De effectiviteit van geïntegreerde COPD-zorg*
Open

Onderzoek
13-03-2015
Annemarije L. Kruis, Melinde R.S. Boland, Willem J.J. Assendelft, Jacobijn Gussekloo, Apostolos Tsiachristas, Theo Stijnen, Coert Blom, Jacob K. Sont, Maureen P.H.M. Rutten-van Molken en Niels H. Chavannes

Doel

De effectiviteit vergelijken van een geïntegreerd eerstelijnszorgprogramma voor COPD-patiënten met ‘gebruikelijke zorg’.

Opzet

Clustergerandomiseerde trial met 24 maanden follow-up, Nederlands trialregister NTR2268.

Methode

We randomiseerden 20 huisartsenpraktijken (554 patiënten) in de interventiearm en 20 huisartsenpraktijken (532 patiënten) in de controlearm. In de interventiearm kregen huisarts, praktijkverpleegkundige, fysiotherapeut en eventueel ook diëtist en samenwerkende longarts een tweedaagse nascholing in de onderdelen van een geïntegreerd zorgprogramma en het opstellen van een praktijkplan. Zij kregen ondersteuning via Zorgdraad, een internetportal voor hulpverleners en patiënten, benchmarkrapportages na 0, 6 en 12 maanden, en nascholingsmiddagen na 6 en 12 maanden. De praktijken in de controlearm boden gebruikelijke zorg.

Onze primaire uitkomstmaat was ziektespecifieke kwaliteit van leven na 12 maanden, gemeten met de Clinical COPD Questionnaire (CCQ). Secundaire uitkomstmaten waren kwaliteit van leven (SGRQ, EQ-5D en SF-36), zelfmanagement (SMAS), kortademigheid (MRC), dagelijkse activiteiten (IPAQ), kwaliteit van de geïntegreerde zorg (PACIC), rookstatus en exacerbaties. De genoemde tests en vragenlijsten werden afgenomen bij aanvang en na 6, 9, 12, 18 en 24 maanden.

Resultaten

Na 12 en na 24 maanden was er geen verschil in CCQ-score (gemiddeld verschil: -0,01; 95%-BI: -0,01-0,08). Op de meeste secundaire uitkomstmaten vonden wij evenmin verschil; in de interventiearm waren alleen coördinatie en follow-up van het zorgprogramma beter en gaf een hoger percentage patiënten na 12 maanden aan dat zij meer waren gaan bewegen (32,2 vs. 22,1%; p < 0,001).

Conclusie

Een geïntegreerd COPD-zorgprogramma in de eerste lijn leidt ten opzichte van ‘gebruikelijke zorg’ niet tot verbeteringen in kwaliteit van leven, exacerbaties en kortademigheid.