De troponinebepaling op een Eerste Harthulp: vooral ter uitsluiting van ernstig cardiaal risico
Open

Onderzoek
04-03-2003
M.B. Nienhuis, A.W.J. van 't Hof, K. Miedema en F. Zijlstra

Doel.

Nagaan wat de waarde is van de troponinebepaling in de dagelijkse praktijk voor het vaststellen van het te voeren beleid bij patiënten met pijn op de borst.

Opzet.

Retrospectief en descriptief.

Methode.

Alle patiënten van wie in de eerste 3 maanden van 2001 troponine T 6 h na het begin van de klachten werd bepaald op de Eerste Harthulp van de Isala Klinieken, locatie Weezenlanden, Zwolle, werden geïncludeerd. De gegevens werden retrospectief verzameld, waarbij gelet werd op het optreden van cardiale gebeurtenissen binnen 30 dagen na de troponinebepaling.

Resultaten.

Alle 350 geïncludeerde patiënten werden 30 dagen vervolgd. Een verhoging van de troponinewaarde werd gevonden bij 51 patiënten. Na 30 dagen bleken er van deze 51 patiënten 27 een myocardinfarct te hebben gehad of te zijn overleden. Naast deze groep ondergingen nog 9 patiënten een revascularisatieprocedure. Bij de overige 15 patiënten met een verhoogde troponinewaarde werd een andere oorzaak gevonden voor myocardiale schade. Bij de patiënten met een negatieve troponinebepaling bleek later bij 40 coronairlijden te zijn vastgesteld. De negatief voorspellende waarde voor een myocardinfarct of dood binnen 30 dagen was 98.

Conclusie.

Het gebruik van de troponinebepaling, bepaald 6 h of meer na aanvang van hartklachten, lijkt een veilige methode om uit te sluiten dat het om patiënten gaat met ernstig coronairlijden dat leidt tot myocardnecrose en een verhoogd risico op overlijden. Een verhoging van de troponinewaarde wees bij alle patiënten op myocardiale schade, maar niet altijd op coronairlijden. Derhalve moet er een duidelijke indicatie zijn voor het aanvragen van een troponinebepaling en moet men altijd bedacht blijven op coronairlijden bij patiënten met een niet-verhoogde troponinewaarde.