Dwalingen in de methodologie. XXV. Uitkomstmaten, surrogaateindpunten en intermediaire maten

Klinische praktijk
M. Boers
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2000;144:1949-52
Abstract

Samenvatting

- Handelen in de geneeskunde is gericht op het verminderen van ziektelast van de patiënt, nu of in de toekomst. De uitkomst van ziekte, en dus ook het resultaat van klinisch onderzoek, is het best uit te drukken in ziektelast of verandering daarin.

- Onderzoek naar uitkomsten kost veel tijd en geld, en is soms onmogelijk. Daarom worden intermediaire maten vaak als eindpunt gebruikt in onderzoek. Dit zijn maten die iets zeggen over het pathofysiologische proces waarin de onderzoekers geinteresseerd zijn; als het goed is, staan ze ook in verband met de uitkomst. Als dit verband sterk is, spreekt men van surrogaateindpunten.

- Intermediaire maten en surrogaateindpunten hebben voor- en nadelen.

- De lezer van resultaten van klinische trials moet eerst beslissen of het antwoord op de onderzoeksvraag in zijn persoonlijke situatie überhaupt relevant is. Zo ja, dan kan hij de geschiktheid van de maat, gegeven de onderzoeksvraag, op relatief eenvoudige wijze toetsen door antwoord te geven op 3 vragen: ‘Is de maat voldoende waarheidsgetrouw (relevant, zonder vertekening/bias)?’; ‘Kan de maat voldoende onderscheid maken tussen situaties die in mijn setting van belang zijn?’; ‘Is de maat toepasbaar in mijn setting?’

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit, afd. Klinische Epidemiologie en Biostatistiek, Postbus 7057, 1007 MB Amsterdam.

Contact Prof.dr.M.Boers, reumatoloog-klinisch epidemioloog

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties