De doeltreffendheid van voorlichting ter preventie van hart- en vaatziekten

Onderzoek
D.J. de Boer
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1993;137:2444
Download PDF

Er wordt momenteel veel aandacht besteed aan het opzetten van voorlichtingsprogramma's over de risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Zowel de financiers als de werkers in de gezondheidszorg moeten op de hoogte zijn van de effecten van zo'n interventieprogramma. De activiteiten die bij zo'n programma behoren, kunnen dan al of niet gerechtvaardigd worden. Gibbins et al. onderzochten daarom de doeltreffendheid van preventieve maatregelen om de kans op hart- en vaatziekten te doen verminderen.1 Het onderzoek vond plaats in verstedelijkt platteland van Wales bij alle mannen tussen de 28-60 jaar uit twee huisartspraktijken met totaal 7500 patiënten. Zij werden uitgenodigd mee te werken aan een screenings- en zo nodig een interventieprogramma. Aan deze uitnodiging gaf 72 gehoor. De auteurs hebben zich moeten beperken tot de risicofactoren bloeddruk en cholesterolgehalte.

Het protocol ten aanzien van het cholesterolgehalte was als volgt. Bij een cholesterolwaarde tussen 6,0 en 6,5 mmoll werd de patiënt een schriftelijk dieetadvies toegestuurd. Wanneer de cholesterolwaarde tussen de 6,6 en 7,7 mmoll lag, werden een dieetadvies en voorlichting gegeven over de risicofactoren en werd het cholesterolgehalte om de 4 maanden gecontroleerd. Van de 1006 mannen hadden er 280 een uitgangswaarde boven de 6,5 mmoll. Ondanks de verandering in dieet bij 41, lichaamsbeweging bij 12, roken bij 15, en in alcoholgebruik bij 24, bleek er geen statistisch significante daling van het cholesterolgehalte te zijn ontstaan.

Het interventieprogramma voor de bloeddruk: bij een waarde tussen 14090 en 150100 mmHg controleerde de verpleegkundige de patiënt om de 6 weken en gaf daarbij voorlichting. Boven de 150100 mmHg werd de huisarts geraadpleegd, die eventueel medicamenten gaf en de risicofactoren met de patiënt besprak. Van de mannen die in aanmerking kwamen voor het interventieprogramma had 13 een systolische waarde boven de 150 en 22 een diastolische waarde boven de 90 mmHg. Door de maatregelen die waren genomen, bleek de systolische waarde niet te zijn gedaald, de diastolische bloeddruk was daarentegen gedaald met 3 mmHg.

Men begon in 1988 met dit screeningsprogramma. De uitkomsten laten zien dat er geen statistisch significante daling van het cholesterolgehalte en de bloeddrukwaarde is ontstaan, hoewel de boodschap over de risicofactoren van hart- en vaatziekten door de voorlichting redelijk succesvol was overgebracht.

Literatuur
  1. Gibbins RL, Riley M, Brimble P. Effectiveness of programmefor reducing cardiovascular risk for men in one general practice. Br Med J1993; 306: 1652-6.

Gerelateerde artikelen

Reacties