De gevolgen van deprivatie.

Nieuws
J.B. Meijer van Putten
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1996;140:2530-1
Download PDF

De gevolgen van deprivatie. - In Science (1996;274:1076-7) wordt geschreven over Oost-Europese kindertjes die in het kielzog van de ondergang van de Sovjet-Unie terecht zijn gekomen bij adoptieouders in West-Europa en de VS. Vooral de Roemeense weesjes vormen een groot, tragisch probleem vanwege de enorme sociale deprivatie die zij ondergaan hebben. Velen van hen verbleven maanden of zelfs jaren in weeshuizen waar zij werden gevoed en verluierd volgens een op militaire leest geschoeid schema. Er werd niet of nauwelijks met hen gespeeld, geknuffeld of gepraat. Na de omverwerping van Ceaucescu's regiem in 1989 raakte bijna iedereen, overal ter wereld, aangedaan door verhalen en televisiebeelden van kinderen die uitdrukkingsloos naar bezoekers staarden en die griezelig stil waren omdat zij geleerd hadden dat huilen geen nut had. Het was dus geen wonder dat een groot aantal potentiële adoptieouders in het westen besloot alle moeite te doen om zo'n kindje te krijgen.

Lang niet alle westerse ouders wisten overigens waar zij aan toe waren; bij sommige Oost-Europese weeskinderen werd hun voorgespiegeld dat het ging om ‘een gezonde kleine jongen en een lief meisje, die nu nog wonen bij hun moeder’, terwijl zij in werkelijkheid onder gruwelijke omstandigheden waren opgegroeid in weeshuizen. Zulke kinderen konden niet zitten en hun hoofdjes waren aan één zijde afgevlakt doordat zij steeds opgekruld hadden gelegen naast de zuigfles, die vastgemaakt was aan de tralies van het bedje – als ging het om hamsters. Toen zij eenmaal in het westen aankwamen, leek hun gedrag in veel opzichten op dat van de apen en ratten waarmee de Amerikaanse onderzoeker Harlow in de jaren vijftig experimenteerde. Die dieren waren geïsoleerd en zonder moeder grootgebracht, wat een in zichzelf gekeerd en stereotiep gedrag tot gevolg had, bijvoorbeeld een constant schommelen. Dezelfde dingen zag de neurobiologe Mary Carlson van de Harvard University, die als studente nog bij Harlow heeft gewerkt, terug bij de Roemeense kinderen toen die in Amerika aangekomen waren. Deze kinderen waren zelfs zo in zichzelf gekeerd dat zij geen kik gaven als ze vielen. Ook jaren na hun adoptie vertoonden zij nog steeds dergelijke gedragsafwijkingen. Toch lijkt de situatie niet geheel hopeloos; een andere onderzoekster, de Canadese psychologe Susan Goldberg van het Toronto Children's Hospital, die 56 Roemeense kinderen van 2,5 tot 5 jaar bestudeerd heeft van wie sommigen tot 4 jaar in een weeshuis verbleven, spreekt er juist haar verbazing over uit ‘hoe goed de meesten van deze kinderen het doen’. Allemaal hadden zij een of andere band gevormd en hun Engelse taalvermogen lag binnen de normale spreiding. De kinderen hadden een ‘spectaculair herstel’ doorgemaakt, al lag hun intelligentiequotiënt nog wel iets achter bij dat van de rest van hun leeftijdsgroep. De conclusie lijkt dus te zijn dat de effecten van vroege deprivatie voor een (groot?) deel overkomelijk zijn, zelfs bij zulke ernstig verwaarloosde kinderen als die uit Roemenië.

Overigens komen de ‘Roemeense praktijken’ nu nog steeds in bepaalde Oost-Europese weeshuizen voor. In een artikel in The Observer van 24 november schrijft een verslaggever verbijsterd over een weeshuis in Moldavië, een land tussen Roemenië en de Oekraïne, waar het niet veel anders toegaat dan – 6 jaar geleden – in Roemenië.

Gerelateerde artikelen

Reacties