Epoxyhars als oorzaak van contactallergisch eczeem
Open

Onderzoek
29-07-1989
B.A. Geldof en Th. van Joost

Epoxyhars-bevattende produkten uit de plastic-industrie worden de laatste decennia steeds vaker toegepast. Vóórkomen en klinisch beloop van contactallergie voor epoxyhars werden retrospectief onderzocht bij 2265 patiënten bij wie door middel van epicutaan-allergisch onderzoek een contactallergie werd aangetoond.

Bij 31 van hen (1,4) bleek epoxyharsallergie te bestaan. De relatie tussen klinisch contact-eczeem en blootstelling was ‘zeker’ bij 10, ‘zeer waarschijnlijk’ bij 9, ‘zeer goed mogelijk’ bij 4 en ‘onduidelijk’ bij 8 patiënten. Epoxyharsallergie bleek vooral samen te hangen met werkomstandigheden (55) en hobby's (13). Bij de helft van de patinnten bestond sensibilisatie voor meer dan één allergeen. Handen (56), armen (38) en gelaat (38) bleken de vaakst aangedane plaatsen. Bij na-onderzoek bij 26 van de 31 patiënten bleek dat de prognose het gunstigst was, indien de exacte oorzaak van blootstelling aan epoxyhars kon worden vastgesteld, verder contact kon worden vermeden en er geen sprake was van sensibilisatie voor andere allergenen.