Donderspenning voor John Overbeke: een interview

Nieuws
F. Kievits
M.T. Adriaanse
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:214-5
Download PDF

‘Hoe krachtiger onze kunst en wetenschap zich ontwikkelen, hoe hooger de geneeskundige stand zich verheft, des te overvloediger zullen de vruchten zijn, door de geneeskunst over Nederland verspreid. . .’. Deze woorden werden in 1857 uitgesproken door de toen al vooraanstaande fysioloog en oogarts Franciscus Donders (1818-1889). Naar hem werd de Donderspenning vernoemd. Een penning die de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde slechts uitreikt aan mensen met uitzonderlijke verdiensten voor het Tijdschrift en de Vereniging.

Op 6 januari jl. tijdens het 150-jarig jubileumfeest van het NTvG, kreeg voormalig uitvoerend hoofdredacteur prof.dr.A.J.P.M.Overbeke de Donderspenning uitgereikt. Het is de erkenning voor zijn inzet om het Tijdschrift te moderniseren tot wat het nu is. En wat die modernisering onder meer inhoudt, illustreert opmerkelijk genoeg bovenstaand citaat: een tekst die anderhalve eeuw geleden in een rede werd uitgesproken, kan nu online in pdf worden uitgeprint als pagina 449 van de eerste jaargang van het NTvG. Even snel anderhalve eeuw terug via internet.

‘Daar is wel wat aan voorafgegaan’, zegt John Overbeke, die als 37-jarige chirurg in 1984 in de hoofdredactie van het Tijdschrift terechtkwam. Erg jong voor de ‘stoffige achttiende-eeuwse omgeving’ waarin het Tijdschrift toen verkeerde. Het was dan ook eerder een gevolg van omstandigheden, dan dat de baan hem erg leuk leek. Overbeke: ‘Er was in die tijd – evenals op dit moment trouwens – een overschot aan chirurgen en het Tijdschrift bood mogelijkheden een heel nieuw beroepsveld te ontdekken, dat van editor’. Toen hij in mei 2006 zijn werkzaamheden beëindigde, was hij 22 jaar bij het NTvG in dienst. Dus toch een leuke baan? ‘Absoluut’, memoreert de voormalige chef de clinique uit het Sint Lucas Ziekenhuis (Amsterdam), die ook daar al betrokken was bij het ontwikkelen van informatiesystemen. Hij vermoedt dan ook dat het door die ervaring kwam dat hij bij het NTvG werd aangenomen: de eerste chirurg ooit in de hoofdredactie. ‘Natuurlijk was het jammer dat ik niet verder kon in mijn vakgebied, maar ik vond het ook leuk dat ik me naast het redactiewerk verder kon ontwikkelen in het proces van informatieverwerking.’

De toenmalige hoofdredacteur prof.dr.A.J.Dunning gaf hem alle ruimte om met de modernisering van het Tijdschrift aan de slag te gaan. De drie pijlers van zijn opdracht klonken eenvoudig: professionalisering, automatisering en internationalisering. Echter, het Tijdschrift moest daarvoor wel eerst uit een andere tijd worden getrokken. Overbeke: ‘Het was een tijd waarin niemand wist waar welk artikel was, waar eens per maand de kaartenbak op tafel kwam om de stand van de manuscripten door te nemen en waar tussen het aanvaarden en het publiceren van een artikel soms een periode van twee jaar zat. Goede organisatie en automatisering waren dus hard nodig.’ Wat Overbeke opzette met 1 pc is inmiddels uitgegroeid tot een modern netwerk met Microsoft.

Uit de automatisering kwamen ook de NTvG-databank, de website en de thesaurus voort. Voor de databank werden alle oude jaargangen tot 1986 pagina voor pagina op microfilm vastgelegd en na digitalisering elektronisch beschikbaar gemaakt. De latere nummers kwamen direct via de drukker in de databank. Overbeke: ‘Daarmee hebben we niet alleen een goed medisch vakblad geconserveerd, maar krijgen artsen ook razendsnel toegang tot een schat aan medische informatie. Iets wat in de tijd van elektronisch publiceren noodzakelijk is’. Deze veelheid aan informatie is ontsloten door aan de databank trefwoorden en synoniemen toe te kennen. Het trefwoordenbestand van het NTvG is inmiddels herleid tot een thesaurus met Nederlandse termen waarmee ook in Medline en bijvoorbeeld in WHO-classificaties gezocht zou kunnen worden. Ook zou men ze kunnen gebruiken voor het invullen van codes voor diagnose-behandelcombinaties (DBC’s), maar Overbeke betwijfelt of die laatste ontwikkeling na zijn vertrek nog zal worden voortgezet.

Op de vraag waarom een Nederlands tijdschrift aan internationalisering moet doen, is het antwoord van de oud-hoofdredacteur, die zelf jarenlang actief was in commissies van de Council of Science Editors, duidelijk: ‘door buitenlandse contacten leer je hoe andere tijdschriften georganiseerd zijn en problemen oplossen. Hoe reviewsystemen moeten worden opgebouwd en hoe je je eigen redactieprocessen kan evalueren. Meegaan in de stroom van belangrijke tijdschriften houd je alert.’ Zijn internationale betrokkenheid leverde hem en het Tijdschrift het lidmaatschap op van de Vancouver-group ofwel het International Committee of Medical Journal Editors (ICMJE). Dit is een belangrijke groep van Engelstalige medische tijdschriften, waarin naast Noorwegen en Denemarken alleen Nederland vertegenwoordigd is met een niet-Engelstalig tijdschrift. Vanuit de ICMJE stond Overbeke mede aan de wieg van de verplichte trialregistratie.

Overbeke begon bij het NTvG ook met het geven van onderwijs. De door de hoofdredactie in 1985 gestarte auteurscursus is nog steeds populair. Hierbij maken assistent-geneeskundigen gedurende een dag kennis met diverse aspecten van het publiceren in een Nederlands medisch-wetenschappelijk tijdschrift. Ook initieerde hij op het redactiebureau onderzoek naar medisch-wetenschappelijk publiceren. Dit leidde, door medewerking van stagiairs, tot diverse nationale en internationale publicaties. Zijn aanstelling als bijzonder hoogleraar Medisch-wetenschappelijke Verslaglegging aan de Radboud Universiteit Nijmegen is daar een logisch gevolg van. Het is een nieuwe leeropdracht die alom gerespecteerd wordt, zo blijkt uit de diverse gastcolleges die de bijzonder hoogleraar geeft. Een bijzondere hoogleraar is Overbeke zeker, want heeft een mens gewoonlijk fietsen of lezen als hobby, die van John Overbeke is het onderzoeken en het tegengaan van wetenschappelijke fraude. Plagiaat door studenten, het verzinnen van patiënten, het weglaten van ongunstige resultaten of het niet opgeven van farmaceutische sponsoring bij klinisch onderzoek, hij vindt dat daar vaak te achteloos over wordt gedaan. ‘Het is onprofessioneel gedrag, dat niet getolereerd mag worden’, aldus de hoogleraar. Van hem mag daar in de opleiding meer aandacht aan worden besteed. ‘Studenten moeten leren dat sjoemelen echt niet kan.’ Zijn promovendus is dus gewaarschuwd!

Gerelateerde artikelen

Reacties