'Een nieuwe keizer, een nieuwe geest'

Klinische praktijk
P.W. de Leeuw
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:1-2
Abstract
Download PDF

Bij zijn aantreden, in 1996, als voorzitter van de hoofdredactie van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde schreef prof.dr.J.van Gijn over weemoed en deemoed.1 De weemoed sloeg in dat artikel vooral op het gevoelen waarmee er afscheid was genomen van Van Gijns voorganger, prof.dr.A.J.Dunning. Men proeft in dit stuk echter ook een zeker weemoedig verlangen naar de tijd waarin vrijwel elke dokter nog generalist was en het vooral moest hebben van een nauwkeurige anamnese en goed uitgevoerd lichamelijk onderzoek. Vanwege het beschikbaar komen van een overdaad aan mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling, zo betoogde Van Gijn, behoort de arts zich steeds meer bewust te zijn van de schade die aangericht kan worden als de nieuwe verworvenheden te lichtzinnig worden ingezet en er te weinig naar de lichaamstaal wordt geluisterd. Nu, 12 jaar later, heeft Van Gijn zelf afscheid genomen en voelen wij dezelfde weemoed en deemoed omdat de boodschap van toen nog steeds actueel is en wij ons daar zelfs nog meer rekenschap van moeten geven dan destijds. Weemoed ook omdat een hoofdredacteur is teruggetreden die belangrijke wijzigingen heeft aangebracht aan het Tijdschrift. De nieuwe hoofdredactie (bestaande uit prof.dr.P.W.de Leeuw, prof.dr.F.W.A.Verheugt en dr.J.O.M.Zaat) (figuur) is Van Gijn buitengewoon erkentelijk voor zijn inzet voor het Tijdschrift en hoopt ook in de toekomst nog geregeld op informele wijze met hem te kunnen samenwerken.

Een wisseling van de wacht noopt tot bezinning en reflectie: hoe moet het in de komende jaren verder gaan met het Tijdschrift? Een tijdschrift is, volgens het woordenboek, een op geregelde tijden in afleveringen verschijnende bundeling van artikelen. Het is de taak van een hoofdredactie om deze bundel zo samen te stellen dat het tijdschrift zowel naar vorm als naar inhoud voor de doelgroep aantrekkelijk is en blijft. In een snel veranderende wereld, waarin de informatieoverdracht op een steeds geavanceerdere manier plaatsvindt, stelt deze taak hoge eisen aan de flexibiliteit van de redactie. Immers, anno 2008 is het allang niet meer vanzelfsprekend dat een arts een langlopend abonnement heeft op de papieren versie van het Tijdschrift.

Daarnaast is de leescultuur drastisch veranderd en is men meer geneigd tot het snel opzoeken van kant-en-klare informatie dan tot het aandachtig doorlezen van een heel tijdschriftnummer. Dit geldt in het bijzonder voor jonge, pas afgestudeerde artsen die zijn opgegroeid en opgeleid met digitale leermiddelen en het internet; voor hen begint een generalistisch werkende dokter steeds meer een historische figuur te worden – alhoewel ik op dit punt hier en daar een kentering meen te bespeuren. Hoe men ook moge denken over deze ontwikkelingen, het is een realiteit waar wij niet omheen kunnen en waarop ook het Tijdschrift zal moeten inspelen.

Met het aantreden van een nieuwe hoofdredactie zal er een nieuwe geest gaan waren door alles wat met het Tijdschrift te maken heeft. Tegen de achtergrond van de digitale revolutie en de daarmee gepaard gaande veranderingen in het gebruik van informatie kunnen wij ons niet langer veroorloven om ons te beperken tot het uitbrengen van alleen een papieren versie van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Weliswaar is op de website (www.ntvg.nl) het Tijdschrift ook digitaal beschikbaar, maar dit is naar de huidige maatstaven toch te beperkt. Er zal de komende tijd flink geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van de website. Nieuwe fenomenen zoals leren via het beeldscherm (‘e-learning’), podcasts en webvideo’s zullen hun intrede doen en via de website zal de toekomstige lezer van het Tijdschrift ook in staat zijn om te communiceren met auteurs en andere deskundigen. Waar de artikelen in de gedrukte versie van het Tijdschrift steeds bondiger zullen worden, biedt de website de mogelijkheid tot uitvoerige toelichtingen en gedetailleerde beschrijvingen van onderzoeksmethoden en feitelijke gegevens. Daarnaast is het mogelijk om naar aanleiding van de gepubliceerde artikelen toetsen in te bouwen waarmee men accreditatiepunten kan verdienen. Tenslotte zullen op termijn ook patiënten via www.ntvg.nl informatie kunnen opvragen die voor hen relevant is. Echter, ook hier geldt dat de beschikbare informatietechnologie zinvol moet worden benut en geen doel op zich moet worden.

Een belangrijke functie van een medisch tijdschrift is het verspreiden van medische kennis op een dusdanige manier dat deze kennis ook in perspectief geplaatst wordt. Dit vraagt om snelle, kritische commentaren waarin op verantwoorde wijze wordt aangegeven wat de betekenis is van een bepaalde waarneming en wat de consequenties daarvan zijn voor de praktijk. Ook op dit vlak zal het Tijdschrift de komende periode nieuwe initiatieven ontwikkelen. Tenslotte kan en mag ons Tijdschrift ook het maatschappelijk debat niet schuwen. Daarbij kan het nodig zijn dat de hoofdredactie, eventueel met hulp van door haar aangezochte deskundigen, uitspraken doet over relevante ontwikkelingen in de maatschappij die het medisch handelen kunnen beïnvloeden. Met al deze zaken hopen wij de betekenis en de impact van het Tijdschrift verder te vergroten. Het moge duidelijk zijn dat het enige tijd zal vergen vooraleer onze doelstellingen verwezenlijkt zijn, maar de hoofdredactie zal met de nodige vaart te werk gaan.

Als gevolg van al deze aanpassingen zal een abonnee van het Tijdschrift niet meer noodzakelijkerwijs alleen een papieren versie ontvangen. Men zal kunnen kiezen tussen een papieren, een digitale of een gecombineerde vorm. Ook voor niet-medici, in het bijzonder de patiënten, zal het Tijdschrift op deze manier beter ontsloten kunnen worden. In een tijd waarin via allerlei media medisch-inhoudelijke zaken aan de orde worden gesteld – en lang niet altijd op een evenwichtige, onafhankelijke en genuanceerde manier – zou het Tijdschrift een vast baken moeten zijn, een gids die objectieve informatie geeft. Nog steeds wordt het Tijdschrift uitgegeven zonder winstoogmerk en is de geboden informatie onafhankelijk van politiek, industrie, uitgeverij en beroepsverenigingen. De verhouding met de lekenpers zal genuanceerd moeten zijn.

Vanuit een filosofische invalshoek kan men een tijdschrift, evenals een boekwerk overigens, beschouwen als de neerslag van bepaalde gedachten, anders gezegd: als een product van de menselijke geest. Met de werking van de geest en het denken over de gezonde en de zieke mens hebben reeds vele filosofen en andere geleerden zich beziggehouden. De diverse paradigmata die daaruit voortgevloeid zijn, hebben ons echter nog niet veel verder gebracht. In het algemeen zijn zowel natuurwetenschappelijke als filosofische ‘modellen’ producten van de tijd waarin ze ontstaan en het is dan ook niet verwonderlijk dat men in de afgelopen eeuw de hersenen steeds vaker is gaan beschouwen als een soort computer met een in wezen voorspelbare output. Met andere woorden, ook het menselijk gedrag en de reacties van individuen op veranderingen in hun omgeving zouden in principe via een algoritme te beschrijven zijn. Deze visie beperkt in hoge mate de betekenis van het bewustzijn en laat weinig ruimte voor de vrije wil. Aan het eind van de vorige eeuw heeft onder anderen de Britse wis- en natuurkundige Sir Roger Penrose zich fel verzet tegen deze stelling. In zijn, overigens niet geheel onomstreden, boek De nieuwe geest van de keizer belicht hij vanuit natuurkundig perspectief de functie van de hersenen om tot de conclusie te komen dat de menselijke geest nooit geëvenaard of vervangen zal kunnen worden door een computer.2

De titel van het boek van Penrose verwijst naar het bekende sprookje van de keizer die zijn nieuwe, imaginaire kleren aan het volk toont. Wanneer men voor het gemak de hoofdredactie even gelijkstelt aan een keizer, kan men de hierboven weergegeven beleidsplannen opvatten als de nieuwe geest van de nieuwe keizer. Als Penrose gelijk heeft – en naar mijn mening heeft hij dat – dan moeten deze plannen niet gezien worden als een modieuze (lees: algoritmische) reactie op de digitalisering van de wereld, maar als een opzichzelfstaand perspectief.

Met weemoed over wat was en met gepaste deemoed over alles wat gerealiseerd zal moeten worden, wenst de hoofdredactie van het Tijdschrift alle lezers in 2008 veel voorspoed en leesplezier toe.

Literatuur

  1. Gijn J van. Over weemoed en deemoed. Ned Tijdschr Geneeskd. 1996;140:1.

  2. Penrose R. De nieuwe geest van de keizer. Amsterdam: Prometheus; 1990.

Reacties