Gezondheid en dood van Wolfgang Amadeus Mozart

Perspectief
R.H.C. Zegers
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2002;146:2479-84
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Weinig is bekend over de ziektegeschiedenis en de doodsoorzaak van de componist Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, heeft Mozart als kind niet aan ongebruikelijk veel ziekten geleden. Ook als volwassene verkeerde hij in het algemeen in goede gezondheid. Op 9-jarige leeftijd maakte hij een levensbedreigende ziekte door, waarschijnlijk typhus abdominalis. Links had hij wat sindsdien bekend staat als een ‘Mozart-oor’, een platte oorschelp met onderontwikkeling van de anthelicale curvatuur. Zijn psychische gesteldheid doet vermoeden dat hij niet uitzonderlijk was, maar op normale manier reageerde op de gebeurtenissen in zijn leven. Zijn terminale ziekte werd gekenmerkt door oedeem van handen en voeten, zonder dat daarbij dyspnoe werd beschreven. De medische behandeling was agressief: klysma, meerdere aderlatingen en behandeling met een laxeermiddel. Hij werd in een anoniem graf gelegd. De schedel die later aan hem werd toegeschreven, heeft niet aan hem toebehoord, omdat geen gebitselement past bij het tandabces waarvan bekend is dat hij dat doormaakte. Als doodsoorzaak is een overdosis kwik tijdens behandeling van syfilis onwaarschijnlijk, evenals Henoch-Schönlein-purpura en de gevolgen van acuut reuma. Trichinosis is een recente hypothese, waarbij de terminale symptomen passen, alsmede het feit dat Mozart een liefhebber van varkensvlees was. De diagnose van zijn arts Closset luidde ‘hitsiges Frieselfieber’, mogelijk veroorzaakt door één van de in die tijd vaak voorkomende infectieziekten.

artikel

Behalve de muziek boeit nog steeds het medisch verhaal van wellicht de getalenteerdste componist die ooit leefde: Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). Met name de omstandigheden rondom zijn dood zijn gehuld in een waas van mystiek. In de loop der eeuwen is zijn dood steeds verder geromantiseerd, de laatste decennia onder andere door de speelfilm Amadeus, die een groot publiek zelfs voor het eerst liet kennismaken met deze componist.1 Maar wat is fictie en wat niet?

Talrijke publicaties over Mozart zijn te vinden in internationale (medische) tijdschriften. In de Nederlandstalige medische literatuur is eigenlijk maar één artikel dat zijn geneeskundige geschiedenis enigszins uitdiept. Dit werd geschreven in dit tijdschrift door de arts J.Koopman in 1925.2 Koopman schrijft met name over een mogelijke ‘manisch-depressieven toestand’ van Mozart alsmede over hypothyreoïdie en endocarditis als ‘eenige diagnose die alle bekende verschijnselen van zijn doorgemaakte ziekten en de doodsoorzaak verklaart’.

Verder is er nog een interessant artikel van de hand van M.A.Wes in het literair-filosofisch tijdschrift Maatstaf uit 1985, waarin onder andere Mozarts eventuele doodsoorzaken worden besproken, met veel aandacht voor mogelijke moordcomplotten en overspel van Mozart met Magdalena Hofdemel.3

Van nog recentere datum is een hoofdstuk in het boek Pro Mozart. Aspecten van zijn leven en werk uit 1994.4 De Nederlandse huisarts W.Boissevain geeft hierin zijn visie op Mozarts doodsoorzaak.

In dit artikel worden gezondheid en dood van Mozart beschreven op grond van literatuurstudie, aangevuld met een bezoek aan de bibliotheek van de Internationale Stiftung Mozarteum te Salzburg, Oostenrijk. Dankzij de brieven die hij en zijn familie schreven, weten wij heel wat over hem. Bij elkaar zijn er zo'n 1200 brieven bewaard gebleven uit de periode 1755-1791, geschreven door hemzelf, zijn vader, moeder en zus.5 Nog eens 400 brieven, de meeste van zijn weduwe en zus, dateren uit de periode van na zijn dood in 1791. Het grootste deel van deze correspondentie begint in 1762, wanneer de familie met haar muzikale kinderen op reis gaat door Europa. Zijn hele leven zou Mozart veel reizen. Zijn laatste tien jaar bracht hij voornamelijk in Wenen door.

mozarts jeugd

Wenen was in het midden van de 18e eeuw, behalve een van de grote muzikale steden, ook een bekend geneeskundig centrum.6 Deze laatste reputatie dankte de stad aan de oprichting van de medische faculteit door de Nederlander Gerard van Swieten (1700-1772) in 1754. Veel van de prominente medici uit die tijd waren muziekliefhebbers en sommige waren zelf actieve componisten of traden op. Een van deze Weense artsen die het muzikale wonderkind ontmoetten, was Johann von Bernard (1726-1796). Hij maakte kennis met de 6-jarige Amadeus in oktober 1762 toen de familie Mozart Wenen bezocht. Aldaar kreeg de jonge musicus koorts met pijnlijke verheven erupties van circa 2 cm diameter op zijn extremiteiten. Dokter Von Bernard kwam onmiddellijk en diagnosticeerde een soort roodvonk (‘Es sei eine Art Scharlach-Ausschlag’). Na twee weken was Mozart weer hersteld.

Deze uitslag op 6-jarige leeftijd wordt vaak geduid als ‘een klassiek geval van’ erythema nodosum.6 In de differentiaaldiagnose hoort daarbij in ieder geval niet de roodvonk die Von Bernard diagnosticeerde. Volgens de hedendaagse criteria voor roodvonk veroorzaakt dezenamelijk geen verheven erupties. Als er toch verheven erupties ontstaan, zijn dit talrijke, 1-2 mm grote, puntvormige elevaties, die de huid het aspect geven van schuurpapier.7 Erythema nodosum houdt verband met streptokokkeninfecties, bovensteluchtweginfecties, sarcoïdose en inflammatoire darmziekten. Bovenal kan erythema nodosum voorkomen zonder systeemziekte en kan dan samengaan met koorts, malaise, artralgieën of artritis.

In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, heeft Mozart als kind niet ongebruikelijk veel ziekten gehad. Hij genas zonder problemen van de levensbedreigende kinderziekten.8 Er zijn geen aanwijzingen voor chronische ziekten of chronische gewrichtsklachten. Ook als volwassene verkeerde hij overigens in het algemeen in goede gezondheid.

Op 9-jarige leeftijd had Mozart (in Den Haag) een levensbedreigende aandoening, nadat eerst zijn zus Nannerl doodziek was geweest.2 Hij werd acuut ziek, met heftige koorts. Tijdens de ziekte waren zijn mond, tong en lippen zwart en droog. De eerste 8 dagen sprak hij helemaal niet, de daaropvolgende 8 dagen uitte hij wartaal. Algemeen wordt aangenomen dat dit typhus abdominalis (veroorzaker: Salmonella typhi) was, mogelijk mede met bronchitis. Hij vertoonde in ieder geval alle kenmerken van een bronchitis, waarmee tyfus vaak kan samengaan.

Tijdens een verblijf in Italië tussen zijn 13e en 17e jaar is Mozart waarschijnlijk ook ernstig ziek geweest, mogelijk met icterus als symptoom. Als hij inderdaad ziek is geweest, zijn mogelijke diagnosen ‘hepatitis’, ‘ziekte van Pfeiffer’, ‘malaria’ (indertijd prevalent in Italië) of een kinderziekte.

‘mozart-oor’

Mozarts linker oor had waarschijnlijk de anomalie die nu zijn naam draagt: ‘Mozart-oor’ (figuur 1).9 10 Zijn jongste zoon Franz Xaver Wolfgang bezat deze afwijkende oorvorm zeker. Het betreft een platte oorschelp met onderontwikkeling van de anthelicale curvatuur, zonder dat daarbij gehoorverlies optreedt. Malformaties van het externe oor gaan in 20-30 der gevallen samen met congenitale afwijkingen van de tractus urogenitalis die obstructieve uropathieën, nierstenen of urineweginfecties tot gevolg kunnen hebben.

mozarts mentale toestand

Over Mozart is gespeculeerd dat hij zou lijden aan het syndroom van Gilles de la Tourette.12 Dit is een stoornis met soms echolalie (napraten) en vaak coprolalie (uiten van obsceniteiten). Geen motorische of vocale tics zijn gedocumenteerd; de diagnose van dit syndroom is gebaseerd op de inhoud van sommige brieven. Hierin schreef Mozart soms scatologisch (het Griekse ‘skatos’ betekent ‘drek’). Dit moet echter niet als een symptoom van een ziekte worden beschouwd, maar past in de tijdgeest van de Weense en Zuid-Duitse middenklasse, waarbij men nogal eens zonder hedendaagse gêne allerlei triviale fysieke zaken evalueerde.13 Ook andere psychiatrische stoornissen worden bij Mozart verondersteld, zoals paranoïde ideeën, angstneurosen, depressie en hypomanie. Nadere beschouwing doet echter vermoeden dat Mozarts psychische gesteldheid niet uitzonderlijk was en dat hij op een normale manier reageerde op de gebeurtenissen in zijn leven, met goede en slechte dagen.

de omstandigheden van mozarts dood

Dat brengt ons bij de omstandigheden die voorafgingen aan zijn dood. In juli of augustus 1791 werd hij bezocht door een mysterieuze boodschapper die hem een anonieme brief bracht waarin gevraagd werd of hij een requiem wilde componeren, wanneer hij daarmee klaar zou kunnen zijn en hoeveel geld hij ervoor wilde hebben. Enkele dagen later keerde de boodschapper terug met 25 of 30 dukaten, de helft van de overeengekomen prijs vooruitbetalend. Mozart zou zelf nooit te weten komen wie de opdrachtgever was. Deze bleek later graaf Franz Walsegg-Stupach te zijn, wiens 20-jarige vrouw eerder dat jaar was overleden. De graaf deed in zijn leven vaker muziekstukken uitgaan die zijn naam droegen, maar van andere componisten waren. Met deze dodenmis van Mozart was hij hetzelfde van plan; vandaar alle geheimzinnigheid van de boodschapper.

Mozart leefde niet lang genoeg om het requiem te voltooien. Dat gebeurde uiteindelijk door een van zijn leerlingen, Franz Xaver Süssmayer (1766-1803), nadat Mozarts vrouw Constanze het eerst had laten proberen door een andere leerling van Mozart, Franz Beyer.

De laatste ziekte van Mozart begon op 20 november 1791, toen hij het bed moest houden; dat was 14 dagen vóór zijn dood op maandag 5 december 1791.11 14 Deze ziekte werd gekenmerkt door oedeem van handen en voeten, zonder dat daarbij dyspnoe werd beschreven. Het oedeem was zo extreem, dat Mozart volgens de beschrijving van zijn schoonzus Sophie Haibl er niet meer door kon bewegen (‘einer beynahe gänzlichen Unbeweglichkeit’). Latere hypothesen over een (hemi)parese kwamen voort uit de foute vertaling hiervan in Jahns eerste grote biografie over Mozart uit 1882, die luidde: ‘a partial paralysis’.8

Later in het beloop van de ziekte kwam er nog reuk- of smaakverlies bij en een huiduitslag, mogelijk met koorts en koortsdelier, hoewel Mozart zijn bewustzijn en helderheid behield tot twee uur vóór het einde.

De medische behandeling was agressief en bestond uit: clysterium donare, postea seignare, ensuita purgare (toediening van een klysma, daarna een aderlating, gevolgd door een laxeermiddel).

Er heeft twee- of driemaal een aderlating plaatsgevonden tijdens Mozarts laatste twee weken, ruwweg goed voor 2 liter bloedverlies bij een dergelijke kleine man (lichaamslengte: 1,63 m). De nacht van zijn dood werd de familiedokter Closset om 19.30 uur geroepen. Hij zat echter in het theater en weigerde te komen totdat de voorstelling was afgelopen. Om 21.30 uur arriveerde hij en verrichtte hij een aderlating. Ook bestelde hij koude compressen voor het brandende hoofd van de patiënt en diende hij sedatie toe.

Rond 55 minuten na middernacht probeerde Mozart rechtop in bed te gaan zitten, viel achterover en stierf in de aanwezigheid van Constanze, haar zus Sophie en Franz Süssmayer. Dokter Closset kwam opnieuw langs en verklaarde Mozart dood. Hij gaf als doodsoorzaak af: ‘hitziges Frieselfieber’, letterlijk ‘gierstkoorts’, waarmee waarschijnlijk wordt bedoeld: koorts met huiduitslag oftewel miliaria (kleine blaasjes ter grootte van een milium, veroorzaakt door verstopping der zweetkliertjes).

Mozarts begrafenis vond plaats op 7 december 1791, twee dagen na zijn dood op sinterklaasavond. Na een korte kerkdienst, waarbij zijn vrouw Constanze opvallend genoeg ontbrak, werd hij begraven op het Friedhof St. Marx, net buiten Wenen. Door het slechte weer haakten de vijf kerkgangers (waaronder Salieri en Süssmayer) voortijdig af, zodat zijn twee grafdelvers hem in alle eenzaamheid ten grave droegen. Hij kreeg het in die tijd gebruikelijke derdeklassegraf dat 5-6 kisten bevatte, zonder steen of enig ander gedenkteken.

mozarts schedel

Tien jaar na zijn dood werd een schedel gevonden die Mozart zou hebben toebehoord.15 Deze werd opgegraven door een van zijn twee grafdelvers, Joseph Rothmayer. Deze gaf hem aan zijn opvolger, Joseph Radschopf, die hem later op zijn beurt doorgaf aan Jacob Hyrtl, een amateur-frenoloog (schedelonderzoeker). Bij Hyrtls dood in 1868 erfde zijn broer, de anatoom Joseph Hyrtl, de schedel voor zijn collectie. Deze collectie bevatte ook de schedels van Beethoven en Schubert. Na de dood van de weduwe van Hyrtl in 1901, kwam de schedel in bezit van het Mozarteum te Salzburg.

Vergelijking van deze schedel met portretten van Mozart toont goede gelijkenis met zijn afmetingen en gelaatstrekken. Hij is echter gedurende zijn leven alleen op doek gezet door tweederangsschilders (figuur 2).

Ook forensisch onderzoek heeft overeenkomsten aangetoond. Hierbij werd het hoofd van Mozart gereconstrueerd door klei in lagen op de schedel aan te brengen. Dezelfde techniek die ruim een eeuw eerder succesvol werd toegepast om de schedel van Johann Sebastian Bach uit een verzameling botten te identificeren.

Aan Mozarts schedel is heel wat onderzoek verricht, waaruit diverse, ook tegenstrijdige, conclusies zijn getrokken. De schedel zou een persisterende metopische naad hebben, de scheidslijn van het os frontale die van de grote fontanel tot de neus loopt, of juist een premature sluiting van deze naad.16 Ook chronische epi- en subdurale hematomen worden vermeld.

Interessant is de publicatie van de tandarts Bär uit 1962, waarin deze het gebit van de schedel analyseert.17 Uit de familiecorrespondentie blijkt dat Mozart in 1774 een tandabces heeft gehad dat rechtsboven was gesitueerd. Exacte lokalisatie van dit abces voor een bepaalde tand is uiteraard niet mogelijk, maar na een doorgemaakt tandabces verwacht men cariës tot op de pulpa dentis van het desbetreffende gebitselement, het bindweefsel in de tandholte dat ook de vaten en de zenuwen bevat. Met uitzondering van de eerste molaar linksboven is het gebit van de gevonden schedel geheel cariësvrij. Er past dus geen tand of kies in de juiste regio bij een doorgemaakt tandabces. Derhalve heeft deze schedel niet aan Mozart toebehoord. Dit is dan ook de officiële stellingname van het Mozarteum te Salzburg. De schedel ligt aldaar opgeborgen in een doos en is niet voor bezoekers te aanschouwen.

de oorzaak van mozarts dood

In de loop van de eeuwen na het overlijden van Mozart is er heel wat geschreven en gespeculeerd over zijn dood.18-21 Zo kwamen er al snel geruchten in de wereld dat hij zou zijn vergiftigd (omdat hij zo plots stierf) en ook hijzelf heeft zich eenmaal tegenover Constanze uitgelaten dat hij zou worden vergiftigd. Enkele maanden voor zijn dood had hij het idee dat hem ‘acqua toffana’ werd toegediend door iemand die het exacte tijdstip van zijn dood had berekend. ‘Dat is waarom ze een requiem hebben besteld; ik schrijf het voor mezelf.’ Maar zelfs door zijn eigen vrouw werd dit als een absurd idee verworpen. Acqua toffana was een kleur- en smaakloze vloeistof die arsenicum bevatte en in Italië als cosmeticum werd verkocht, maar die vaak werd toegepast als gif door jonge vrouwen die graag snel weduwe wilden worden.

Ook gingen er geruchten dat zijn rivaliserende componist Antonio Salieri hem uit afgunst zou hebben vergiftigd. Dit is niet waar, maar het is wel vaak als thema gebruikt door andere kunstenaars, zoals Alexander Poesjkin in zijn korte toneelstuk Mozart en Salieri uit 1830, door Nikolaj Rimsky-Korsakov in een opera uit 1898, door Peter Shaffer in een toneelstuk uit 1979 en door Milos Forman in de reeds genoemde verfilming van dit toneelstuk uit 1984, Amadeus.

Een andere vergiftigingstheorie is dat Mozart zijn eigen moordenaar was door zichzelf te behandelen voor de ‘Franse ziekte’ (syfilis) met een overdosis kwik. Kwik was de eerstekeusbehandeling in die tijd: ‘Two minutes with Venus, two years with mercury’, volgens een uitspraak van J.Earle Moore (1892-1957). Tegen deze theorie pleit het afwezig zijn van waarschijnlijk de meest voorkomende manifestatie van kwikvergiftiging: een intentietremor. Mozarts handschrift bleef namelijk stabiel tot zijn dood (figuur 3). Ook ontbraken het veelvoorkomende geheugenverlies en de excessieve salivatie.

Een andere voorgestelde diagnose is ‘Henoch-Schönlein-purpura’. Dit is een immuuncomplexziekte met IgA-neerslagen, voornamelijk in de tractus digestivus, de nieren, de gewrichten en de huid. Voor een 35-jarige man als Mozart zou deze ziekte ongebruikelijk zijn, maar niet uitgesloten. Meestal begint deze ziekte vóór het 21e levensjaar. Als recidief van de eerder beschreven ziekte met erythema nodosum op 6-jarige leeftijd is Henoch-Schönlein-purpura zeer onwaarschijnlijk. Ook is de aandoening vrijwel nooit letaal in de acute fase en geeft deze in een later stadium ook een veranderde mentale status ten gevolge van uremie door aantasting der nieren. Mozart bleef compos mentis tot vlak vóór zijn dood.

Acute reumatische koorts is ook voorgesteld. Hierbij moet men het verschil in betekenis van het woord ‘reumatisch’ toen en nu in acht nemen; vroeger refereerde dit woord aan het idee dat een lichaamsvloeistof in een gewricht lekte en daar ontsteking veroorzaakte. Als kind zou Mozart namelijk tweemaal een aanval hebben doorgemaakt van postinfectieuze artritis, mogelijk samenhangend met streptokokken. Bij deze bacterie zou ook het eerdergenoemde erythema nodosum hebben kunnen passen. Ook al vroeg in de 19e eeuw werd acuut reumatisme in verband gebracht met klepgebreken (mitralis- of aorta-insufficiëntie of mitralisstenose) waarbij men dyspnoe verwacht, die echter bij Mozart nooit is vermeld. Daarnaast sterven mensen pas na een chronisch beloop en meestal niet bij acute aanvallen, zelfs niet in Mozarts tijd.

In deze lijn van redeneren zou er bovenop het reeds bestaande klepvitium nog een entinfectie hebben kunnen ontstaan: bacteriële endocarditis door een triviale infectie elders. Mogelijke porte d'entrée of zelfs oorzaak van deze bacteriële endocarditis zou het aderlaten hebben kunnen zijn, zoals is geopperd door de reeds genoemde Boissevain.4

Een recente hypothese is die van J.V.Hirschmann.18 Hij denkt aan trichinosis, een parasitaire ziekte die wordt verkregen door het eten van onvoldoende verhit varkensvlees, besmet met cysten van de larven van Trichinella spiralis. Letale trichinosis komt tegenwoordig zelden voor in de westerse wereld, maar had in Mozarts tijd een sterfte van 18-30, vooral ten gevolge van hartfalen. Zeldzamere klinische verschijnselen van trichinosis zijn encefalitis, meningitis, coma of aritmieën. Dit alles veroorzaakt door larven in hersenen of myocard.

De symptomen van Mozarts laatste ziekte pleiten voor trichinosis: koorts, huiduitslag, oedeem zonder dyspnoe, pijnlijke en gezwollen ledematen ten gevolge van spierontsteking en vasculaire schade. Ook treedt sterfte op in de 2e of 3e week na het begin van de ziekte. Het dieet van Mozart past eveneens in deze hypothese. Hij was namelijk liefhebber van varkensvlees. Op 7 oktober 1791, 2 maanden voor zijn dood ofwel 44 dagen voor het begin van zijn ziekte, schreef hij Constanze: ‘Wat ruik ik . . . karbonaadjes! Che gusto wat een heerlijke smaak! Ik eet op jouw gezondheid!’ Als de uiteindelijke ziekte inderdaad trichinosis was (incubatietijd tot 50 dagen), heeft Mozart zelf zijn doodsoorzaak, door deze karbonaadjes, aan ons beschreven.

