere informatie. Synthetische spraak heeft sprekende horloges en schrijfmachines mogelijk gemaakt en de sprekende computer binnen handbereik gebracht. Er zijn diverse aangepaste gebruiksvoorwerpen en hulpmiddelen die tactiele informatie geven, te veel om in dit verband op te noemen.

Gecombineerde toepassing

Het uitzoeken en aanpassen van optische hulpmiddelen is tijdrovend. Hulpmiddel, vergroting, leesafstand en verlichting moeten worden bepaald. Ook de vrije ruimte voor de handen, de mate van handigheid, eventuele lichamelijke beperking en tremoren spelen een rol bij de keuze van het hulpmiddel. Bovendien is het noodzakelijk dat de slechtziende gelegenheid en tijd krijgt om met het hulpmiddel te oefenen en instructies krijgt hoe het gebruikt moet worden.

Het gebruik van verstelbare tafelbladen verkleint het probleem van onvaste handen en de kritische afstand. Dit is van essentiële betekenis bij het gebruik van vergrotende hulpmiddelen en verlichting. Als de vergroting sterk is, wordt het gezichtsveld kleiner. Voor het lezen moet men ten minste 8 letters aaneengesloten kunnen overzien, anders daalt de leessnelheid sterk. De vergroting mag in principe niet sterker zijn dan strikt noodzakelijk is.4

Bij ieder onderzoek wordt na de visus en de brilcorrectie de optimaal benodigde vergroting bepaald. Uitgaande van de ‘vergrotingsmaatstaf’ wordt uitgezocht met welk hulpmiddel de beste prestatie wordt bereikt en het best aan omstandigheden en verlangens van de slechtziende wordt tegemoet gekomen.

Uit bovenstaande blijkt dat het zinvol is om iedere slechtziende naar een afdeling voor optische hulpmiddelen te verwijzen. De slechtziende krijgt bij het low visiononderzoek informatie omtrent de aanpassing van de omgeving en zonodig een hulpmiddel voorgeschreven.

Overige mogelijkheden voor hulp voor blinden en slechtzienden

Om zo zelfstandig mogelijk te kunnen leven is het ook voor blinden en slechtzienden nodig dat hun omgeving goed is aangepast. Hoe richten blinden en slechtzienden hun omgeving zo in dat ze overzicht houden, dingen kunnen terugvinden en dat ze zo weinig mogelijk ongelukken maken? Door gebruik te maken van de hulp en hulpmiddelen bij alles wat zij doen: in huis, op het werk en in het sociale verkeer. Er zijn hulpmiddelen voor het lezen en schrijven, sport, cultuur en recreatie, wonen en de huishouding, oriëntatie en mobiliteit, communicatie en informatie, onderwijs en werken.

Als het medisch handelen ten behoeve van de blinde en slechtziende ophoudt, blijft de vraag: ‘hoe nu verder?’ Het antwoord mag niet zijn: ‘Ik kan niets meer voor u doen. U zult er mee moeten leren leven.’ Integendeel, er kan heel veel gedaan worden! De artsen of andere medewerkers in de gezondheidszorg moeten enigszins weten wat de mogelijkheden zijn en zij moeten de patiënt de weg kunnen wijzen. Het gaat niet om begeleiding en instructie, maar om het geven van de goede informatie. Tussen blindheid en slechtziendheid bestaat een diepgaand verschil. Een slechtziende is een ziende met een visuele handicap. Slechtziendheid is niet een geringer probleem dan blindheid; het is een volkomen ander probleem. Het vereist een andere benadering en ook andere hulpmiddelen. De slechtziende heeft het sociaal vaak moeilijker dan de blinde. De laatste is duidelijk herkenbaar. De slechtziende die rondwandelt en fietst, maar hulp moet vragen bij het lezen van borden en aanduidingen, wordt vaak niet au sérieux genomen. De slechtziende met een ‘kokergezichtsveld’ beweegt zich als een blinde, maar hij kan een vlieg zien zitten en kleine letters lezen. Ook hij ontmoet telkens weer ongeloof.

Naar de aard van de hulpverlening onderscheidt men de volgende categorieën.

Blinde en slechtziende kinderen en jeugdigen tot 20 jaar

Bij hen gaat het om ontwikkeling en scholing. Voor de jongsten (0 tot 6 jaar) bestaat de mogelijkheid van ambulante vroege begeleiding vanuit regionale centra en daarin gespecialiseerde diensten. Deze begeleiden het kind en zijn ouders bij het leren omgaan met de visuele handicap. Het optimaal gebruiken van de nog aanwezige visuele mogelijkheden wordt gestimuleerd.

Voor de leeftijd van 6 tot 20 jaar gaat het om ontwikkeling en scholing. De blinden zullen braille-onderricht krijgen en tactiele hulpmiddelen. Daarnaast krijgen ze mobiliteitstraining, zoals stoklopen, omgaan met een geleidehond en elektronische hulpmiddelen. De slechtzienden zullen met hulpmiddelen leren lezen en schrijven. Op basis van een wettelijke regeling kunnen blinde en slechtziende leerlingen die op reguliere scholen zitten worden begeleid door ‘bezoekende leraren’ vanuit de bijzondere scholen van de instituten voor blinden en slechtzienden. Er is een verschuiving gaande van opleidingen op bijzondere blinden- en slechtziendenscholen naar begeleiding op de reguliere scholen. Maatschappelijk is daar veel voor te zeggen, de vraag is echter of dit niet ten koste gaat van de kwaliteit der gespecialiseerde opleidingen.

Indien ouders van een blind of slechtziend kind u om hulp vragen, kunnen ze contact opnemen met het maatschappelijk werk van een der instituten (waarvan de adressen in dit tijdschriftnummer worden vermeld). Het maatschappelijk werk van de instituten voor blinden en slechtzienden kan de ouders van thuiswonende kinderen voorlichten en helpen bij het verkrijgen van de benodigde hulpmiddelen. De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) voorziet in voorzieningen voor o.a. blinden en slechtzienden.

Blinde en slechtziende volwassenen

Voor zover het niet gaat om de reeds als kind gehandicapten, zal het veelal gaan om degenen die op latere leeftijd blind dan wel slechtziend zijn geworden. De blinde of zeer slechtziende kan in contact worden gebracht met de ‘Stichting Maatschappelijke Dienstverlening aan Blinde en Slechtziende Volwassenen’ te Amsterdam. Vanuit verschillende districten in den lande staan gespecialiseerde maatschappelijk werkers ter beschikking. Deze stichting heeft verbinding met het enige centrum voor visuele revalidatie in ons land: ‘Het Loo-Erf’ te Apeldoorn. Begeleiding bij studie van jongere volwassenen wordt verleend door de Stichting ‘Handicap en Studie’ te Utrecht.

De laatste jaren is men gekomen tot de oprichting van regionale centra die zich bezighouden met advies, consultatie en verwijzing, voorlichting en informatie, hulpmiddelen, (dag)revalidatie en ambulante hulp. Ook de belangenverenigingen kunnen veel informatie verschaffen. Ook organiseren ze vormingswerk voor blinden en slechtzienden. Veelal vraagt de volwassen blinde en slechtziende om voorzieningen voor wonen en huishouden, mobiliteit, sport, cultuur en recreatie, sociale uitkeringen, etc.

Er worden vele vakanties voor blinden en slechtzienden georganiseerd. Een sport als ‘goalball’ is speciaal voor blinden en slechtzienden ontwikkeld. Er zijn bijvoorbeeld ook speciale ski- en schaakverenigingen voor visueel gehandicapten. Telefoon- en taxikosten kunnen soms worden vergoed.

Blinde en slechtziende bejaarden

Het gaat hier om een zeer groot aantal (enige tienduizenden), dat nog steeds toeneemt. De slechtziende bejaarde lijdt meestal aan een progressief gezichtsverlies: eerst leesmoeilijkheden, dan een extra sterke bril, dan vergrotende hulpmiddelen en tenslotte low vision-hulpmiddelen. Veelal blijft de hulp beperkt tot het voorschrijven van hulpmiddelen om het lezen te verbeteren. Men dient ook hier te beseffen dat bejaarden, afhankelijk van hun geestelijk niveau, handigheid en doorzettingsvermogen, nog veel nut kunnen hebben van hulpmiddelen.

De verstandelijk gehandicapte blinden en slechtzienden

Zij vereisen bijzondere gespecialiseerde zorg en begeleiding en zij hebben een speciale plaats in de hulpverlening. De menselijke begeleiding is een zeer belangrijk aspect.

Voor verstandelijk gehandicapte kinderen van 0 tot 6 jaar is ook hier gespecialiseerde ambulante hulpverlening nodig. Voor de oudere kinderen bestaat er bijzonder onderwijs. Vaak zijn deze scholen gekoppeld aan wooninstituten waar een aan de handicap aangepast bestaan wordt geboden. Ook voor deze groep is ambulante schoolbegeleiding mogelijk.

Genoemde en aangeduide instellingen worden in de adreslijst in dit tijdschrift vermeld.

Hulpmiddelen

Er zijn ca. 3000 hulpmiddelen voor blinden en slechtzienden, uiteenlopend van eenvoudige gebruiksvoorwerpen tot geavanceerde elektronische apparatuur. De voorziening met technische hulpmiddelen is thans geconcentreerd in de Stichting Hulpmiddelenvoorziening voor Blinden en Slechtzienden (HBS) te Maarssen. Door een bezoek aan de toonzaal van deze stichting kan een indruk worden verkregen van het uitgebreide aanbod op dit gebied. Veel ervan is ook te zien bij de regionale centra en bij het Bartiméus Informatie en Trainingscentrum te Zeist, waar ook uitgebreide voorlichting over verlichting, kleur en contrast wordt gegeven.

