Determinanten van ziekenhuissterfte bij hoogbejaarde chirurgische patiënten

Onderzoek
Abstract
E. Beenen
M.P. Simons
A.C. Vahl
Leestijd
10 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

De gemiddelde leeftijdsverwachting is in de westerse wereld de laatste decennia toegenomen tot 75 jaar voor mannen en tot 81 jaar voor vrouwen. Indien de leeftijd van 80 jaar wordt bereikt, is de gemiddelde levensverwachting nog 6 respectievelijk 8 jaar. In de afgelopen jaren is gebleken dat hoogbejaarde patiënten…

Auteursinformatie

Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, afd. Chirurgie, Postbus 95.500, 1090 HM Amsterdam.

E.Beenen, assistent-geneeskundige (thans: Medisch Centrum Leeuwarden, Leeuwarden); dr.M.P.Simons, chirurg; dr.A.C.Vahl, chirurg-epidemioloog.

Contact dr.A.C.Vahl (a.c.vahl@olvg.nl)

Reacties

Scheemda, oktober 2003,

Bij Beenen et al. (2003:1915-8) worden op een patiëntengroep van slechts 179 patiënten 19 sterfgevallen waargenomen, dat is 10,6%. Statistische bewerking leert dat in andere groepen patiënten de sterfte kan liggen tussen 6,1 en 15,1%. Dat is namelijk het 95%-BI bij deze getallen. Wanneer deze zelfde bewerking op de nog kleinere subgroepen wordt toegepast, bijvoorbeeld bij de subgroep ‘acuut’ uit de indeling naar behandelingurgentie, zijn de uitkomsten nog opmerkelijker: bij een groepsgrootte van 23 en een sterfte van 9 (39%) ligt het 95%-BI tussen 19 en 59%. De gevonden 39% is geen precieze aanduiding. Toch redeneren Beenen et al. op basis van deze cijfers.

Het lijkt mij bovendien dat de eindconclusie van het artikel, dat het opereren van hoogbejaarde patiënten een hoger sterfterisico oplevert bij spoedeisende presentatie (denk bij die subgroep bijvoorbeeld aan het gebarsten aneurysma aortae), een volstrekt open deur is. Het is overduidelijk dat bijvoorbeeld het electief opereren wegens een nog niet gebarsten aneurysma minder riskant is dan het ‘op straat’ behandelen wegens een al wel gebarsten aneurysma. Daarvoor is geen onderzoek nodig.

G.B. Kamps

Amsterdam, oktober 2003,

Collega Kamps heeft de strekking van ons artikel niet goed begrepen. Los van het feit dat een betrouwbaarheidsinterval van 6-15% (in de totale groep) statistisch significant verschilt ten opzichte van 19-59% (in de acute groep), gaat het hier in ons onderzoek niet om. Ook hebben wij geen subgroepanalyse (dit is achteraf definiëren) verricht. Wij zijn op zoek geweest naar predictievariabelen (dit is vooraf definiëren) ten aanzien van sterfte. Natuurlijk is het overduidelijk dat acute spoed een hogere sterfte heeft, maar men moet dat gegeven wel in het model meenemen, omdat het een potentiële bias kan geven als men het achterwege laat. Wat overigens interessanter is, was het feit dat de semi-spoedpatiënt, bijvoorbeeld iemand met een heupfractuur, een hogere sterftekans had dan een patiënt in de groep met een coloncarcinoom (95%-BI van de oddsratio: 2,8-27). Er was dus altijd met 95% waarschijnlijkheid tenminste een bijna 3 keer zo hoge sterfte, terwijl het om ongeveer even grote operaties gaat.

Doch hier gaat het ook niet echt om. De opmerkelijkste bevinding na multivariate analyse was dat een patiënt die ogenschijnlijk cardiaal gezond was een hogere sterftekans had dan een cardiaal belaste patiënt bij wie de cardioloog preoperatief in consult was geroepen.

A.C. Vahl

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026