De dokter en zijn zonden
Open

Dokter, waarom doet u dat nou?
Recht
22-12-2010
W.G. (Trudeke) Sillevis Smitt en J.H. (Henk) Sillevis Smitt

Een arts en een jurist zochten in medische tuchtzaken, de media en in verhalen die uit het leven gegrepen zijn naar de 7 hoofdzonden. Daarbij bleek dat achter de kleine en grote missers in de gezondheidszorg vaak de verleidingen van deze hoofdzonden schuilgaan. De 7 hoofdzonden worden zwaarder aangerekend als ze niet worden toegegeven. Patiënten, maar ook collega's, tuchtrechters en de maatschappij zijn vergevingsgezind voor artsen die hun hoofdzonden en fouten her- en erkennen.

Achter de kleine en grote missers in de gezondheidszorg gaat vaak een hoofdzonde schuil, een drijfveer die de zwakke mens aanzet tot verkeerd handelen. Om die 7 verleiders te kunnen weerstaan, moet je weten waar ze zitten. Een arts en een jurist zochten in medische tuchtzaken, de media en in verhalen die uit het leven gegrepen zijn naar de verraderlijke hoekjes waar de 7 hoofdzonden zich verstoppen. Ter lering en vermaak van artsen die zichzelf de vraag durven stellen: ‘Dokter, waarom doet u dat nou?’

Acedia (luiheid)

Luiheid valt artsen in het algemeen niet te verwijten. De meeste dokters maken zonder morren werkweken van 60 uur of meer. Maar hoofdzonde Acedia heeft geen haast. Ze nestelt zich lekker lui in het bed op de huisartsenpost en wacht haar kans af. En die kans kwam, in het holst van de nacht. De huisarts werd gewekt door het schrille geluid van de telefoon. De symptomen van de patiënt waren alarmerend, maar in zijn slaapdronken toestand drong de ernst maar half tot hem door. Zijn diagnose: ‘Het zal een voedselvergiftiging zijn; het heeft geen zin dat ik bij u langskom.’ Wat zou deze dokter er na de fatale afloop niet voor over hebben om zijn verkeerde inschatting ongedaan te maken? Dat de luie Acedia hem vanuit het warme bed had gelonkt om snel weer te gaan slapen, was geen excuus: volgens de tuchtrechter viel de arts aan te rekenen dat hij mogelijk door zijn slaperige toestand informatie had gemist.1

Avaritia (hebzucht)

Veruit de meeste artsen worden dokter om mensen beter te maken, maar wat je ermee verdient is wel een leuke bijkomstigheid. Want eerlijk is eerlijk: arts en auto vormen een onafscheidelijk paar – en dan hebben we het bij voorkeur niet over een doorsnee autootje.

Voor zover artsen zelf niet in staat zouden zijn Avaritia de baas te worden, helpt de overheid een handje. Snoepreisjes van de industrie: afgepakt. Creatief declareren: onmogelijk gemaakt door de dbc’s. Specialisteninkomens: genormeerd. Maar Avaritia weet zich als een naald door de kleinste gaatjes te wurmen. Hoe kwam die dokter toch telkens aan die prachtige handgebreide truien? Het antwoord was eenvoudig. Elke patiënte die op zaal een breiwerkje had liggen, kon op zijn charmante aandacht rekenen: ‘Ach breit u? Wat ontzettend leuk. Ik ben dol op gebreide truien….’ Tuchtrechtelijk waarschijnlijk weinig mis mee, maar als deze dokter weer staat te pronken met zo’n houding van ‘Ik krijg meer cadeautjes dan jullie’ hebben collega’s wel eens de neiging stiekem een draadje van zo’n mooie trui los te knippen en vast te houden, en dan wachten tot de dokter halverwege zijn ronde ontdekt dat die trui wel erg is gekrompen….

Invidia (afgunst)

En dat brengt ons vanzelf bij Invidia. Enige gezonde rivaliteit in de medische wereld is een stimulans om beter te presteren en zal niet gauw onder het kopje ‘hoofdzonde’ vallen. Maar als concurrentie afgunst wordt, vormt het een gevaar voor adequate communicatie en samenwerking. Dat was het geval bij de artsen op de soa-poli die het toenemen van in Nederland zeldzame lymphogranuloma-venereum-infecties ontdekten en die hun vondst angstvallig geheim hielden. ‘Eerst zelf scoren in een wetenschappelijk tijdschrift, dan melden’, was de gedachte. Ruim een half jaar en vele nieuwe besmettingsgevallen later, kon de GGD pas internationaal alarm slaan. De artsen kregen veel publiciteit, maar het was misschien toch niet helemaal wat ze gehoopt hadden. In Science stond niet hun ontdekking, maar hun nalatigheid om die tijdig te melden centraal.2

Luxuria (lust)

Waarom zijn psychiaters toch vaak zo woest aantrekkelijk? Ach, het valt ze moeilijk kwalijk te nemen. En het zou niet tot ongelukken hoeven leiden – als patiënten ten minste de beleefdheid zouden hebben om hun sexappeal thuis te laten. Maar dat gaat de menselijke macht te boven. En dan zit je al snel in een situatie van ‘positieve overdracht en tegenoverdracht.’ Dat betekent niet veel goeds, zo weet half Nederland na het bekijken van de televisieserie In therapie.

De cliënte die direct na een uiterst overdrachtelijke therapie in een relatie met haar therapeut verzeild was geraakt, had nog eens vijf jaar therapie bij een ander nodig om zich te realiseren hoe ernstig de fout was die haar (inmiddels ex-) geliefde had gemaakt ‘door mijn gevoelens voor hem te beantwoorden en doordat hij zijn eigen behoeften en gevoelens onvoldoende heeft weten te filteren en hanteren in een therapeutisch proces.’3 Beter had het handboek Psychiatrie het niet kunnen uitleggen. Dus hoe goed en warm en heerlijk het ook voelt: sterk zijn, dokter.

Gula (onmatigheid)

Ze zien de weggeteerde longen, de aangetaste lever en de verwoeste bloedvaten. Ze behandelen de door obesitas arbeidsongeschikt geworden werknemer en de hiv-besmette junk. En toch zijn artsen net zo gevoelig voor onmatig voedsel-, drank- en drugsgebruik als gewone stervelingen. Soms zelfs nog gevoeliger, getuige het verhaal van huisarts Gerard: ‘Wanneer één van mijn patiënten ernstig ziek is of, net als ik, een kind verliest, lig ik daar nachten van wakker. De alcohol verdooft me en zorgt ervoor dat ik kan genieten van avondjes met vrienden.’4 Uit angst om door de kater een verkeerde diagnose te stellen, liet hij patiënten vaak na twee dagen nog eens terugkomen. Een goed bedoeld veiligheidsnetje, maar toch niet het soort maatregel wat het College van Toezicht in gedachten zou hebben. De Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) geeft het college de bevoegdheid om een arts uit het register te verwijderen of om bijzondere voorwaarden te stellen, als men de arts wegens drank- of drugsgebruik ongeschikt acht voor het uitoefenen van zijn of haar beroep.

Ira (woede)

Wie een oorlog heeft meegemaakt, heeft Ira diep, heel diep in de ogen gekeken. En die aanblik vergeet een mens nooit. Dat gold ook voor het jochie dat de angst, de honger en de vernedering van een Japans concentratiekamp moest doorstaan. Drie jaar lang moest hij in de houding springen, elke keer als de gevreesde Japanse soldaat schreeuwde: ‘Kjotkee!’ En boog het jongetje niet diep genoeg, dan vielen er harde klappen. Wie zal hem kwalijk nemen dat hij later, als chirurg, de enkele Japanse patiënt die in het ziekenhuis kwam te liggen, liever door collega’s liet behandelen?

Totdat Ira hem op de proef kwam stellen: een Japanner in levensgevaar moest onmiddellijk geopereerd worden, en er was niemand anders die het kon doen. Trouw aan zijn eed deed de arts de operatie. Toen de patiënt net was bijgekomen uit de narcose ging de dokter bij hem langs voor de eerste controle. Daar lag de geopereerde patiënt, zo weerloos als een kind in oorlogstijd. Misschien wilde de arts wel zeggen: ‘Hoe maakt u het?’ Maar alles wat hij kon uitbrengen was een schreeuwend: ‘Kjotkee!’

Superbia (ijdelheid)

Hij zou de topgolfspeelster wel even van dat lichte urineverlies afhelpen met een splinternieuwe door hem zelf bedachte techniek. Helaas- het wonder werd een mislukking en de vrouw werd voor de rest van haar leven volledig incontinent. Tijdens de tuchtrechtzaak betuigde de uroloog spijt. Echter, niet over het feit dat hij zijn patiënte zonder haar medeweten met een experimenteel middel had behandeld en daarmee haar lichamelijke integriteit had geschonden. En ook niet omdat zij haar hele leven incontinentiemateriaal zou moeten dragen. Nee, zijn gevoelens van spijt hadden vooral betrekking op het feit dat door de hele kwestie zijn reputatie gevaar dreigde te lopen. De tuchtrechter berispte de man, mede omdat hij er blijk van gaf de ernst van zijn handelen en de gevolgen daarvan voor zijn patiënte onvoldoende in te zien.5

Ten slotte

De laatste jaren is veel aandacht besteed aan het vergroten van de openheid van doktoren over de fouten die zij maken.6 De 7 hoofdzonden worden zwaarder aangerekend als je uit Superbia je fout niet erkent, zo onderstreept ook de tuchtrechter. Patiënten, maar ook collega’s, tuchtrechters en de maatschappij zijn vergevingsgezind voor artsen die hun fouten toegeven.

Literatuur

  1. Regionaal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg ’s-Gravenhage, 2 februari 2010; uitspraak nr. 2009 T 119, LJN YG0043.

  2. Enserink M. Doctors pay a high price for priority. Science 2005;307:1848-9.

  3. Regionaal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg Amsterdam, 18 mei 2010; uitspraak nr. 2009/391P, LJN YG0299.

  4. Melchior M. Overdag dokter, ‘s avonds alcoholist. Med Contact 2006;61:1368-9.

  5. Centraal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg ’s-Gravenhage, 19 oktober 2010, C2009/230, LJN YG0598.

  6. Legemaate J, Everdingen JJE van, Kievit J, Stappers JWM. Openheid over fouten in de gezondheidszorg. Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:319-22.