Met of zonder persoonlijke begeleiding?

Gepersonaliseerde internettherapie voor depressie

Een figuur is te zien in het scherm van een smartphone.
Eirini Karyotaki
Pim Cuijpers
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:D5963
Abstract

Samenvatting

Psychologische behandelingen van depressie kunnen beter toegankelijk gemaakt worden met internetinterventies. Een groot aantal studies heeft laten zien dat gemiddeld genomen internettherapie voor depressie effectiever is wanneer de patiënt daarbij persoonlijke begeleiding ontvangt dan wanneer er geen begeleiding wordt gegeven. Om te onderzoeken of er subgroepen zijn waarbij onbegeleide internettherapie even effectief is als begeleide therapie, voerden we een netwerkmeta-analyse uit met data van individuele patiënten. Daarbij integreerden we de data van 36 gerandomiseerde effectstudies (8107 patiënten) in één databestand. We vonden dat verschillende patiëntkenmerken de resultaten kunnen voorspellen. Zo vonden we dat onbegeleide zelfhulp even effectief is als de begeleide vorm bij mildere depressies en dat beide behandelingen effectiever zijn dan gebruikelijke zorg. Deze data maken het ook mogelijk om te voorspellen welke patiënt met welke persoonlijke kenmerken baat heeft bij begeleide dan wel onbegeleide internettherapie. We zien dit als een belangrijke stap naar gepersonaliseerde behandeling van depressie.

Auteursinformatie

Vrije Universiteit, Faculteuit Gedrags- en Bewegingswetenschappen, afd. Klinische, Neuro- en Ontwikkelingspsychologie, Amsterdam: dr. E. Karyotaki, en prof.dr. P. Cuijpers, klinisch psychologen.

Contact P. Cuijpers (p.cuijpers@vu.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
Eirini Karyotaki ICMJE-formulier
Pim Cuijpers ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Huisartsgeneeskunde
Public Health

Gerelateerde artikelen

Reacties

Michiel
Hengeveld

Het artikel van Karyotaki en Cuijpers, dat pleit voor breed uitrollen van internet-cognitieve gedragstherapie voor depressies, roept bij mij veel vragen op. Ik noem de drie belangrijkste:                

1. Over wat voor psychische stoornis gaat het? Het artikel spreekt van 'depressie', en dat is geen depressieve  stoornis ('major depression') zoals gedefinieerd in de DSM-5 (American Psychiatric Association, 2014). Er wordt niet voor niets verwezen naar een artikel dat over 'subthreshold depression' gaat (Kroenke, 2017).De 'diagnose' wordt gesteld met screeners of ernstvragenlijsten, in plaats van met gedegen face-to-face-onderzoek van de 'patiënten', zoals voorgeschreven in de Richtlijn psychiatrische diagnostiek (Hengeveld e.a., 2015). Het gaat ook nog eens over een 'milde depressies', een contradictio in terminis, want depressieve stoornissen zijn nooit mild (i.e. zachtaardig, vriendelijk). Bedoeld zal zijn: 'lichte depressies.' Hier en daar wordt zelfs gesproken van' milde lichte depressies', een taalkundig en psychopathologisch gedrocht. Zo licht dat je je kan afvragen of het nog wel een depressie moet heten en of hier geen sprak is van psychiatrisering van normaal menselijke reacties op de tegenslagen in het leven.

2.Was behandeling wel nodig? Bij 50% van de mensen met een depressieve stoornis is na drie maanden herstel opgetreden. Daarom is 'watchful waiting' de aanpak van eerste keus: voorlichting, praktische adviezen, etc. (Hoogendijk e.a., 2022). Dit geldt a fortiori voor depressies die het niveau van een depressieve stoornis (nog) niet hebben bereikt. Moet je daar massaal internet-behandelingen voor gaan uitrollen? Patiënten met een echte depressieve stoornis komen bij mij na enkele korte internetbehandelingen of geprotocolleerde behandelingen door een masterpsycholoog, die geen of alleen tijdelijk effect hebben gehad, en verzuchten: "Eindelijk word ik door een dokter gezien die niet alleen naar de DSM-5-criteria kijkt en die me zelf behandelt. Ik wil per se geen internetbehandeling (meer)." Uitval uit de behandeling werd in de studie helaas niet meegenomen.  

3. Wie moet dat betalen? Zorgverzekeraars zullen, naar ik vrees, zeer gecharmeerd zijn van dit artikel: goedkoop depressies behandelen met mooi resultaat. Maar ik mag toch hopen dat er niet nog meer van de zorgpremies richting zulke lichte zorg voor de behandeling van niet-zieken zal gaan, ten koste van de behandelingen van ernstige psychiatrische patiënten. Dit systeemfalen, dat in de jeugdzorg nu eindelijk ook door het kabinet wordt erkend, moet ook in de GGZ voor volwassenen gerepareerd worden, en zeker niet nog eens verergerd. 

Michiel W. Hengeveld, zelfstandig gevestigd psychiater, emeritus hoogleraar-afdelingshoofd
Literatuur

Hengeveld MW, Beekman ATF, Beerthuis RJ, Hoekstra L, Marle HJC van, Naarding P, Oeffelt T van, Hagemeijer JW en Venhorst K. Richtlijn psychiatrische diagnostiek, Tweede, herziene versie. Utrecht: De Tijdstroom, 2015.

Hoogendijk W, Schaik A van, Schoevers R. Depressieve stemmingsstoornissen. In: Hengeveld MW, Balkom AJLM van, Heeringen C van, Sabbe BGC. Leerboek psychiatrie. Derde, geheel herziene druk. Amsterdam: Boom/de Tijdstroom, 2022, p. 321-342.

Kroenke K. When and how to treat subthrreshold depression. JAMA. 2017; 317: 702-4.