De voedingswaarde van maaltijden verstrekt in Nederlandse ziekenhuizen

Onderzoek
J.M. van Velzen
M. van Dusseldorp
M.B. Katan
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1988;132:25-9
Abstract

Samenvatting

In 10 grote Nederlandse ziekenhuizen is de normale verstrekte voeding onderzocht en vergeleken met de gebruikelijke voeding in Nederland en met de richtlijnen goede voeding van de Voedingsraad, speciaal met betrekking tot het vet- en zoutgehalte en de vetzuursamenstelling. Per ziekenhuis werden 3 warme maaltijden bemonsterd en chemisch geanalyseerd; de samenstelling van broodmaaltijden en ‘tussendoortjes’ werd opgevraagd en berekend.

De ziekenhuizen bleken er uitstekend in geslaagd te zijn het vetgehalte van de voeding te verlagen tot het door de Voedingsraad aanbevolen energiepercentage van 30-35. Het energiepercentage in meervoudig onverzadigde vetzuren liep echter sterk uiteen en was in sommige ziekenhuizen zelfs lager dan de minimumbehoefte aan essentiële vetzuren. Het zoutgehalte van de ziekenhuisvoedingen lag weliswaar onder het door de Voedingsraad geadviseerde maximum van 9 gdag, maar moet voor veel patiënten toch hoger zijn geweest dan ze thuis gewend waren en dan vanuit gezondheidsoverwegingen ook gewenst zou zijn.

Auteursinformatie

Landbouwuniversiteit, Vakgroep Humane Voeding, De Dreijen 12, 6703 BC Wageningen.

Mw.drs.J.M.van Velzen, bioloog; prof.dr.M.B.Katan, biochemicus.

Sint Radboudziekenhuis, Kliniek voor Inwendige Ziekten, afd. Voedingsleer van de mens, Nijmegen.

Mw.ir.M. van Dusseldorp, voedingsdeskundige.

Contact prof.dr.M.B.Katan

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties