Explantatie van een implanteerbare defibrillator of pacemaker post mortem

Zorg
19-07-2010
Brian Bosch en Alexander H. Maass

In de laatste jaren is het aantal plaatsingen van implanteerbare defibrillatoren (ICD’s) sterk toegenomen en het aantal pacemakerimplantaties blijft hoog. Daardoor dient zich steeds vaker de vraag aan wat te doen bij overlijden van een patiënt met een ICD of pacemaker. Er zijn uiteraard medische aspecten, maar ook juridische aspecten en het milieu verdienen aandacht. Bij een overledene die gecremeerd zal worden dient een implantaat zeker verwijderd te worden, maar ook bij een begrafenis heeft dit de voorkeur. Bij het verwijderen van een implanteerbare defibrillator dienen veiligheidsmaatregelen getroffen te worden. Wie verantwoordelijk is voor explantatie van cardiale implantaten is in Nederland niet wettelijk geregeld, maar het verwijderen zal in de meeste gevallen door een behandelend arts of een begrafenisondernemer moeten gebeuren. Benodigdheden daarvoor zijn: handschoenen, een scalpel, een stompe schaar, een geïsoleerde tang, een hechtset en een pleister.