'Een nieuwe keizer, een nieuwe geest'
Open

Commentaar
07-01-2008
P.W. de Leeuw

Bij zijn aantreden, in 1996, als voorzitter van de hoofdredactie van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde schreef prof.dr.J.van Gijn over weemoed en deemoed.1 De weemoed sloeg in dat artikel vooral op het gevoelen waarmee er afscheid was genomen van Van Gijns voorganger, prof.dr.A.J.Dunning. Men proeft in dit stuk echter ook een zeker weemoedig verlangen naar de tijd waarin vrijwel elke dokter nog generalist was en het vooral moest hebben van een nauwkeurige anamnese en goed uitgevoerd lichamelijk onderzoek. Vanwege het beschikbaar komen van een overdaad aan mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling, zo betoogde Van Gijn, behoort de arts zich steeds meer bewust te zijn van de schade die aangericht kan worden als de nieuwe verworvenheden te lichtzinnig worden ingezet en er te weinig naar de lichaamstaal wordt geluisterd. Nu, 12 jaar later, heeft Van Gijn zelf afscheid genomen en voelen wij dezelfde weemoed en deemoed omdat de boodschap ...