conclusie

Waaraan Mozart precies is gestorven, zal natuurlijk nooit duidelijk worden. Het is te lang geleden en te weinig (medische) gegevens staan tot onze beschikking. Waarschijnlijk komt de ‘diagnose’ – lees: ‘beschrijvende term’ – van dokter Closset nog het dichtst in de buurt: ‘hitsiges Frieselfieber’, veroorzaakt door één van de in die tijd vaak voorkomende infectieziekten, mogelijk de besproken trichinosis. De dood is zeker versneld door de agressieve behandelingen, waaronder het aderlaten.

Een deel van de mythen en geheimzinnigheid rondom Mozarts ziekte en dood is door de hier aangehaalde publicaties ontzenuwd; met name het weerleggen van onwaarschijnlijke diagnosen bleek vaak eenvoudiger dan het aantonen van de juiste doodsoorzaak. Het blijft nog steeds interessant om te speculeren over het fenomeen Mozart, die ruim 2 eeuwen na zijn verscheiden nog steeds kan ontroeren door de muziek die hij achterliet. Een nog groter raadsel dan zijn doodsoorzaak is dan ook het genie waarmee hij deze prachtige muziek schiep.

Prof.dr.P.Speelman, internist, en dr.F.Verbraak, oogarts, gaven commentaar op het manuscript. Figuur 1 werd ter beschikking gesteld door het Nederlands Muziek Instituut, Den Haag.

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur
  1. Forman M. Amadeus. Berkeley, Calif.: Saul Zaentz Company;1984.

  2. Koopman J. Mozart en zijn geneeskundigen.Ned Tijdschr Geneeskd1925;69:35-43.

  3. Wes MA. De dood van Amadeus. Maatstaf1985;32:95-113.

  4. Passchier H, Peddemors A. Pro Mozart. Aspecten van zijnleven en werk. Kampen: Kok Lyra; 1994.

  5. Robbins Landon HC. The Mozart compendium. A guide toMozart's life and music. Londen: Thames and Hudson; 1990.

  6. Jenkins J. Music and medicine in the life of Mozart. TransMed Soc Lond 2000;115:20-6.

  7. Wilson JD, Braunwald E, Isselbacher KJ, Petersdorf RG,Martin JB, Fauci AS, et al. Harrison's principles of internal medicine.12th ed. New York: McGraw-Hill; 1991.

  8. Karhausen LR. Weeding Mozart's medical history. J RSoc Med 1998;91:546-50.

  9. Paton A, Pahor AL, Graham GR. Looking for Mozart ears. BrMed J (Clin Res Ed) 1986;293:1622-4.

  10. Davies PJ. Mozart's left ear, nephropathy and death.Med J Austr 1987;147:581-6.

  11. Von Nissen GN. Biographie W.A. Mozarts. 3.Unveränderte Nachdruk der Ausgabe Leipzig 1828. Hildesheim: Georg OlmsVerlag; 1984.

  12. Simkin B. Mozart's scatological disorder. BMJ1992;305:1563-7.

  13. Aterman K. Did Mozart have Tourette's syndrome? Somecomments on Mozart's language. Perspect Biol Med1994;37:247-58.

  14. Kubba AK, Young M. Wolfgang Amadeus Mozart: a casereport. J R Coll Surg Edinb 1996;41:44-7.

  15. Bahn PG. The face of Mozart. Archaeological Institute ofAmerica 1991;44:38-41.

  16. Drake jr ME. Mozart's chronic subdural hematoma.Neurology 1993;43:2400-3.

  17. Bär C. Mozarts Zahnkrankheiten. Mitteilungen derDeutschen Mozart-gesellschaft E.V. 1962;9:47-54.

  18. Hirschmann JV. What killed Mozart? Arch Intern Med2001;161:1381-9.

  19. Bär C. Mozart. Krankheit – Tod –Begräbnis. Salzburg: Internationale Stiftung Mozarteum; 1972.

  20. Keynes M. The personality and illnesses of WolfgangAmadeus Mozart. J Med Biogr 1994;2:217-32.

  21. Wheater M. Mozart's last illness – a medicaldiagnosis. J R Soc Med 1990;83:586-9.

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, afd. Oogheelkunde, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam.

Contact R.H.C.Zegers, assistent-geneeskundige (r.h.zegers@amc.uva.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties