Artikel
Inleiding
Sarcoïdose is een idiopathische, granulomateuze ontstekingsziekte die elk weefsel kan aantasten. De prevalentie van sarcoïdose wordt in Nederland geschat op 20-30 per 100.000.1 Bij circa 5-7 van de patiënten ontwikkelen zich klachten als gevolg van cardiale aantasting, terwijl bij obductie 20-58 van de patiënten aanwijzingen voor cardiale sarcoïdose…



(Geen onderwerp)
Bloemendaal, mei 2005,
Graag complimenteer ik Smedema et al. met hun artikel in het tijdschrift (2005:1168-73). Dit neemt niet weg dat het mij gewenst voorkomt een nuance aan te brengen in de analyse van het ECG in figuur 1. Hoewel het QRS-complex in afleiding I initieel negatief lijkt te zijn, waag ik het er toch op om als alternatief voor de analyse van de auteurs de diagnose ‘incompleet linkerbundeltakblok’ (LBBB) voor te stellen. Daarvoor pleit de vorm van de QRS-complexen in V1-3. Verder is er een aanduiding van een eerstegraads atrioventriculair blok. Als ik gelijk zou hebben, wat moeilijk te bewijzen is, maar evenmin zonder meer kan worden afgewezen, dan zou vanuit elektrocardiografisch oogpunt de bron van de ventriculaire tachycardie (VT) – er met enige twijfel van uitgaand dat het inderdaad gaat om een VT – eerder in het septum gelegen zijn dan in de laterale wand van het linker ventrikel. Toegegeven, het MRI-beeld en het echocardiogram zijn zeer suggestief voor een laterale afwijking, maar men moet zich bij de elektrocardiografische analyse niet door de MRI- en echobeelden laten leiden. Als de diagnose ‘incompleet LBBB en eerstegraads AV-blok’ als redelijk alternatief wordt aanvaard, dan zou men de lezer toch ook ervan moeten overtuigen dat inderdaad de tachycardie van ventriculaire origine is. Hebben de auteurs betere registraties om te bewijzen dat er tijdens de tachycardie een atrioventriculaire dissociatie bestond? Kort en goed: ik vind dat de analyse van de auteurs van het getoonde ECG meer twijfel verdient dan deze heeft gekregen.
(Geen onderwerp)
Kaapstad, Zuid-Afrika, juni 2005,
Wij danken collega Meijler voor zijn terechte commentaar. De door ons geleverde ritmestrook was onjuist en is suggestief voor een supraventriculaire origine van de ritmestoornis, mogelijk atriale flutter met 2:1-geleiding. De bijgevoegde ritmestrook (figuur) toont de beschreven niet-voortdurende ventriculaire tachycardie. Hoewel wij ons in de interpretatie van elektrocardiografische en elektrofysiologische data niet laten leiden door beeldvorming met magnetische resonantie, is integratie van informatie verkregen met beide technieken van potentieel grote waarde voor de klinisch elektrofysioloog.