Coloncarcinoom en lichaamsbeweging

Onderzoek
J. Berkel
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1986;130:226-7
Download PDF

De vermoedelijke oorzakelijke samenhang tussen colonkanker en voeding heeft de laatste 10 jaar veel aandacht gekregen. De resultaten van onderzoekingen op dat gebied komen echter niet altijd met elkaar overeen.12 Onlangs is de aandacht gevestigd op een andere factor die een rol zou kunnen spelen bij het ontstaan van het coloncarcinoom.

Vena et al. beschrijven de resultaten van de analyse van de lichamelijke activiteit tijdens het arbeidsproces in relatie tot het risico op coloncarcinoom.3 Het ging om een onderzoek van blanke mannelijke patiënten waarbij de gegevens van 210 patiënten met coloncarcinoom en van 276 patiënten met rectumcarcinoom – afzonderlijk – werden vergeleken met de gegevens van 1431 controlepersonen. Van allen was een complete beroepsanamnese afgenomen. De beroepen werden ”blind“ gecodeerd volgens één van de 5 niveaus van lichamelijke activiteit (zittend werk, licht werk, matig actief werk, zwaar werk en extreem zwaar werk). De onderzoekers beschrijven een tweevoudige stijging van de relatieve kans op coloncarcinoom voor degenen die meer dan 20 jaar een beroep hadden uitgeoefend uit de 2 minst actieve categorieën. Bovendien was er een ”dosis-response“-relatie: hoe langer men dergelijke beroepen had uitgeoefend, hoe hoger het risico. Ook wanneer men het percentage jaren in niet of nauwelijks actieve banen (vergeleken met het totale aantal arbeidsjaren) berekende, bleek er een dosis-response-relatie in een verhoogd risico aantoonbaar te zijn voor hen die in nauwelijks of niet-actieve beroepen werkten. Deze relaties konden niet worden aangetoond voor het rectumcarcinoom.

De boven beschreven bevindingen komen overeen met de resultaten van een eerder, gecontroleerd onderzoek in Duitsland4 en van een ”population-based“ onderzoek op grond van gegevens van de kankerregistratie in Los Angeles.5 Als mogelijke verklaring geven Garabrant et al. dat door lichamelijke activiteit de peristaltiek van het colon wordt bevorderd.5 Dit zal in omgekeerde zin vele clinici bekend zijn, want vele bedlegerige patiënten raken immers geobstipeerd. Bovendien zou de nonpropulsieve, segmentale activiteit in het colon juist worden verminderd door lichaamsbeweging. Beide factoren zouden ertoe bijdragen dat carcinogenen minder lang in contact kunnen komen met de colonmucosa, leidend tot een verlaagd risico voor het ontstaan van een tumor door lichamelijke activiteit. Het is, tenslotte, in het geheel niet ondenkbaar dat lichamelijke activiteit in vroegere onderzoekingen over de relatie voeding-coloncarcinoom als een ”confounder“ heeft gewerkt en dat daardoor reëel bestaande relaties niet konden worden aangetoond.

Literatuur
  1. Berkel J, Faassen A van, Leeuwen FE van, et al. Voeding encoloncarcinoom. I. Epidemiologie. Voeding 1984; 45: 150-8.

  2. Berkel J, Faassen A van, Leeuwen FE van, et al. Voeding encoloncarcinoom. II. Dierexperimenteel onderzoek en ontstaansmechanismen.Voeding 1984; 45: 246-55.

  3. Vena JE, Graham S, Zielezny M. et al. Lifetimeoccupational exercise and colon cancer. Am J Epidemiol 1985; 112:357-65.

  4. Husemann B, Neubauer MG, Duhme C. Sitzende Tätigkeitund Rektum-Sigma-Karzinom. Onkologie 1980; 40: 168-71.

  5. Garabrant DH, Peters JM, Mack TM, et al. Job activity andcolon cancer risk. Am J Epidemiol 1984; 119: 1005-114.

Gerelateerde artikelen

Reacties