Het Fitz-Hugh-Curtis-syndroom

Een gynaecologische oorzaak van bovenbuikpijn

Klinische praktijk
Eva A.M. Hesius
Bram Kok
E.J.M. (Vera) Mattijssen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:A9349
Abstract

Dames en Heren,

Veel artsen specialiseren zich om zo de best mogelijke zorg te kunnen bieden aan een specifieke patiëntengroep. Maar dat dit kan leiden tot de welbekende ‘tunnelvisie’ ondervonden wij onlangs toen we een jonge vrouw met pijn in de rechter flank en koorts zagen. Omdat onze differentiaaldiagnose aanvankelijk te veel gericht was op internistische aandoeningen, ontdekten we de oorzaak van de bovenbuikpijn, het Fitz-Hugh-Curtis-syndroom, pas later.

Patiënt A, een 19-jarige vrouw (G1P1), kwam op een vrijdagmiddag naar de SEH vanwege hevige pijn in de rechter flank, die vastzat aan de ademhaling. Zij was 3 dagen eerder naar de huisarts gegaan vanwege een pijnlijke mictie en pijn in de rechter flank. Op basis van de anamnese en een verontreinigd urinesediment stelde de huisarts de diagnose ‘gecompliceerde urineweginfectie’ en behandelde patiënte met amoxicilline/clavulaanzuur 500 mg/125 mg 3 dd 1 per os. Desondanks kreeg patiënte piekende koorts tot 39,5°C en nam…

Auteursinformatie

Rijnstate Ziekenhuis, afd. Interne Geneeskunde, Arnhem.

Drs. E.A.M. Hesius en drs. B. Kok, aiossen interne geneeskunde; dr. E.J.M. Mattijssen, internist.

Contact drs. E.A.M. Hesius (ehesius@rijnstate.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Eva A.M. Hesius ICMJE-formulier
Bram Kok ICMJE-formulier
E.J.M. (Vera) Mattijssen ICMJE-formulier

Ook interessant

Reacties

Liesbeth
Verboom

Het lijkt alsof er in de casus genoegen genomen is met de weigering van patiënte om haar ex-partner in te lichten. Tegenwoordig is het heel gemakkelijk om iemand anoniem in te lichten via partnerwaarschuwing.nl. Het is belangrijk patiënten hierop te wijzen.

Eva
Hesius

Het is inderdaad erg belangrijk om patiënt hierop te wijzen. Betreffende deze casus is dit ook besproken, maar heeft patiënte besloten dit niet te doen.

Theo
Diekman

Klinische les 2.0

Met bijzondere belangstelling las ik de klinische les van collega Hesius et al. In 1976 attendeerde Hilfman de lezers van het Nederland Tijdschrift voor Geneeskunde op het bestaan van het syndroom van Fitz Hugh Curtis, later bespraken ook Veldhuyzen (1986) en Kaan (2002) et al. dit onderwerp. Opnieuw wordt dit ziektebeeld onder de aandacht gebracht. Nu reflecteren de auteurs op hun handelen. Wat had er anders gekund?

Indachtig het nieuwe leren het volgende. Wat ging er goed? Er is een werkdiagnose, een herbeoordeling en inschakelen van een consulent. Een plausibele ontslagdiagnose en behandeling worden bereikt.

Wat kan er beter? Voorkomen van diagnostische fouten staat volop in de belangstelling in het kader van patiëntveiligheid (ref 1). De twee belangrijkste elementen om fouten in de diagnostiek te voorkomen zijn A. het bedenken van alternatieve diagnoses en B. het hebben van goede communicatielijnen.

Bij het denkproces gebruiken de hersenen grofweg twee systemen: snel, automatisch, moeiteloos denken ( type 1 thinking) of langzaam hypothetisch-deductief denken (type 2 thinking) hetgeen moeite en energie kost (ref 2). Type 1 denken is in het algemeen meer vatbaar voor vertekening (bias) dan type 2 denken. De schrijvers brengen het belang van een multidisciplinair overleg en de grote visite onder de aandacht van de lezer ten einde niet in de valkuil van tunnelvisie te trappen en om een alternatieve diagnose te verkrijgen. Het belang van het hebben van goede communicatielijnen wordt hiermee benadrukt. Maar een ander persoon, een (toevallige) deelnemer aan het multidisciplinair overleg of de grote visite, een externe expert, dient dan een suggestie te doen (en paraat te hebben) voor een alternatieve diagnose. Er wordt een beroep op het (type 1) denken van een ander gedaan (misschien kan men het meedenken van een ander persoon type 3 denken noemen?). Wat betreft het genereren van een differentiaal diagnose kan men als hoofdbehandelaar natuurlijk ook zelf een medisch handboek of diagnostisch computer programma raadplegen (DXplain, Isabel, Up to Date, visualDX).

Aangezien type 2 denken tijd vereist dient men dit in het "docters delay" te verdisconteren waarmee een vertraging niet alleen een negatieve betekenis krijgt. Ook zijn systeemfactoren in de organisatie van het zorgproces van belang die het type 2 denken de noodzakelijke tijd en ruimte kunnen geven. Te denken valt aan de aanwezigheid van voldoende uitgeruste artsen op de drukke vrijdagavond en gebruik van elektronische patiënten dossiers met handige koppelingen naar ondersteunende diagnose programma’s en beslishulpen.

Referenties
1. Improving Diagnosis in Health Care, Institute of Medicine, National Academies of Science Engineering Medicine. Report September 22, 2015 http://www.nationalacademies.org

2. From Mindless to Mindful Practice - Cognitive Bias and Clinical Decision Making. Croskerry P, NEJM 2013; 368:2445-2448