De verkoop van produkten gaat via de Stichting HBS. In de produktensfeer maakt men een indeling naar hun doeleinden, o.a. oriëntatie en mobiliteit voor het dagelijks leven thuis en in de huishouding, sport en spel, communicatie en informatie en tenslotte de optische hulpmiddelen om het lezen te verbeteren.

Oriëntatie en mobiliteit

De witte stok is het oudste hulpmiddel. Door de signaalfunctie van de witte stok is de drager wettelijk beschermd in het verkeersreglement. Verder is er de tastfunctie: met de voelspriet worden de weg en obstakels verkend. Tenslotte is er de echofunctie: door met de punt op de grond te tikken ontstaan echo's die de blinde, mits daarin getraind, helpen in de ruimtelijke oriëntatie.

De geleidehond is eveneens een oud hulpmiddel. Al is hij speciaal getraind, zijn eigenschappen worden al gauw te hoog aangeslagen. De blinde moet toch altijd zelf het initiatief nemen. Er zijn in Nederland ca. 350 geleidehonden in gebruik. Aan de gebruikers worden hoge eisen gesteld.

Nieuwe elektronische apparatuur die werkt met signalen en echo's heeft nog maar weinig ingang gevonden, maar ontwikkelingen op dit gebied zijn volop aan de gang.

Dagelijks leven

Voelbare aanduiding op gebruiksvoorwerpen en apparaten in de huishouding is vaak zelf aan te brengen. Er bestaan aangepaste gebruiksvoorwerpen, zoals de kookwekker, huishoudweegschaal, centimeter met braille. Zo zijn er ook gebruiksvoorwerpen die niet speciaal aangepast zijn, maar wel erg geschikt zijn om door blinden en slechtzienden gebruikt te worden. Het revalidatiecentrum Het Loo-Erf heeft een overzichtslijst gemaakt van dergelijke hulpmiddelen en de plaatsen waar ze te verkrijgen zijn. Deze lijst is op aanvraag bij Het Loo-Erf verkrijgbaar. Het is ook mogelijk zelf gebruiksvoorwerpen aan te passen door het merken van potjes, doosjes, etc. De regionale centra kunnen voorlichting geven als men meer wil weten.

Sport en spel

Vele spelen zijn in aangepaste vorm verkrijgbaar: rinkelbellen, speelkaarten, schaken, dammen, domino, ‘backgammon’ en vele andere.

Communicatie en informatie

De apparatuur voor brailleschrift is in voortdurende ontwikkeling. Er zijn braille-schrijfmachines, ook voor steno, en braille-displaysystemen die aan te passen zijn op computer of printer. Er bestaan ook computers met beeldschermen en toetsenborden en printers die de communicatie ondersteunen tussen de blinden en zienden. Al deze apparatuur verruimt de arbeidsmogelijkheden voor blinden in het bedrijfsleven, doordat blinden en slechtzienden elkaars werk kunnen lezen. Ook voor slechtzienden zijn soms aanpassingen mogelijk aan computers.

Blindenbibliotheken sturen aan hun abonnees brailleboeken en gesproken cassettes van boeken en weekbladen via de post. Behalve blinden kunnen zich ook mensen met andere leesmoeilijkheden bij zo'n bibliotheek aansluiten.

Blinden en slechtzienden verdienen hulp in alle fasen van hun leven en zij zijn vaak te helpen.

Het werk van drs.C.A.Buijk, Laboratorium voor toegepaste psychologie te Amsterdam, en van dr.A.C.Copper, secretaris van de Algemene Nederlandse Vereniging ter Voorkoming van Blindheid, was een steun bij de totstandkoming van dit artikel.

Literatuur
  1. Informatorium Vereniging het Nederlandse Blindenwezen.Leiden: Stafleu, 1980.

  2. Copper AC, Kinds GF. Voorzieningen voor blinden enslechtzienden in Nederland. In: Es JC van, Joossens JV, Mandema E, Olthuis G,red. Het Medisch Jaar 1986. Utrecht: Bohn, Scheltema en Holkema, 1986:342-53.

  3. Oosterhuis JA, Biessels WJ. Die Prismenlupenbrille alsvergrösserndes Sehhilfsmittel für Schwachsichtige und alsOperationsbrille. Klin Monatsbl Augenheilkd 1979; 174: 519-28.

  4. Pameyer JK. Optical corrections for low visual acuity.Deventer: Kluwer, 1959.

  5. Veelen ACW van, Kinds GF, Wijnands HS, Bouma H. Verkennendonderzoek naar de TV-loep als nieuw hulpmiddel voor visueel gehandicaptekinderen bij het lezen. Ned TijdschrGeneeskd 1974; 118: 664-71.

Auteursinformatie

Bartiméushage, afd. Oogheelkunde, Postbus 87, 3940 AB Doorn.

G.F.Kinds, technisch oogheelkundig assistent.

Gerelateerde artikelen

Reacties