De gegevensregistratie is nog niet op orde

Evaluatie Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting

Perspectief
Tinka Floor
Brenda J.M. Frederiks
Nicolette O.M. Woestenburg
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164:D4766
Abstract
Download PDF

Samenvatting

De Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) is in 2012 voor het eerst geëvalueerd en in 2018 een tweede keer. Doel van dit laatste evaluatieonderzoek was inzicht geven in de doeltreffendheid en neveneffecten van de wet. De onderzoekers maakten niet alleen een juridische analyse van de wetgeving en de parlementaire geschiedenis; ook bezochten ze fertiliteitsklinieken, deden ze onderzoek bij de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB) en interviewden ze betrokkenen en sleutelfiguren. Hieruit vloeiden 17 aanbevelingen voort, gericht aan het ministerie van VWS, de SDKB, de fertiliteitsklinieken en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Een aantal van deze aanbevelingen heeft ook gevolgen voor het handelen van fertiliteitsartsen en gynaecologen die werken in klinieken en ziekenhuizen waar donorbehandelingen worden uitgevoerd.

Casus

Een kind komt er rond haar negende achter dat zij in de jaren 80 is verwekt met de hulp van een anonieme zaaddonor. Haar moeder vertelt haar dat de kliniek alle gegevens van de donor heeft vernietigd. Jaren later, als dertiger, schrijft het donorkind zich in bij een internationale DNA-databank. Ze vindt een halfzusje, dat nog niet weet dat ze een donorkind is. Als dit halfzusje aan haar moeder vraagt naar de donorbehandeling, blijkt dat de kliniek in het dossier van deze moeder wél gegevens over de donor heeft bewaard: onder meer een donorcode (een unieke code per donor). Met behulp van deze donorcode stuurt de kliniek de gegevens naar de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (hierna: SDKB). Die vraagt de donor schriftelijk of hij toestemming geeft voor het verstrekken van zijn naam. Na 15 jaar zoeken kan het donorkind eindelijk haar donor leren kennen.

artikel

Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is steeds duidelijker geworden dat donorkinderen willen weten van wie zij afstammen. De Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) trad op 1 januari 2004 grotendeels in werking; de laatste onderdelen van de wet volgden op 1 juni 2004. Als gevolg van deze wet kunnen kinderen die zijn ontstaan uit donorsemen, donoreicellen of donorembryo’s vanaf hun zestiende levensjaar de identiteit van hun donor leren kennen, tenzij de donor zwaarwegende belangen tegen verstrekking van de gegevens kan aanvoeren. In 2021 worden de eerste kinderen die onder deze wet zijn geboren 16 jaar en kunnen zij bij de SDKB persoonsidentificerende gegevens opvragen van hun donor: geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, burgerservicenummer en woonplaats.

De Wdkb is in 2012 voor de eerste keer geëvalueerd.1 In dit artikel gaan we in op de resultaten van de tweede evaluatie, die in 2018 plaatsvond.2,3 Doel van de evaluatie was inzicht geven in de doeltreffendheid van de wet en de neveneffecten ervan. De hoofdvraag richtte zich op de werking van de wet, de ervaren knelpunten en de toekomstbestendigheid van de wet. De minister reageerde op 26 september 2019 per brief op de uitkomsten van de tweede evaluatie.4

Het evaluatieonderzoek maakte gebruik van een combinatie van juridische en empirische onderzoeksmethoden. De onderzoekers maakten niet alleen een juridische analyse van de wetgeving en de parlementaire geschiedenis, maar bezochten ook alle 16 fertiliteitsklinieken met een ivf-lab of gametenbank om interviews te houden en de registraties in te zien. Verder deden ze onderzoek bij de SDKB en interviewden ze betrokkenen – donorkinderen, moeders en donoren – en sleutelfiguren bij bijvoorbeeld belangenverenigingen. De bevindingen zijn besproken tijdens een expertmeeting.

De evaluatie heeft geleid tot 17 aanbevelingen, gericht aan het ministerie van VWS, de SDKB, de fertiliteitsklinieken en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.1 Een aantal van deze aanbevelingen heeft gevolgen voor het handelen van fertiliteitsartsen en gynaecologen die werken in klinieken en ziekenhuizen waar behandelingen met donorgameten worden uitgevoerd. Deze aanbevelingen worden in dit artikel beschreven.

Registratie van donorgegevens

De Wdkb wijst de klinieken en ziekenhuizen die behandelingen met donorgameten uitvoeren (‘verrichters’) aan als de instanties die schriftelijke gegevens moeten aanleveren (zie tabel 1). De gegevens worden beheerd door de SDKB, de centrale instantie die daarvoor verantwoordelijk is. Artsen en hun afdeling hebben daarmee een belangrijke rol in de gegevensverzameling. Zij dienen zorg te dragen voor het aanleveren van deze gegevens.

Tabel
Gegevens die klinieken volgens de Wdkb moeten aanleveren over een donor en een donorbehandeling
Tabel | Gegevens die klinieken volgens de Wdkb moeten aanleveren over een donor en een donorbehandeling

Sinds de vorige evaluatie van de Wdkb is het aanleveren van gegevens door klinieken flink verbeterd. De registratie wordt regelmatig bijgewerkt en er is meer bewustzijn van de registratieplicht, ook bij instellingen die geen ivf-kliniek zijn of donorbank hebben. Meer centra zijn op de hoogte van het feit dat de gegevens van een ‘eigen donor’ (een sperma- of eiceldonor die door de wensouders wordt meegenomen, niet zijnde de partner) ook moeten worden geregistreerd.

Ondanks de verbeteringen bij klinieken zijn er verschillende aanwijzingen dat de registratie van kunstmatige donorbevruchtingen in haar geheel niet compleet is. De gegevensregistratie kwam de eerste jaren slechts langzaam op gang; het registratiesysteem is pas in de loop van 2006 functioneel geworden en instellingen ondervonden problemen met het invoeren van gegevens in het systeem. Het burgerservicenummer is pas sinds 2014 wettelijk verankerd in de Wdkb en ook van donoren van Deense spermabanken, die geregeld donorzaad leveren aan Nederlandse klinieken, is niet altijd een dergelijk nummer beschikbaar. Onbekend is hoeveel gegevens in het registratiesysteem ontbreken; de SDKB controleert binnenkomende gegevens niet. De onderzoekers hebben daarom aanbevolen dat de SDKB ook binnenkomende en reeds ingevoerde gegevens gaat controleren op volledigheid. De minister heeft in de recente Kamerbrief aangegeven dat de SDKB de volledigheid van de individuele registraties controleert bij nieuwe gegevens.4 Als gegevens ontbreken, zal de fertiliteitsklinieken slechts gevraagd worden gegevens aan te vullen als er een aanvraag van een donorkind is binnengekomen; gegevens zullen niet met terugwerkende kracht ingevuld hoeven te worden.

Medische gegevens

Klinieken leveren nauwelijks medische gegevens aan de SDKB. De wet vraagt om het aanleveren van een uitgebreide bloedgroeptypering, maar deze wordt al jaren niet meer uitgevoerd omdat dat een kostbare handeling is die niets toevoegt. Mochten er bij de screening van een kandidaat-donor medische gegevens worden geconstateerd die de gezonde ontwikkeling van een kind negatief zouden kunnen beïnvloeden, dan leidt dat er volgens klinieken toe dat deze persoon niet als donor wordt geaccepteerd. Wanneer bij een donor later toch nog genetische aandoeningen worden geconstateerd, blijkt dat alle klinieken dezelfde procedure volgen. De onderzoekers hebben geconstateerd dat de wettelijke bepaling verouderd is en hebben daarom aanbevolen om de verplichting tot registratie van medische gegevens te schrappen. De minister heeft in de Kamerbrief van september 2019 aangegeven dat bij de wetswijziging van de Wdkb te gaan doen.4 Hij zegt daarnaast toe de SDKB de bevoegdheid te geven om ook andere klinieken te informeren wanneer een kliniek heeft geconstateerd dat een donor een genetische aandoening heeft.

Voorlichting en begeleiding donoren en wensouders

Alle klinieken lichten donoren voor over de Wdkb; ze leggen uit dat doneren niet anoniem is, welke gegevens worden geregistreerd en dat kinderen vanaf hun zestiende de identiteit van de donor mogen weten. Bij de voorlichting aan wensouders schenken klinieken aandacht aan het belang het kind te vertellen over de afstammingssituatie (statusvoorlichting). De meeste klinieken stimuleren openheid hierover. Deze voorlichting is sinds de eerste evaluatie van de Wdkb uitgebreid, hoewel hiervoor geen aparte DBC beschikbaar is.

Klinieken bieden ook nazorg aan de wensouders; ze kunnen ondersteuning krijgen wanneer ze hun kind vertellen over diens afstamming. Van dit aanbod wordt echter nauwelijks gebruikgemaakt. Het is ook de vraag of deze ondersteuning wel een taak is voor klinieken. De gesprekken met moeders in het kader van deze evaluatie geven ook geen aanleiding om deze taak bij de klinieken neer te leggen.

Aanbeveling van de onderzoekers is om een informatieplatform in te richten voor donoren, ouders en donorkinderen, waarbij overheid en SDKB een actieve rol spelen, zodat de informatievoorziening niet stopt na de behandelingen in de kliniek en alle informatie op één plek beschikbaar is. De minister heeft in de recente Kamerbrief aangegeven dit informatieplatform te gaan financieren.4

Anonimiteit van donoren

De overgangsbepaling van de Wdkb (artikel 12) regelt dat de donor die heeft gedoneerd voor inwerkingtreding van de wet, een geheimhoudingsverklaring kan ondertekenen waarin wordt verklaard dat de gegevens niet aan het donorkind overhandigd mogen worden. Donoren die zo’n geheimhoudingsverklaring niet hebben ondertekend, wordt gevraagd om instemming; geven ze deze niet, dan worden hun persoonsidentificerende gegevens eveneens niet verstrekt. In deze evaluatie is geconstateerd dat niet alle geheimhoudingsverklaringen zijn overhandigd aan de SDKB en dat gegevens van donoren van wie deze verklaring ontbreekt, ook niet zijn ingevoerd in het systeem van de SDKB. Dat is in strijd met de wet. De minister heeft aangegeven dat klinieken deze gegevens alsnog moeten invoeren in het registratiesysteem van de SDKB, inclusief de geheimhoudingsverklaring.

De anonimiteitswaarborg van donoren die voor 2004 hebben gedoneerd blijft een discussiepunt. In deze evaluatie wordt de vraag opgeworpen hoe dit zich verhoudt tot het voor Nederland bindende artikel 7 van het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind, dat al sinds maart 1995 gold en waarin het recht voor kinderen is neergelegd om ‘as far as possible’ kennis over hun afstammingsgeschiedenis te krijgen. Hoe ver dit recht gaat, is nog voor discussie vatbaar, maar is volgens de onderzoekers ook van toepassing op informatie over de donor. Daarin verschillen zij van mening met andere auteurs.5

Voor donoren die ná 1 juni 2004 hebben gedoneerd, geldt dat hun persoonsidentificerende gegevens in principe verstrekt worden aan donorkinderen, tenzij de donor zwaarwegende belangen tegen verstrekking kan aanvoeren (artikel 3, lid 2, tweede volzin Wdkb). Het begrip ‘zwaarwegende belangen’ is nog niet uitgewerkt door de SDKB. In de loop van 2021 zullen de eerste donorkinderen zich gaan melden, waardoor het wenselijk is dat op korte termijn een procedure wordt ingericht waarvan kinderen en donoren gebruik kunnen maken. De minister en de SDKB zijn kort na de evaluatie aan de slag gegaan met het opzetten van deze procedure.

Conclusie

Deze tweede evaluatie van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting laat een gemengd beeld zien. Aan de ene kant zijn er sinds de eerste evaluatie met name door de klinieken verschillende verbeteringen doorgevoerd, onder meer in de registratie van gegevens van donoren. Aan de andere kant zijn veel van de aanbevelingen die zich destijds tot de SDKB richtten, niet uitgevoerd. De SDKB vult haar taken nu op veel vlakken reactief in. De minister heeft aangegeven de komende periode verschillende maatregelen te gaan treffen. Dat betekent voor klinieken waarschijnlijk dat zij een inhaalslag zullen moeten maken waar het gaat om eerder ingevoerde gegevens die niet compleet zijn.

Literatuur
  1. Winter HB, Dondorp WJ, Ploem MC et al. Evaluatie Embryowet en Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting. Den Haag: ZonMw; 2012.

  2. Woestenburg NOM, Frederiks BJM, Dorscheidt JHHM, Floor T, Bloemhoff CE, Winter HB. Tweede evaluatie Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting, Reeks evaluatie regelgeving nr. 45. Den Haag: ZonMw; 2019.

  3. Winter HB, Woestenburg NOM, Dorscheidt JHHM, Frederiks BJM. De Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting geëvalueerd: nog steeds veel dorre grond. Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2020;44:5-18.

  4. Kamerbrief met reactie op de Tweede evaluatie Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting. Den Haag: Ministerie van VWS; 2019.

  5. Garvelink SE, Ploem MC. Tweede evaluatie Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting: stof tot nadenken. Tijdschrift voor gezondheidsrecht 2020;44:19-31.

Auteursinformatie

Pro Facto, Groningen: mr. T. Floor, onderzoeker; mr. N.O.M. Woestenburg, onderzoeker. Amsterdam UMC, locatie VUmc, afd. Gezondheidsrecht, Amsterdam: mr.dr. B.J.M. Frederiks, universitair docent.

Contact B.J.M. Frederiks (b.frederiks@amsterdamumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: er zijn mogelijke belangen gemeld bij dit artikel. ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
Tinka Floor ICMJE-formulier
Brenda J.M. Frederiks ICMJE-formulier
Nicolette O.M. Woestenburg ICMJE-formulier
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties