De interpretatie van de bepaling van thyreoïdstimulerend hormoon (TSH)
Open

Commentaar
17-06-2003
W.M. Wiersinga
Zie ook de artikelen op bl. 1153, 1159 en 1162.

Schildklierziekten komen vaak voor. In de volwassen populatie is de incidentie van hypothyreoïdie en thyreotoxicosis 3,5 respectievelijk 0,8 per 1000 vrouwen per jaar; voor mannen zijn deze getallen 0,6 respectievelijk 1 Vrijwel iedere arts wordt dan ook regelmatig geconfronteerd met de vraag of de schildklierfunctie van zijn of haar patiënt wel normaal is. De bepaling van thyreoïdstimulerend hormoon (TSH) is de geschiktste test om die vraag te beantwoorden: de diagnostische accuratesse daarvan ten aanzien van een abnormale schildklierfunctie is erg hoog, getuige een sensitiviteit van 98,9, een specificiteit van 94,3, een positief voorspellende waarde van 83,9 en een negatief voorspellende waarde van 99,7.2 De uitslag van de TSH-bepaling is meestal makkelijk te interpreteren. Desondanks is er een aantal voetangels en klemmen, maar dat is bij iedere laboratoriumtest zo.

Dit commentaar wil een praktische leidraad geven voor het beoordelen ...