Artikel
Inleiding
De ziekte van Bechterew (spondylitis ankylopoetica) leidt tot ankylosering van de wervelkolom. In het begin van het ziekteproces treedt er voornamelijk verstijving van de sacro-iliacale gewrichten op, later van de gehele wervelkolom door ossificatie van de anulus fibrosus van de discus intervertebralis en de ligamenten. De cervicale wervelkolom is…




(Geen onderwerp)
Amsterdam, augustus 2005,
Graat et al. vestigen terecht de aandacht op de gevaren van nekwervelfracturen bij patiënten met de ziekte van Bechterew (2005:1903-7). De incidentie en de sterfte imponeren. Door de zeldzaamheid van de ziekte zullen toch weinig artsen er mee te maken krijgen, hetgeen de kans op niet-herkenning vergroot. Moet er al met ‘dual energy X-ray’-absorptiometrie (DEXA) of röntgenfoto’s aantoonbare osteoporose zijn? Was dit bij deze patiënt het geval? Het wordt niet bij de beschrijving van de foto’s vermeld en niet ieder kan dit er zelf uit opmaken. Het lijkt logisch te veronderstellen dat de kans toeneemt met de duur van de ziekte. Maar moet men er bij jonge patiënten met de ziekte van Bechterew al net zo op bedacht zijn? Moet er al cervicale ankylose zijn? Conservatieve behandeling is volgens de auteurs eerste keus (wegens operatierisico), en deze was bij de beschreven patiënten goed gelukt. Maar kan ook bij korte immobilisatie de osteoporose snel toenemen en genezing hinderen? Of zou dat ook bij operatie het geval kunnen zijn? Terecht wijzen de auteurs op het sterk verminderde vermogen een val te breken door de verstijving van de wervelkolom. Patiënten met de ziekte van Bechterew moeten in beweging blijven, maar lopen daarbij ook toenemende risico’s.