Artikel
Inleiding
Zie ook het artikel op bl. 125.
Een veelvuldige oorzaak van persisterende neonatale hypoglykemieën is congenitaal hyperinsulinisme (CHI), ook wel nesidioblastose of persisterende hyperinsulinemische hypoglykemieën van de neonatus genoemd (‘persistent hyperinsulinaemic hypoglycaemia of infancy’ (PHHI)). De frequentie van CHI bedraagt 1 op de 50.000 geboorten.1 CHI kenmerkt zich…




(Geen onderwerp)
Hoogmade, januari 2004,
Het overzicht van Kuijpers et al. (2004:140-3) geeft duidelijk aan hoe nieuwe (moleculair-)biologische inzichten in de pathogenese bijdragen aan een beter gefundeerde behandeling van kinderen met ernstige gevolgen van congenitaal hyperinsulinisme.
Het is misschien goed erop te wijzen, dat langdurige glucagontherapie kan leiden tot erythema necrolyticum migrans, beginnend met maculopapulaire roodheid, die overgaat in oppervlakkige necrose met grote schilfers of bleke lichenificatie met hyperkeratose. Deze aandoening kan ook het muceuze entoderm aantasten, waardoor voeding bijna onmogelijk wordt.1 Deze aandoening is ook vaak beschreven bij glucagonomen,2 en wordt soms al gezien na één injectie glucagon.3
Wald M, Lawrenz K, Luckner D, Seimann R, Mohnike K, Schober E. Glucagon therapy as a possible cause of erythema necrolyticum migrans in two neonates with persistent hyperinsulinaemic hypoglycaemia. Eur J Pediatr 2002;161:600-3.
Bloom SR, Polak JM. Glucagonoma syndrome. Am J Med 1987;82 (Suppl 5B):25-36.
Edell SL. Erythema multiforme secondary to intravenous glucagon. AJR Am J Roentgenol 1980;134:385-6.