Eerst even op tetanus testen?

Onderzoek
Menno I. Gaakeer
Rebekka Veugelers
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:D1138
Download PDF

Waarom dit onderzoek?

Tetanusvaccinatie is sinds 1957 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma en Nederland kent dan ook een hoge immunisatiegraad. Toch komt tetanus nog sporadisch voor, voornamelijk onder ouderen na inadequate tetanus-postexpositieprofylaxe (T-PEP). De richtlijn van de Gezondheidsraad adviseert over vaccinatie na verwonding op basis van het geslacht, de leeftijd en de vaccinatieanamnese. Deze anamnese blijkt echter beperkt betrouwbaar. Daarnaast kan de tetanus-immunisatiestatus sinds 2000 eenvoudig worden bepaald met een sneltest (‘bedside test’).

Onderzoeksvraag

Hoe wordt het vaccinatieadvies van de Gezondheidsraad in de praktijk opgevolgd en wat is de toegevoegde waarde van het bepalen van de tetanus-immunisatiestatus met een sneltest?

Hoe werd dit onderzocht?

Op 3 SEH’s werden patiënten geïncludeerd. Behandeling vond plaats volgens het lokale tetanusprotocol, gevolgd door afname van een vragenlijst ter vergelijking met het richtlijnadvies. Daarnaast werd de immunisatiestatus getest. De testuitslag was dichotoom, met een afkapwaarde van 0,1 IU/ml. Voor de analyse werd de studiepopulatie opgedeeld in 2 geboortecohorten: patiënten van vóór (cohort 1) en na 1951 (cohort 2).

Belangrijkste resultaten

Gedurende 15 maanden werden 601 patiënten geïncludeerd. Van cohort 1 en 2 ontving respectievelijk 16% en 9% T-PEP zonder indicatie volgens de richtlijn en kreeg respectievelijk 8% en 7% geen T-PEP terwijl dit wél was geïndiceerd. Volgens de richtlijn kwam respectievelijk 22% en 8% niet in aanmerking voor T-PEP, terwijl hun immunisatiegraad onvoldoende was. Daarentegen kwam respectievelijk 36% en 73% protocollair in aanmerking voor T-PEP, terwijl deze patiënten volgens de test waren beschermd. Op basis van de sneltest kwam dit in de praktijk voor beide cohorten samen neer op 132% overvaccinatie met tetanus-toxoïd en 65% ondervaccinatie met tetanus-immuunglobuline.

Consequenties voor de praktijk

Dit onderzoek toont dat betere opvolging van de landelijke richtlijn samen met het gebruik van een sneltest om de tetanus-immunisatiestatus te bepalen, ondervaccinatie met immuunglobuline en overvaccinatie met toxoïd kan reduceren. De sneltest die in de studie werd gebruikt, had echter een afkapwaarde van 0,1 IU/ml, terwijl een testuitslag tussen 0,01 en 0,1 IU/ml ook bescherming impliceert. Daarnaast is de literatuur niet eenduidig over de sensitiviteit en specificiteit van de test. Onduidelijk blijft of aanpassing van de richtlijn opportuun is en of daarmee de sporadische tetanuscasussen voorkomen kunnen worden. Aanvullend onderzoek met toevoeging van een ELISA-test en meer details over de sporadische casuïstiek zijn hiervoor nodig. Vooralsnog is het belangrijk de vigerende richtlijn correct te blijven toepassen.

Literatuur
  1. Van der Maas NAT, et al. Performance of a bedside test for tetanus immunity: results of a cross-sectional study among three EDs in the Netherlands in 2012-2013. Emerg Med J. 8 september 2016 (epub). Medline

Auteursinformatie

Contact (m.gaakeer@adrz.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties