Grote epidemie door MERS-virus onwaarschijnlijk

Hidde Boersma
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:C2299

Een uitbraak van het ‘Middle East respiratory syndrome coronavirus’ (MERS-CoV) heeft niet de potentie om uit te groeien tot een epidemie. Verspreiding naar het westen lijkt dan ook onwaarschijnlijk. Dat stellen Franse wetenschappers op basis van 2 wiskundige modelleerstudies (Euro Surveill. 2014;19:20824).

Het MERS-coronavirus dook voor het eerst op in 2012 in Saoedi-Arabië. Sindsdien zijn er 700 ziektegevallen beschreven, bijna allemaal in het Midden-Oosten en een paar in onder andere het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Het virus heeft tot dusver 250 dodelijke slachtoffers geëist en er is angst dat de ziekte epidemische vormen gaat aannemen vergelijkbaar met SARS, dat in de periode 2002-2003 8000 zieken veroorzaakte.

Om uit te zoeken hoe hoog het risico op een MERS-epidemie is, ontwikkelden Chiara Poletto en collega’s 2 statistische methodes om zowel het reproductieve getal R dat het gemiddelde aantal personen aangeeft dat besmet wordt vanuit een primaire bron als het aantal dagelijkse gevallen waarbij het virus overspringt van dier naar mens (p) te berekenen. Samen met gegevens over vluchten naar westerse landen maakten ze vervolgens een voorspelling over de kans dat het virus zich naar Europa en de Verenigde Staten gaat bewegen. De onderzoekers gebruikten gegevens tot en met 31 augustus 2013.

Uit beide methodes bleek dat R rond de 0,5 lag. Een getal onder de 1 betekent dat er weinig overdracht van mens op mens is en dat het gros van de infecties wordt veroorzaakt doordat het virus overspringt van dier naar mens. Ook de p-waarde bleek met 0,28 laag. Deze waarden betekenen dat er weinig kans is dat MERS een groot wereldomvattend probleem gaat worden en dat de kans klein is dat het virus zich wijd verspreidt naar het westen.

Gerelateerde artikelen

Reacties