De zinnenprikkeling van gewone dingen
Open

Redactioneel
07-02-2020
Yvo Smulders

Tussen de stortvloed aan medische onderzoeksliteratuur die wekelijks op ons afkomt, zoek ik altijd het liefst naar antwoorden op heel gewone vragen. Achter het front van grote farma-trials struin ik zoekend door het achterland. Of zevendelijns iniminimab beter is dan zesdelijns alibabamab is immers superbelangrijk, maar niet altijd even zinnenprikkelend.

Deze week hebben we twee artikelen over ‘gewone dingen’. Het eerste gaat over compressietherapie na trombosebeen. We doen dat al tientallen jaren, maar er is veel onduidelijkheid over nut, noodzaak en optimale behandelduur. Een goed artikel somt op wat bewezen is, wat we nog niet zeker weten en wat, ondanks alle onzekerheden, het beste advies is. Zo’n artikel hebben we nu over die vooral tijdens warme zomers vermaledijde steunkousen (D3622).

Een andere, zo mogelijk nóg gewonere, vraag is op welk moment van de dag je eigenlijk het beste je pillen kunt innemen. De honderden miljoenen kostende gerandomiseerde trials die de ene bloeddrukverlager met de andere hebben vergeleken, hebben alleen maar opgeleverd dat bloeddrukverlagers allemaal grofweg gelijkwaardig zijn. De simpele vraag of je de pillen het beste in de ochtend of avond kunt innemen is echter nauwelijks onderzocht, en nu dat een keer wel gebeurd is las ik kirrend van plezier dat er een gigantisch effectiviteitsverschil tussen ochtend- en avondinname lijkt te zijn (D4579). Líjkt, want Van den Born waarschuwt terecht voor overhaaste conclusies (D4637).

Tuurlijk moeten we alles lezen en altijd up-to-date blijven, maar je mag heus je voorkeuren hebben. Voor mij zijn dat dus bekende vragen, over gewone dingen.