Frequente bezoekers

Wim Opstelten
Wim Opstelten
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:B2086

artikel

Het is waarschijnlijk herkenbaar voor veel artsen: een onevenredig groot deel van onze tijd besteden we aan een kleine groep patiënten. In dit nummer hebben we het over kinderen die heel vaak de SEH bezoeken (D6813, D7172). Een relatief kleine groep, maar wel divers. In de eerste plaats bestaat ze natuurlijk uit patiëntjes met al dan niet complexe comorbiditeit die bij ontregeling daarvan vaak zijn aangewezen op specialistische zorg. Er zitten echter ook kinderen zonder chronische aandoening in. Zij worden veelvuldig op de SEH gezien omdat de draagkracht van het gezin wordt overschreden. Een onschuldig symptoom als koorts, huiduitslag of een hoestje kan de wankele gezinssituatie dan al uit balans brengen. Een uiting van psychosociale kwetsbaarheid. Rake en collega’s onderstrepen hoe belangrijk het is om de draagkrachtoverschrijding bij zo’n gezin te herkennen en om samen met de huisarts de ouders een passend zorgplan te bieden (D6813).

‘Soms is het juist een valkuil als je een patiënt goed kent’

In de huisartsenpraktijk kennen we ze ook: patiënten die bij ieder pijntje of vlekje bezorgd op de stoep staan en voor elk wissewasje de praktijk bellen. Ook dan betreft het vaak patiënten die niets ernstigs hebben, maar die – om welke reden dan ook – snel ongerust zijn. Het is dan de kunst om met zo min mogelijk onderzoek die ongerustheid weg te nemen. Dat huisartsen vaak de achtergrond van hun patiënt goed kennen helpt daarbij, maar kan ook een valkuil vormen.

Zo’n valkuil schetsen Jeanine van Dam en haar collega’s (D6897). Acute keelpijn: meestal een gewone virusinfectie die vanzelf overgaat. Maar soms is het de uiting van een aandoening die zonder snel en adequaat handelen fataal kan aflopen.

Dat is vermoedelijk het schrikbeeld van iedere huisarts: het missen van een ernstige aandoening die zich aanvankelijk aandient als een alledaagse, onschuldige kwaal. Dat gevaar ligt vooral op de loer bij die frequente bezoekers. De ons bekende context van de patiënt kan zich dan tegen ons keren en ons op het verkeerde been zetten. En ons pluis-/nietpluisgevoel dan? Ik weet het niet. Onze vooringenomenheid zou ook weleens een niet-pluisgevoel kunnen verdringen. Het beste lijkt me vooral om steeds weer goed te luisteren en te kijken… bij iedere patiënt.

Gerelateerde artikelen

Reacties