Artikel
Inleiding
Behalve het beoogde therapeutische effect kan ieder medicament ook bijwerkingen veroorzaken. Een relatief zeldzame maar wel ernstige bijwerking is agranulocytose. Van agranulocytose is sprake wanneer het aantal granulocyten in het perifere bloed gedaald is tot waarden beneden de 0,5 x 109l. De sterfte als gevolg van de…
(Geen onderwerp)
Hardenberg, oktober 1993,
Met belangstelling heb ik kennis genomen van het artikel van Hospers et al. (1993;2152-4).
Door ons werden het afgelopen jaar twee patiënten met agranulocytose gezien. Het betrof een 65-jarige vrouw met een Escherichia coli-sepsis (leukocytenaantal: 0,5 x 109/l, met in de differentiatie geen neutrofiele granulocyten) en een 69-jarige vrouw met febris e.c.i. (leukocytenaantal: 0,1 x 109/l, met eveneens geen granulocyten in de differentiatie). Voorlopercellen van de witte reeks ontbraken in het beenmergpreparaat. Beiden werden sinds een paar weken behandeld met sulfasalazine in verband met chronische reumatoïde artritis, waarbij kort vóór deze behandeling het aantal leukocyten nog normaal was. Na het staken van de toediening van sulfasalazine en toepassing van granulocyt-koloniestimulerende factor G-CSF herstelde het bloedbeeld zich in enkele dagen waarbij steeds ook een stijging van de activiteit van lactaatdehydrogenase werd gezien. Klinisch waren er een snelle, opmerkelijke verbetering en een restloos herstel.
Deze (beperkte) ervaringen ondersteunen de stelling van Hospers et al. Nu sulfasalazine in toenemende mate wordt voorgeschreven bij chronisch reumatoïde artritis is het denkbaar dat agranulocytose vaker zal worden gezien, waarbij de vraag zich opdringt of juist deze categorie patiënten extra gevoelig is voor dit medicament en of het aanbevelenswaardig is om routinematig na het instellen van deze therapie het aantal leukocyten te bepalen.