Het calciumgehalte van de voeding en preventie van postmenopauzale osteoporose

Opinie
E.C.H. van Beresteijn
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1989;133:2490-2

Zie ook het artikel op bl. 2492.

In 1941 toonden Albright en zijn medewerkers aan dat er een oorzakelijk verband moest zijn tussen het verlies van de ovariumfunctie enerzijds en het ontstaan van wervelfracturen als gevolg van botverlies anderzijds; zij noemden dat postmenopauzale osteoporose. Sindsdien wordt het verlies aan vrouwelijk geslachtshormoon als de belangrijkste oorzaak voor de versnelde botafbraak bij vrouwen in de postmenopauze erkend en is de preventieve werking van de toediening van oestrogenen afdoende aangetoond.

Veel minder duidelijk is de rol die het calciumgehalte in de voeding zou kunnen spelen ten aanzien van het voorkomen van postmenopauzale osteoporose. Aan het eind van de jaren zeventig vestigden twee publikaties de aandacht op het calciumgehalte in de voeding. Matkovic et al. beschreven een epidemiologisch onderzoek bij vrouwen en mannen in Joegoslavië, waaruit bleek dat in gebieden met een hoge calciuminname (rond 900 mg per dag) de corticale botdichtheid, gemeten bij…

Auteursinformatie

Nederlands Instituut voor Zuivelonderzoek (NIZO), afdeling Voedingsfysiologie, Postbus 20, 6710 BA Ede.

Mw.dr.ir.E.C.H.van Beresteijn, voedingskundige.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties