De betekenis van een koude rilling bij patiënten met koorts op de spoedeisende-eerstehulpafdeling

Onderzoek
M. Hoogendoorn
J.W. van 't Wout
V. Schijf
J.T. van Dissel
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2002;146:116-20
Abstract

Samenvatting

Doel

Nagaan van de samenhang tussen koude rilling, bacteriëmie, soort infectie en klinisch beloop bij patiënten met koorts op de spoedeisende-eerstehulpafdeling (SEH).

Opzet

Prospectief, descriptief.

Methode

Anamnestische, klinische en microbiologische gegevens werden geregistreerd van patiënten met koorts (> 38,2°C rectaal) op de SEH van het Leids Universitair Medisch Centrum en het Bronovo Ziekenhuis, in de periode 1 februari 1994-31 juli 1995 respectievelijk 1 februari 1996-31 juli 1997.

Resultaten

Er werden 764 patiënten (424 mannen en 340 vrouwen; mediane leeftijd: 66 jaar) geïncludeerd. Een koude rilling werd door 270 patiënten (35) gerapporteerd. Bij 141 patiënten (18) werden bacteriën uit de bloedkweek geïsoleerd. Het relatieve risico (RR) voor bacteriëmie bij een koude rilling was 2,8 (95-BI: 2,1-3,8); de positief voorspellende waarde van een koude rilling voor bacteriëmie was 31 en de negatief voorspellende waarde 89. Bij 683 (89) van de 764 patiënten werd de koorts waarschijnlijk tot zeker veroorzaakt door infectie, meestal van pulmonale (319 patiënten; 42) of urogenitale (112 patiënten; 15) origine. De positief voorspellende waarde was bij patiënten met luchtweginfecties 24 en bij patiënten met urineweginfecties 48. Er overleden 62 patiënten (8) na een mediane opnameduur van 11 dagen. De overledenen waren ouder dan ontslagen patiënten (p < 0,01) en er was ook een statistisch significante samenhang van overlijden met bacteriëmie (RR: 1,1) en met ernstige comorbiditeit (RR: 6,1).

Conclusie

Er was een sterke samenhang tussen het anamnestisch gegeven van een koude rilling en bacteriëmie, met name bij patiënten met een urineweginfectie. Ongunstige prognostische factoren waren bacteriëmie, hogere leeftijd en ernstige comorbiditeit.

Auteursinformatie

Bronovo Ziekenhuis, afd. Interne Geneeskunde, Den Haag.

M.Hoogendoorn en dr.J.W.van ’t Wout (beiden tevens: Leids Universitair Medisch Centrum, afd. Infectieziekten, Leiden), internisten.

Leids Universitair Medisch Centrum, afd. Infectieziekten, Postbus 9600, 2300 RC Leiden.

Mw.V.Schijf, huisarts; prof.dr.J.T.van Dissel, internist.

Contact prof.dr.J.T.van Dissel (j.t.van_dissel@lumc.nl)

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties